Wij klagen over ze, maar in wezen zijn we natuurlijk hetzelfde als al die trainers, spelers en bestuurders. Ook wij kiezen in ons leven meestal voor het geld. Bakkerijen en slagers, ze verdwijnen omdat we ‘voor een paar rotcenten’ naar de Lidl gaan. Voor een ‘aanbieding’ zijn we bereid drie kilometer verderop boodschappen te doen. De MediaMarkt is ons PSG. Hoeveel kleine electronicazaken zijn er niet ter zielen gegaan omdat wij de poen als kompas gebruiken, net als al die voetballers.

Maar: bij de MediaMarkt zijn we consument, in een voetbalstadion zijn we supporter. En dat is toch een andere rol. Net als in de liefde, zijn we supporter met ons hart. Trainers, spelers en bestuurders zijn professionals. Ze krijgen betaald. Het zijn huurlingen, een prooi voor de hoogste bieder. Voor ons ligt het anders. De band met onze clubs is puur, want wij verdienen er niets aan.

Al is het de vraag hoe lang wij als supporters nog de enigen zijn die armer worden van voetbal. Steeds meer clubs komen in handen van steenrijke eigenaren. Eigenaren voor wie geld geen probleem is, ze willen zo hoog mogelijk finishen met hun speeltje. Die eigenaren weten: voor resultaat hebben we een sterke twaalfde man nodig. Een twaalfde man in vorm, dat maakt verschil.

Ik zie het wel gebeuren, dat die steenrijke eigenaren de fanatiekste supporters binnen nu en een paar jaar gaan betalen. Dat begint met een gratis seizoenkaart, totdat er een of ander wetenschappelijk onderzoek naar buiten komt waarin de macht van de twaalfde man is gemeten. De uitslag: de twaalfde man telt. Veel zwaarder dan verwacht. “Uit ons onderzoek blijkt dat Feyenoord, wanneer de club het AZ-publiek had gehad, vorig seizoen geen kampioen was geworden, maar op plaats vier was geëindigd. NAC is er dit seizoen ingebleven, puur door het publiek. Een stadion dat vol achter de ploeg staat, dat is alsof een elftal met windkracht 10 in de rug speelt en de tegenstander met diezelfde windkracht 10 in het gezicht.”

De onderzoeksresultaten zijn het begin van de professionalisering van het publiek. Nu zijn we allemaal nog amateurs, straks hebben stadions een speciaal vak met semiprofessioneel publiek. Mensen die naast het aanmoedigen van hun club nog wel gewoon werken, maar ‘de focus komt steeds meer op het supporten te liggen.’

Over een paar seizoenen verschijnen de eerste reportages over de eerste betaalde supporters. Semiprof-supporter Arend, aangenomen na een auditie bij Sjaak Swart en Jack Spijkerman, die voor de camera uitlegt wat een betaalde supporter allemaal doet. “Wij trainen met vak 410 twee avonden in de week. Wat ik ervan vind dat Ajax ons nu betaalt? Terecht. Je bent er zoveel mee bezig. Het is niet meer van deze tijd om dat allemaal voor niets te doen. Liedjes schrijven, repeteren, spandoeken bedenken en maken, af en toe, om de boel op scherp te zetten, het trainingsveld bestormen…. Ik ben blij dat het eindelijk een beetje wordt beloond.”

Arend die uitlegt waarom topsupporter-zijn een vak is. :Wat we doen op deze trainingsavond? We oefenen liederen, sfeeracties, werken aan spandoeken. Natuurlijk moet de conditie goed zijn, want als de wedstrijd daarom vraagt moet je negentig minuten kunnen springen, om maar iets te noemen. We worden getraind door Peter, die heeft heel veel meegemaakt. De Champions League-finale in Wenen, 1995, bijvoorbeeld. Peter leert ons wanneer we gas moeten geven en wanneer niet. Timen. Wanneer fluit je een ploeg uit om de boel op scherp te zetten, wanneer ga je erachter staan. Dat soort dingen. Heeft ook met ervaring te maken, mensenkennis. Negentig minuten aanmoedigen heeft geen zin, daar worden spelers doof en immuun voor steun van.”

Daarna zien we Peter, ex-topsupporter en nu supporterscoach dus, docerend voor een televisiescherm staan. “Luister: hier fluiten we de boel uit. Op zich logisch, want Ajax speelde niet scherp in deze fase. Maar er stond een hele jonge ploeg op het veld. Die gingen, zoals je aan de statistieken ziet, niet beter spelen. Zie je deze foute pass? Dat is geen onwil van die jonge jongen, maar pure spanning die op de benen slaat. Die gozer nam het gefluit heel persoonlijk op. Dan kun je, als je toch een signaal wil geven, beter een routinier aanpakken. Dit was dus een tactisch verkeerde keuze. Hier hadden we juist achter de ploeg moeten gaan staan, mannen.”

Arend: “Soms worden we ook gebruikt bij trainingen van het elftal. Bijvoorbeeld als we uit naar Feyenoord moeten. Dan bootsen we de omstandigheden na. Pissen we in een plastic bekers en gooien de inhoud over spelers die de corners moeten trappen. Of tijdens de laatste training voor een Europese uitwedstrijd in Polen: dan fluiten we de donkere jongens uit en gooien bananen op het veld. Voor niemand leuk, vreselijk om te doen, maar het hoort er wel bij. Simuleren.”

De professionalisering van het publiek, dat gaat natuurlijk hard. Clubs zetten hun eigen jeugdopleiding op voor supporters, scouten bij amateurclubs. Bij de topclubs lopen al vrij snel de eerste fullprof supporters rond. Arend: “Ik moet bekennen: het is nu wel anders, nu ik redelijk dik betaald krijg. Naar mijn club gaan is werk geworden. Ik support veel minder met mijn hart, veel meer op basis van mijn verstand, los van de emotie dus. Ik kijk wat de wedstrijd nodig heeft. Vroeger stond ik er echt als supporter, nu als professional sfeermaker.”

Arend vervolgt: “Ja, wat ik spelers heb verweten, vroeger, dat ze voor het geld kozen… Dat is nu wel anders. Ook ik droom wel eens van het buitenland. The Kop in Liverpool. Ik denk dat iedere professionele supporter in Nederland dat doet. Ik weet dat er bij ons in 410 wel eens scouts verstopt zitten… Als je kijkt hoever ze in Engeland zijn. Alles wordt daar gemeten. Ze zien daar precies welke speler een liedje nodig heeft en wat voor een liedje. Engeland lijkt me fantastisch. In de Premier League train je iedere dag. Ik zou echt niet alleen vanwege het geld naar Engeland gaan. Jongen, ik heb al aanbiedingen uit Qatar, om in de woestijn mijn longen uit mijn lijf te schreeuwen. Bizarre bedragen, het leven is er niet onaangenaam. Maar doet doe ik nu nog niet. Daarvoor voel ik me nog te fit en te veel supporter. Maar ik sluit niet uit dat ik ooit nog een paar jaar ga cashen in de woestijn.”