engelandMet een verbeten blik wees de Aston Villa-supporter naast mij in de richting van Steve Bruce. De trainer van Wigan Athletic drentelde heen en weer langs de lijn. Hij was vanwege zijn verleden bij Birmingham City niet bepaald populair op Villa Park. Uit het niets zwol een massaal spreekkoor aan op de imposante Holte End. Van zacht naar luid in een paar seconden. Het rolde in de richting van de man met het rood aangelopen hoofd. “Sit down potato head!” Demonstratief bleef Bruce nog een poosje staan. Toen hij ging zitten, met een van grote afstand zichtbare grijns, steeg luid gejuich op in het hele stadion.

Van alle schitterende aspecten van de Britse voetbalcultuur benijd ik de spreekkoren nog het meest. Vaak merk ik dat ik tijdens het bekijken van een wedstrijd, op televisie of in het stadion, meer gespitst ben op de liedjes dan op het veldspel.


Massaal gezang is er in veel voetballanden, vaak ook best nog in een mooi klinkende taal. Maar nergens ter wereld is de combinatie van fanatisme, assertiviteit, humor én zelfspot zo onweerstaanbaar als in het Verenigd Koninkrijk. Ik kan mij indenken dat spreekkoren een verplicht onderdeel zijn van de Engelse inburgeringcursus, want zij weerspiegelen feilloos de volksaard.IMG_4447_zps1574e69e

Mochten de autoriteiten nog niet op dit idee zijn gekomen dan is het boek ‘Shit ground no fans’ – alleen de naam al – zo te gebruiken als verplicht studiemateriaal. De maar liefst 262 pagina’s omvattende studie van auteur Jack Bremner moet wel de meest hilarische droge opsomming in de geschiedenis van de boekdrukkunst zijn. Van alle Engelse clubs heeft hij de leukste spreekkoren verzameld. Mijn favoriet is het lied van de Liverpool-supporters voor spits Peter Crouch:

“He’s big
He’s red
His feet stick out the bed
Peter Crouch! Peter Crouch!”

1309360525-61446700

In de categorie algemeen, dus niet clubgebonden, springt “I’m blind, I’m deaf, I wanne be a ref!” het meest in het oog.

Wat opvalt in het boek is dat het lang niet altijd om onschuldige teksten gaat. Niet zelden zijn ze bikkelhard, grof of ronduit onbeschoft. Nergens ter wereld klinkt het beledigen van een scheidsrechter, speler of trainer zo mooi als in de Britse stadions.

Nee, dan Nederland, met alle mogelijke ziektes en het eeuwige gehoerenjong. Erger nog dan de fantasieloosheid is het complete gebrek aan zelfspot. Slechts eens in de zoveel tijd duikt een spreekkoor op dat ook in het Engels te vertalen zou zijn. “Jol die weet de uitslag al!”, “Vreven laat je tieten zien!”; er is in elk geval over nagedacht.

Als supporter van sc Heerenveen was ik een aantal jaar geleden getuige van een dappere poging. In het bezoekersvak van de Euroborg werd rechts van mij ineens de naam van FC Groningen-trainer Pieter Huistra gescandeerd. Vragende blikken alom. Bij het horen van de toevoeging “Je moeder is een Fries!” werd het binnen de kortste keren massaal opgepakt. Op de televisiebeelden is het gegrinnik in het hele stadion goed hoorbaar.

Eerder werd in het Abe Lenstra stadion een andere variant op die afgezaagde tekst ten gehore gebracht. Theo Janssen spitste zijn oren. Zijn moeder werd toegezongen, maar het klonk anders dan gebruikelijk. Hij bleef luisteren tot hij verstond wat er vanaf de tribunes werd gescandeerd: “Theo, Theo, je moeder bakt patat!”

In één van zijn laatste interviews als profvoetballer moest de kleurrijke middenvelder toegeven dat het de enige keer in zijn carrière was dat hij door het publiek van de tegenstander uit zijn concentratie was gehaald.

Een mooier pleidooi voor meer ‘Britse’ spreekkoren in Nederlandse stadions is niet denkbaar.

Foto199Hielke Biemond
Redacteur Staantribune