Heb jij, net als Staantribune-volger Milan Haak, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.

Tijdens een rondrit door Europa met een groepje vrienden belandden we in München. We besluiten de wedstrijd in de Duitse beker tussen Unterhaching en Heidenheim mee te pakken. Een staanplaats achter de goal, op de Südtribune, kost slechts tien euro. De verwachtingen zijn niet hoog. We weten alleen dat Unterhaching op het derde niveau speelt en Heidenheim een divisie hoger actief is. De kans op een overwinning voor de thuisploeg lijkt dus klein.


We pakken de metro richting het plaatsje ten noorden van München en lopen vanaf het dichtstbijzijnde station in tien minuten naar het stadion. Om ons heen lopen wel wat Duitsers met sjaaltjes van Unterhaching, maar echt druk is het niet. Toch blijkt de club – die in een grijs verleden op het hoogste niveau speelde – over een redelijk groot stadion te beschikken. Bij een uitverkocht huis zitten er meer dan 15.000 mensen.

Op de grote Osttribune, die helaas buiten gebruik is vanwege instortingsgevaar, zitten alleen wat brandweermannen naar de wedstrijd te kijken. Ook aan de overkant zitten geen Unterhaching-supporters. Er zit alleen een vol vak met supporters van Heidenheim, dat verrassend vol is. Het blijkt een risicowedstrijd te zijn en dat is te zien aan de massaal aanwezige politie. Een Unterhaching-supporter twijfelt zelfs of er wel bier wordt verkocht.

Dat blijkt gelukkig wel gewoon zo te zijn. We kopen een sjaaltje, bestellen een pot bier en zoeken een staanplaats op. We vinden een plekje achter een klein groepje ultras. Twee jongens wisselen elkaar af en pakken om beurten de megafoon om liederen in te zetten. Vooral de aversie tegen München valt op. “Wir sind nicht von die Stadt, wir sind nicht von München” wordt vaak, luid en duidelijk gezongen.

Als de stadionspeaker de opstellingen doorneemt, valt ons de naam John Verhoek op. De oud-spits van ADO, FC Dordrecht en Sankt Pauli – en broertje van Wesley – blijkt in de spits te spelen bij Heidenheim. Als de wedstrijd begint, zingen en springen we een kwartiertje met het groepje ultras. Door alle vlaggen voor onze neus valt er van de wedstrijd weinig te zien en we besluiten ons te verplaatsen naar de andere kant van de staantribune. We richten onze aandacht vanaf nu op Verhoek. Een vriend neemt zich al voor dat hij met het shirtje van Verhoek het stadion wil verlaten.

Als Verhoek in de buurt van de goal komt, schreeuwen we een paar keer zijn naam en hij kijkt even verbaasd op. Daarna pakt hij geel en maakt een getergde indruk. Wij maken onszelf natuurlijk wijs dat dat door ons komt. Het voetbal is – zeker bij de thuisploeg – niet om over naar huis te schrijven. Bij rust staat het 0-1, maar we vermaken ons prima.

In de rust klinkt er wat fijne schlagermuziek en we gaan weer bier halen. De catering bij Unterhaching is heel simpel. Er staan twee kassa’s. Boven de ene staat ‘Bier’ en boven de andere ‘Bratwurst’. Bij de bierkassa staat eigenlijk de hele wedstrijd een lange rij. En dat is logisch, want voor het voetbal kom je hier niet.

In de tweede helft wordt de wedstrijd alleen maar slechter, maar gelukkig wordt de sfeer alleen maar beter. We zoeken een plekje in het midden van de tribune, achter de goal, vlak voor de hekken, en proberen er zelf ook wat sfeer in te gooien. De Duitse supporters achter ons kunnen dat wel waarderen. Over de wedstrijd valt verder niet veel meer te melden. Verhoek wordt gewisseld, Unterhaching incasseert nog een hele domme rode kaart en Heidenheim loopt uit naar 0-4. Toch blijft de sfeer goed, gemoedelijk en gezellig. De verwachtingen lagen waarschijnlijk – ook bij de fanatieke aanhang – niet al te hoog.

Tegen het einde van de wedstrijd springen er nog behoorlijk wat supporters in de hekken om hun lokale helden een handje te geven. Braaf, maar met een zichtbare teleurstelling geven de spelers daar gehoor aan. Wij blijven ook nog even hangen om te wachten tot Verhoek richting de spelerstunnel loopt.

Als hij langsloopt en wij hem roepen, komt Verhoek terug. Hij vraagt verbaasd, met een Haags accent, of we een weekendje weg zijn. Ook geeft hij zijn shirtje, tot grote tevredenheid van mijn vriend.

Als we naar buiten lopen, staat er nog steeds veel politie. Niemand lijkt te weten waarom. We lopen met een Heidenheim-shirt in de hand en een Unterhaching-sjaal om de nek richting de metro. En dat is daar geen enkel probleem.

Voor het voetbal hoef je niet naar Unterhaching, maar voor tien euro heb je een prima middag in een bijzonder stadionnetje. En omdat het spel zelf niet om aan te gluren is, zit er niets anders op om ook zo blauw als een tientje het stadion weer te verlaten.

Heb jij, net als Staantribune-volger Milan Haak, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.