Luid zingend en lachend draagt een groep fanatieke Palermo-supporters een rood-blauw geverfde doodskist door de straten van de stad. Het is 10 mei 2014 en hun grote aartsrivaal Catania is zojuist gedegradeerd uit de Serie A, ondanks een knappe uitoverwinning op Bologna, dat daardoor ook uit de hoogste Italiaanse divisie kukelt. Een tocht vol leedvermaak, want de harde kern van de Catanezen had het jaar daarvoor precies hetzelfde gedaan, nadat Palermo was gedegradeerd.

Dat Palermo een paar weken daarvoor op superieure wijze het kampioenschap van de Serie B heeft behaald en weer is gepromoveerd naar de hoogste afdeling, maakt het helemaal tot een fantastische begrafenis voor de tifosi rosanero. Maar ze balen ook een beetje. Want ze blijven minimaal nog een jaar verstoken van de derby, de meest kleurrijke van heel Italië – roze-zwart tegen rood-blauw – en misschien ook wel de meest woeste en onstuimige, met als inzet de hegemonie van het trotse Sicilië. En dan is een jaar heel lang. Voor mij ook.


Als ik hoor van deze begrafenis denk ik terug aan de derby’s die ik zelf heb gezien. In het stadion, op televisie of op internet. Maar vooral aan die ene die ik niet zag, maar een paar honderd kilometer verderop toch live meemaakte.02-Catania-Palermo_staantribune

Zou mijn Palermitaanse vriend Roberto Todaro met zijn dochtertje Claudia in het stadion Renzo Barbera zitten? Of neemt hij het zekere voor het onzekere en laat hij haar thuis? De tweestrijd tussen Palermo en Catania, de twee grootste steden van het eiland dat bijna net zo groot is als België, is altijd al een felle geweest en de laatste decennia liep het geregeld gierend uit de klauwen. Op het veld, op de tribunes en rondom het stadion. Niet bepaald een fijne entourage voor je kind dus. Roberto meldt per sms:

Nee, mijn dochtertje zit veilig thuis.

Ik zit een paar honderd kilometer verderop in een stadsbus in Napels en Roberto heeft beloofd mij met zijn mobieltje op de hoogte te houden, vanaf zijn vaste stek op de tribune van de Curva Sud. Het liefst had ik met een roze shirt aan bij hem in het stadion gezeten. Of anders voor de televisie in een plaatselijke kroeg. Of desnoods met een laptop op schoot in een hotel om via een obscure link de wedstrijd te kunnen volgen. Maar dat kan dus niet. Voor het eerst sinds jaren ben ik verstoken van live-beelden van de derby.Catania-Palermo_catania_supporters_staantribune

Het is 27 april 2012. Ik ben met mijn vrouw en vier vrienden op vakantie in Napels en ik heb beloofd mij in te houden en bij hen te blijven. Als beloning mag ik over een paar dagen naar Napoli – Palermo. Ook een aantrekkelijke zuidelijke derby, zeker tegen een mooie club als Napoli, maar qua sentimenten en historie haalt die het niet bij de Siciliaanse botsing.

Wij rijden langs het prachtige veertiende-eeuwse Castel Nuovo in het centrum van het bruisende, levendige Napels, maar ik kijk meer op mijn iPhone dan naar de omgeving. Hoe zou het de club vergaan waar ik jaren geleden verliefd op werd? Hevig verliefd, vanwege die mooie roze shirts, die opgewonden, licht ontvlambare supporters, en dat schitterende, krakkemikkige stadion dat tegen de goudgele Monte Pellegrino lijkt aangeplakt.Catania-Palermo_curva_nord_palermo_staantribune

De wedstrijd is al zeker een kwartier bezig, maar ik zie minutenlang geen berichtje en begin toch knap nerveus te worden. Ik wil Roberto net een berichtje sturen als mijn iPhone begint te trillen. Een boodschap. Rampspoed in telegramstijl.

Catania op 0-1. Goal Legrottaglie.

Shit! Palermo staat een paar wedstrijden voor het eind van het seizoen verrassend genoeg net boven de degradatiestreep van de Serie A en heeft de punten hard nodig. Ik hoop maar dat het rustig blijft. Ik hoop maar dat de Catanesi, die nu ongetwijfeld uitzinnig zijn van vreugde, de tifosi van Palermo niet te veel uitdagen. Ik hoop maar dat de boel niet uit de klauwen loopt. Gelukkig stelt Roberto me gerust.

Niks aan de hand.

Maar ja, een garantie dat het zo blijft is het natuurlijk niet. Daarvoor is er te veel gebeurd in de voorbije decennia, met massale vechtpartijen en vernielingen in de beide steden. Om onverklaarbare redenen ging het voor het eerst fout in 1982, heb ik ooit begrepen van een paar oudere supporters. Op een zonnige januaridag vertrokken duizenden tifosi in feeststemming van Palermo naar Catania. Beide clubs bivakkeerden in de hoogste regionen van de Serie B en begonnen al stiekem aan promotie te denken.

Catania-Palermo_goalcatania_staantribuneEenmaal in de buurt van de stad aan de voet van de Etna sloeg de stemming echter al snel om. Op de rondweg van Catania trakteerde een leger relschoppers elke auto met een foute nummerplaat – PA van Palermo – op een regen van stenen, waarbij de ene na de andere ruit sneuvelde. Vanaf de balkons in de stad wierpen de Catanesi vuilniszakken naar beneden op de passerende auto’s en bussen van de uitclub. Als door een wonder raakte niemand gewond. Tot overmaat van ramp won Catania de wedstrijd ook nog eens met 3-1 en liep de Palermitaanse keeper Graziano Piagnerelli een dubbele beenbreuk op. Beide clubs liepen dat seizoen de promotie mis.

Catania-Palermo_duel_staantribune
Lees het hele artikel over de derby van Sicilië van redacteur Herman Joustra (foto’s: Calcio Catania) in het 0-nummer van Staantribune (pagina 60 en volgende).