1986. In de Oekraïense stad Pripjat kijkt iedereen uit naar de eerste mei. Het is niet alleen de Dag van de Arbeid, maar ook de dag van de opening van het Avanhard Stadion. Het nieuwe stadion is hét symbool van de opmars van FK Stroitel Pripjat. Maar een paar dagen voor de opening gaat het helemaal mis in de naastgelegen kerncentrale Tsjernobyl. De ontploffing daar betekent het einde van de stad én de voetbalclub.

Gezondheid voor het volk is rijkdom voor het land, luidt het stadsmotto van Pripjat. De plaats in Noord-Oekraïne is een nucleaire modelstad. Een atomgrad, zoals de Sovjets het noemen. Kernenergie wordt in de Sovjet-Unie als iets goeds gezien. Veel zuiverder dan vieze steenkool of olie. Nucleaire energie is de toekomst. Hoogopgeleide mensen in de Sovjet-Unie willen dan ook graag in een kerncentrale werken. Een kerncentrale is de Google van de jaren zeventig. De overheid zorgt goed voor je. In een atomgrad krijg je snel een eigen flat zonder op een lange wachtlijst te staan en het is er prettig wonen.

Pripjat wordt in 1970 gebouwd voor de werknemers van de kerncentrale Tsjernobyl. Het is de negende atomgrad in de Sovjet-Unie en de eerste in Oekraïne. De stad ligt zo’n honderd kilometer ten noorden van Kiev. In 1986 wonen er 50.000 mensen, die toegang hebben tot voorzieningen waar de gemiddelde Oekraïner alleen van kan dromen. Pripjat beschikt over een zwembad, een bioscoop, een pretpark en een theater. De kinderen kunnen naar goede scholen en er liggen mooie parken en brede, groene lanen. In de communistische Sovjet-Unie is iedereen gelijk, maar sommigen zijn nu eenmaal net iets gelijker dan anderen.

Geen ambitie
Pripjat is een gesloten stad waar je niet zomaar binnenkomt. Dat geldt voor iedere atomgrad in de Sovjet-Unie. De bevolking is op elkaar aangewezen en dus ontstaat er snel een gemeenschapsgevoel, ondanks het feit dat de meeste mensen elkaar niet kennen. Wat helpt is dat iedereen in of voor de kerncentrale werkt. Het gemeentebestuur stimuleert burgerinitiatieven en een daarvan is een voetbalclub. Dat wordt FK Stroitel Pripjat. Een echte communistische naam, want stroitel is het Russische woord voor ‘bouwer’. De club wordt opgericht in de winter en krijgt daardoor de bijnaam Podsnezhniki, oftewel de Sneeuwvlokken.

De club begint als een amateurvereniging zonder enige ambitie. Het voetbal is puur bedoeld als vermaak en ontspanning. In de kerncentrale wordt 24 uur lang in ploegendiensten gewerkt, dus een vast team samenstellen is onmogelijk. Omdat successen toch wel lekker zijn, worden alle spelers van een team uit het naburige dorp Tsjistogalovka overgenomen. Dat was al een goed team in de regio, maar met de steun van een grote sponsor als Tsjernobyl wordt het nog beter. De spelers kunnen meer tijd vrijmaken om te voetballen en Stroitel Pripjat wordt een van de topteams in Noord-Oekraïne. Het clubbestuur vindt het tijd om serieus werk te maken van een opmars richting het profvoetbal. Er wordt zelfs stiekem gedroomd van wedstrijden tegen grote Oekraïense clubs als Dynamo Kiev, Sjachtar Donetsk en Dnjepr Dnjepropetrovsk.

Stroitel Pripjat en Tsjernobyl zijn natuurlijk één. Daardoor heeft de club best wat te besteden, ondanks dat Stroitel officieel niets mag betalen als amateurclub. Spelers en trainers worden daarom aangetrokken als werknemers van de kerncentrale. Geen voetballer ziet de centrale ooit van binnen. Ze mogen zoveel trainen als ze willen. Als trainer wordt Anatoliy Sjepel aangesteld. Een grote naam in de Sovjet-Unie. Sjepel is oud-international geweest en won als speler de landstitel met Dynamo Kiev en Dynamo Moskou. Dat hij naar een club in de vijfde divisie gaat, is dan ook een stunt. Sjepel brengt meteen succes: in 1981 wordt de titel van de provincie Kiev gepakt.

Niet alleen goede trainers komen naar Pripjat, ook goede voetballers trekken naar de gesloten stad. Het grote talent Stanislav Gontsjarenko wordt overgenomen van Spartak Kiev en is twee seizoenen lang veruit de beste speler van de Sneeuwvlokken. Hij is zo goed, dat hij op z’n 21ste zelfs niet meer te behouden is voor het relatief rijke Stroitel Pripjat. Het lijkt een kwestie van tijd voordat Gontsjarenko wordt opgeroepen voor de Sovjet-Unie, maar zijn knie wordt in puin getrapt en de carrière van de middenvelder is op z’n 22ste al over. Gontsjarenko besluit zich te richten op zaalvoetbal, waar hij de succesvolste Oekraïense coach ooit wordt. Hij wint verschillende landstitels en haalt met Oekraïne in 1996 de halve finale op het WK en in 2001 de finale van het EK.

Stroitel Pripjat groeit uit zijn jasje. In 1985 komen de Sneeuwvlokken vier punten tekort voor de titel op het derde niveau. Het hoge niveau van het team trekt veel toeschouwers uit Pripjat en de wedstrijden op het amateurcomplex zijn vaak lang van tevoren uitverkocht. De club wil naar het tweede niveau, maar de faciliteiten zijn daarvoor niet toereikend. Het stadsbestuur besluit dat er een echt stadion moet komen. Het Avanhard Stadion wordt multifunctioneel, met een tribune voor vijfduizend supporters en een atletiekbaan. Om de lokale machthebbers te kietelen, staat de opening gepland op 1 mei 1986, de Dag van de Arbeid.

Het feestelijke afscheid van het oude veld staat een paar dagen eerder op het programma, na de belangrijke wedstrijd in de halve finale van de Beker van Kiev. Op 27 april wacht daarin FC Masjinostroitel uit Borodianka. Maar een dag voor het duel landt een helikopter op het trainingsveld van FC Masjinostroitel. Er stappen mannen in beschermende kleding uit. Een van hen vertelt de spelers dat zij kunnen stoppen met trainen. De wedstrijd tegen Stroitel Pripjat gaat niet door. Verdere uitleg krijgen de voetballers niet en ze halen het niet in hun hoofd om verder te vragen. Wat zich eerder op de dag nabij Pripjat heeft voltrokken, blijft in het ongewisse.

Kernramp
Zoals iedere kerncentrale, heeft ook Tsjernobyl regelmatig verplichte veiligheidstests. Er staat er eentje voor reactor 4 gepland op 25 april, maar die wordt op het laatste moment afgeblazen door een klein incident op een andere plek. Het testteam moet daar snel heen om de problemen op te lossen. Om de proef toch zonder al te veel vertraging te laten doorgaan, krijgt de onervaren nachtploeg de opdracht de test uit te voeren. Dat gaat mis. De reactor ontploft en er komt vierhonderd keer meer radioactief materiaal vrij dan bij de atoombom van Hiroshima. Een nucleaire wolk waait richting Wit-Rusland, maar daar krijgt niemand iets te horen. Alleen de machthebbers en de overlevenden die op dat moment in de kerncentrale aan het werk zijn, weten wat er is gebeurd.

De Sovjet-autoriteiten houden de ramp stil. Maar de inwoners van Pripjat is wel duidelijk dat er iets mis is. Mensen hoesten aan een stuk door, geven over en worden duizelig. Pas op 27 april, meer dan 36 uur na de ramp, worden de meeste inwoners geëvacueerd. Alleen hulpverleners en vrijwilligers moeten blijven. Er wordt de vertrekkers verteld dat ze een paar dagen naar een andere locatie moeten en daarna weer mogen terugkeren. Alles in het geheim. Pas als in een Zweedse kerncentrale op duizend kilometer van Tsjernobyl hoge waarden worden gemeten, moeten de autoriteiten iets zeggen. De Zweden komen erachter dat het radioactief materiaal afkomstig is uit de Sovjet-Unie. Op 29 april, drie dagen na de ramp, geven de Sovjets toe dat er een kernramp in Oekraïne heeft plaatsgevonden.

Stroitel Slavoetytsj
Na de ramp is snel duidelijk dat Pripjat moet worden opgegeven. Voor de inwoners wordt een nieuwe stad gebouwd: Slavoetytsj, op slechts 45 kilometer ten westen van Pripjat. De meeste mensen blijven namelijk ‘gewoon’ werken in de kerncentrale en reizen iedere dag op en neer, dus kan de nieuwe stad niet te ver van de rampplek worden gebouwd. Ze hebben geen keuze; de staat bepaalt waar je werkt. Met de inwoners verhuist ook de voetbalclub naar Slavoetytsj. De nieuwe naam: Stroitel Slavoetytsj. Binnen twee jaar wordt die club opgeheven. Er is geen speler zo gek om daar te gaan voetballen, ook al is het geld goed. Er komt ook geen hond meer kijken. Het gemeenschapsgevoel en het optimisme van Pripjat zijn weg.

In de jaren na de ramp wordt duidelijk wat de gevolgen zijn. Hulpverleners die vlak naar de ramp richting de kerncentrale zijn gestuurd, krijgen kanker en sterven. Relatief veel kinderen die in Slavoetytsj en de omgeving van de kerncentrale worden geboren, krijgen schildklierkanker of komen ter wereld met afwijkingen. Ook bij dieren zijn de gevolgen zichtbaar. Kalveren met twee hoofden, wilde zwijnen met acht poten en herten zonder ogen. Dertig jaar na dato is een groot gebied rondom Tsjernobyl nog onbewoonbaar vanwege de vervuiling met radio-actief materiaal en worden er kinderen met afwijkingen geboren.

Spookstadion
In het nieuwe Avanhard Stadion is nooit een wedstrijd gespeeld. Het stadion is er nog wel. Het is een populaire plek bij Tsjernobyl-toeristen. Alles is nog redelijk intact. Er groeien bomen op het veld en door de atletiekbaan. De houten banken beginnen wat weg te rotten door radioactieve regen, maar het is nog altijd duidelijk te zien dat het een stadion is. Zelfs de roestige lichtmasten staan rechtop. Op het eerste gezicht lijkt het een kwestie van flink snoeien en dan kan er gevoetbald worden. Ware het niet dat alles doordrenkt is van de nucleaire rotzooi.

Dat geldt voor de hele stad. Het is mogelijk een excursie te maken naar Pripjat, maar aangeraden wordt om niets aan te raken of ergens op te zitten, vanwege de besmetting. Het is een wonderlijke plek, waar de tijd dertig jaar heeft stilgestaan. Er zijn nog mooie communistische muurtekeningen te zien en oude landkaarten. Het roestende reuzenrad en de botsauto’s zijn misschien wel dé symbolen geworden van Tsjernobyl.

Stroitel Pripjat bestaat al dertig jaar niet meer, maar heeft toch nog één wedstrijd gespeeld. Op 27 april 2006 wordt alsnog de halve finale van de Beker van Kiev uit 1986 gespeeld. De spelers van Stroitel Pripjat die nog in leven en niet te ziek zijn, nemen het op tegen het team van FC Masjinostroitel. Een bijzondere ontmoeting. Het is de eerste wedstrijd is van Stroitel Pripjat in twintig jaar, tegen een ploeg die uit Borodianka komt, de plek waar veel bewoners uit Pripjat de eerste dagen na de ramp zijn opgevangen. Er is altijd een warme band gebleven tussen beide steden. De halve finale wordt in een klein stadionnetje in Kiev gespeeld. De opbrengst is voor de slachtoffers van de kernramp. Maar voor de spelers van Stroitel Pripjat is het meer. Voor de laatste keer zijn zij een Sneeuwvlok. Ze winnen met 3-2, een passend einde voor modelclub Stroitel Pripjat.

Dit artikel verscheen eerder in Staantribune #8.

Voor hetzelfde nummer bezochten we onder meer Spangen, waar Het Kasteel van Sparta zijn honderdste verjaardag vierde, en Turijn, voor een artikel over het oude stadion waarin Il Grande Torino furore maakte. Ook brachten we in Rome een bezoek aan Edson Braafheid, destijds speler van Lazio. Verder gingen we op zoek naar de roots van Lionel Messi in Rosario en samen met schrijver Özcan Akyol gingen we naar een thuiswedstrijd van zijn club Go Ahead Eagles. Je kunt het magazine nabestellen in de webshop