De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Rypke Bakker (NUsport).

Heel soms heeft een matige voorzet prachtige gevolgen. Arnold Mühren en Marco van Basten kunnen het dertig jaar later nog steeds beamen en ook Igor Shalimov kan erover meepraten. Op een Milanese nazomeravond in september 1993 legt de Rus de bal net achter Dennis Bergkamp, die niets anders lijkt te kunnen doen dan aannemen. Bergkamp beslist anders. Hij stapt naar achter, komt los van de grond en volleert de bal al zwevend vanaf een meter of vijftien achter Leontin Toader, de verbouwereerde doelman van Rapid Boekarest.

Het mooiste doelpunt van Bergkamp in zijn Internazionale-tijd is geboren. En het is niet eens een echte Bergkamp-goal. Geen balletachtige aanname, geen pirouette, geen stiftje, maar een halve omhaal die ‘Van Bastenachtig’ aandoet. En dat terwijl hij in Italië juist geen Van Basten wilde zijn. AC Milan had wel interesse, maar Bergkamp wilde niet de volgende Nederlander zijn in lijn. Om vergelijkbare redenen werd het geen FC Barcelona. Daar was Ronald Koeman al een held en de vergelijking met Johan Cruijff zou onvermijdelijk zijn. Bergkamp wilde iets nieuws. Het werd Internazionale.

Als kind van zeven was het moeilijk te begrijpen. Mijn held, misschien wel de meest gracieuze voetballer van dat moment, ging spelen voor de club van Lothar Matthäus – al was die op dat moment al even weg – en catenaccio, zo las ik in de bibliotheek. Ik had een videoband met daarop de presentatie van Bergkamp en Jonk, die met hem meeging van Ajax, in Milaan. “Denny, Denny, Denny Bergkamp”, zongen de tifosi.

Mario, een teamgenootje uit de E-tjes, trainde sindsdien in het Inter-shirt met de stijlvolle sponsor Fiorucci. Ik kende het shirt van NOS Buitenlands Voetbal, dat op zondagavond zo laat werd uitgezonden dat ik er meestal niet voor mocht opblijven. Voor een Bergkamp-fan was dat overigens geen groot gemis.

In twee jaar Serie A scoorde Bergkamp namelijk maar elf keer en dan vooral vanaf de strafschopstip. Trainer Osvaldo Bagnoli had hem aanvallend voetbal beloofd, naar het voorbeeld van Arrigo Sacchi’s AC Milan. Maar na twee slechte wedstrijden werd dat plan overboord gegooid.

Alles voor het resultaat, naar goed Italiaans gebruik. Bergkamp en Jonk wilden Italië veroveren met mooi voetbal, maar ze waren de enigen bij Inter. Vaak was Bergkamps enige andere aanvallende ploeggenoot Ruben Sosa, een Uruguayaan die wars was van de combinatie. Dribbelen en schieten was alles wat hij deed.

Diezelfde Sosa noemde Bergkamp in de Italiaanse kranten “vreemd en in zichzelf gekeerd”. Want ook buiten het veld had Bergkamp moeite met de cultuur. De Italianen waren de flamboyante Ruud Gullit gewend, maar nu hadden ze de stille Bergkamp, die niet kwam opdagen als ploeggenoten hem vroegen om mee te gaan eten.

“In Italië vinden ze dat Bergkamp te veel met het vrouwtje op de bank zit”, stond in de Voetbal International. “Bergkamp is een heel grote voetballer, maar wel eentje met heel weinig karakter”, voegde trainer Giampiero Marini, die de ontslagen Bagnoli was opgevolgd, eraan toe. De volgende Inter-trainer, Ottavio Bianchi, vertelde dat hij bij Napoli met ene Maradona had gewerkt. Dat was pas een voetballer, zei hij vier keer in het uur. Net zo lang totdat Bergkamp in 1995 vertrok. Naar Arsenal.

Toen ik een jaar later, inmiddels tien jaar oud, door Stadio Giuseppe Meazza liep, zag ik niets dat nog aan Bergkamp herinnerde. Hoewel, bijna niets. In de prijzenkast stond de UEFA Cup van 1994, niet in de laatste plaats gewonnen door acht goals van Bergkamp.

“In de Italiaanse competitie was de Italiaanse manier van spelen heilig: catenaccio. Maar speelden we Europees, dan was het anders”, vertelde Jonk (vijf goals) in 2013 over het UEFA Cup-succes van hem en Bergkamp. “Dan kon er meer en was er meer vrijheid. Met Davide Fontalan, Nicola Berti en Igor Shalimov hadden we meer diepgang.”

Het was niet dus zomaar dat Shalimov in het UEFA Cup-duel met Rapid Boekarest Bergkamp vond, die het met een halve omhaal afmaakte. Had hij ‘m zo voor Ajax, Oranje of Arsenal gemaakt, dan was het doelpunt grijsgedraaid tussen de stift in Waalwijk, de wereldgoal tegen Argentinië, de lob bij Leverkusen en de wonderdraai tegen Newcastle. Nu is het niet meer dan een vergeten volley. Maar ook een fraai bewijs dat het bij Internazionale niet alleen aan Bergkamp lag.

Rypke Bakker