What’s that white stuff in the air?”, vraagt Chris. Het witte spul houdt het midden tussen spinnenweb en engelenhaar en het blijft kleven aan onze kleren. Ik haal mijn schouders op en vind het wel amusant om in de stad van de withemden in het wit te worden gestoken. Het Noord-Italiaanse provinciestadje Vercelli kent wel meer eigenaardigheden, zoals de jaarlijkse muskietenplaag in de zomer en lokale delicatessen, zoals Panissa (een rijstschotel met bonen, salami en varkenspens) en gefrituurde kikkertjes uit de omringende rijstvelden. Engelsman Chris heeft dat allemaal nog niet geproefd, ook al is het alweer zijn vijfde bezoek aan Vercelli. Voor mij is het alweer het negende bezoek aan Vercelli sinds 2008.

Pro Vercelli - Como 2-0 (foto Ivan Benedetto)They need us” waren de drie woorden die Chris enkele weken terug naar mij mailde. “They” was het lokale voetbalteam Pro Vercelli, de legendarische zevenvoudig landskampioen (1908, 1909, 1911, 1912, 1913, 1921, 1922) die het zwaar had in de Serie B. “Us” waren wij. De laatste jaren verloor Pro Vercelli niet als we samen op bezoek kwamen en de ploeg kon een overwinning nu goed gebruiken. De thuiswedstrijd tegen hekkensluiter Como moest simpelweg worden gewonnen om dit seizoen enig perspectief te houden op een goede eindklassering en stiekem te kunnen blijven dromen van een achtste Scudetto. We boekten meteen tickets en een hotel. Chris zoals te doen gebruikelijk voor enkele dagen op en neer – vandaar dat hij nog relatief weinig van Vercelli had meegekregen –  en ik wat langer met mijn goede voetbalvriend Wim.


Supertifoso Olandese
Door de jaren heen zag ik Pro Vercelli in de Serie C2, de Serie C1 en de Serie B winnen, verliezen en gelijkspelen. Ooit ging ik er uit nieuwsgierigheid eens kijken, in de hoop glimpen op te vangen van een voetballegende. Ik werd verliefd en bleef terugkomen. Met vrienden en later ook met Chris, die een paar jaar terug tevens door het Pro Vercelli-virus gegrepen werd. Het leverde me onder de lokale fans de bijnaam Supertifoso Olandese op. Onlangs bracht ik in Nederland een boek over de club uit en tijdens dit bezoek word ik er herhaaldelijk op aangesproken. Gelukkig heb ik wat exemplaren meegenomen, die gretig aftrek vinden. Een vreemde gewaarwording aangezien het boek in het Nederlands geschreven is en veel Vercellesi al moeite hebben met de Engelse taal, laat staan met mijn moedertaal.

Maar de Vercellesi zijn een trots volk en dus zeer te spreken over het feit dat er over hun stad en club wordt geschreven in Nederland. We merken het meteen op onze eerste avond in de stad als we met Vercellese vrienden een bezoek brengen aan een stamkroeg van de tifosi van de Curva Ovest, de harde kern van Pro Vercelli. Mijn boek gaat als een lopend vuurtje door de tent. Vooral het hoofdstuk ‘Novara merda’ doet het goed. En of ze dat kunnen lezen! Het statement richting de aartsrivaal wordt zichtbaar gewaardeerd. De fans willen met me op de foto en de drankjes zijn gratis. “Het is makkelijk vrienden maken in Vercelli”, vertelt een barman mij later op de avond treffend.

Pro Vercelli - Como 2-0 (foto Ivan Benedetto) 5Jan Jongbloed
Met de supporters spreken we over voetbal. Een man met pretoogjes spreekt lovend over het Nederlandse Totaalvoetbal uit de jaren zeventig. Sindsdien heeft hij niet meer zulk mooi voetbal gezien. Vooral de meevoetballende keeper heeft diepe indruk op hem gemaakt. Met een gelukzalige lach op zijn gezicht maakt hij ons met voetbewegingen duidelijk wat hij bedoelt. Jan Jongbloed was zijn held. In geuren en kleuren vertelt de man over die ene keer dat hij zijn held ontmoette in Amsterdam, toen hij met een wederzijdse vriend optrok. “Pro Vercelli heeft met Mirko Pigliacelli ook een meevoetballende keeper”, merkt hij zijdelings op, en ter illustratie herhaalt hij met glimmende ogen nogmaals de voetbewegingen.

Eerder die dag traden we in de voetsporen van het Pro Vercelli van vroeger. De stad kende na al die jaren weinig geheimen meer voor mij, maar twee plekken aan de rand van de stad stonden nog op mijn verlanglijstje: de Via Marcello Bertinetti en de Via Giuseppe Milano, de enige twee straten in Vercelli die vernoemd zijn naar topspelers van weleer. Het was een aardige wandeling door de stad. Langzaam zagen we het straatbeeld overgaan van prachtige Middeleeuwse straatjes, groene wandelpaden en pleinen naar minder aantrekkelijke buurten in de buitenwijken. De Bertinettistraat bleek een meanderende weg van behoorlijke lengte, maar lag er verder verlaten bij zo aan de rand van de stad. Toch was ik in mijn nopjes er te zijn als eerbetoon aan de man die de voetbalafdeling van Pro Vercelli oprichtte en tevens de spil was van het kampioenselftal in 1908. Jaren terug zocht ik al eens zonder succes naar zijn graf, dus dit leek het beste alternatief om hem eer te bewijzen.

wedstrijdbeeld Pro Vercelli - ComoEerste aanvoerder van Italië
Om de hoek vonden we de Milanostraat, die van iets mindere allure was en naar een bedrijventerrein leidde. Op het straatnaambordje werd Milano geëerd als eerste aanvoerder van het nationale elftal van Italië en succesvol Pro Vercelli-speler voor de Eerste Wereldoorlog. We namen een paar foto’s van de straatnaambordjes. Op de terugweg passeerden we een straat die luisterde naar de naam Via F. Rossi. “Hey, de huidige nummer 10 Fausto Rossi heeft ook een eigen straat”, zei ik gekscherend tegen Wim. Voor de gein ging ik ook met dit straatnaambordje op de foto. Rossi had echter nog een lange weg te gaan voordat hij in de voetsporen van zijn twee voorgangers mocht treden. De grote zomeraankoop, die ooit namens Valladolid tegen Barcelona scoorde, was langdurig geblesseerd en naar verwachting uitgeschakeld tot de kerst. Hij speelde dit seizoen pas twee wedstrijden.

Alex Ferguson van de Serie B
De volgende dag zien Wim en ik Rossi met enkele andere geblesseerde spelers hersteltrainingen doen in het Silvio Piola Stadion. De rest van de ploeg traint op het hoofdveld. Het duurde even voordat de ploeg naar buiten kwam. Volgens de aanwezige fans en journalisten heeft dat te maken met de nieuwe trainer, die veel schijnt te praten met zijn spelers. Ze zijn zeer enthousiast over Mister Claudio Foscarini. Volgens een oudere man is hij de Alex Ferguson van de Serie B. Negen jaar lang was hij in die divisie coach van het nietige Cittadella en bereikte met die ploeg zelfs bijna de Serie A. Bovendien traint hij lang en hard en dat spreekt tot de verbeelding van de Vercellesi. De kampioenen van weleer stonden namelijk ook bekend vanwege hun (onconventionele) trainingsmethodes (zoals veel traplopen en de tram achterna rennen), tomeloze inzet en ongeëvenaarde wilskracht en teamgeest.

De training onder leiding van Foscarini maakt indruk op Wim en mij. De selectie wordt opgedeeld in twee ploegen: één krijgt groene hesjes. Op een half veld lopen beide ploegen door elkaar heen en moeten ze de bal naar een speler van dezelfde ploeg spelen. In hoog tempo hard inspelen, één keer raken en door bewegen. Na een paar minuten fluit de trainer en moeten de spelers de bal passen naar iemand van de andere ploeg. De oefening duurt een kwartier lang en om de paar minuten wordt gefloten. Het is weer eens wat anders dan een klassieke rondo. Daarna volgt nog een batterij aan start- en sprintoefeningen. De training wordt afgesloten met een partijtje op een half veld, met de doelen aan de lange zijden. Snel omschakelen is het devies. We zijn onder de indruk van de trainingssessie en gaan met goede moed terug naar het centrum van de stad.

Autogol
Bij het Café Imperiale van onze goede vriend Luca treffen we Chris met een aantal Pro Vercelli-supporters. Het gesprek gaat over de laatste wedstrijden van Pro Vercelli. De laatste weken won Pro twee keer dankzij een eigen doelpunt van de tegenstander. “Autogol wordt dit seizoen onze topscorer”, merkt sportjournalist Matteo cynisch op. Het baart de tifosi kopzorgen dat de topscorer van het vorige seizoen, Ettore Marchi, het net niet meer weet te vinden. Hij scoorde dit seizoen pas één goal. Het is druilerig weer. “Robbiano-weer”, vertelt Matteo. Hij refereert aan de vroegere naam van het Silvio Piola Stadion. Voordat het stadion werd vernoemd naar de voormalige Pro Vercelli-speler en topscorer aller tijden van de Serie A, droeg het de naam van de lokale luchtvaartpionier Leonida Robbiano. “Als het weer in die tijd zoals nu was, waterkoud tussen regen en mist in, dan won Pro altijd.”

“We gaan dus winnen?”, vraag ik aan Matteo. “Alles is mogelijk, laten we er maar het beste van hopen”, antwoordt hij enigszins terughoudend. De Vercellesi staan niet bepaald bekend om hun optimisme. “Wat denk jij?”, vraagt hij op zijn beurt. “5-0”, zeg ik met bravoure. De supporters barsten in schaterlachen uit. Een dergelijke score achten ze onmogelijk. “Als het 5-0 wordt, drink ik het hele café leeg”, roept Matteo luidkeels om zijn standpunt kracht bij te zetten. Chris doet er een schepje bovenop: “Als het 5-0 wordt dan eet ik gefrituurde kikkertjes!” Hij heeft de lachers op zijn hand. Ik voel me een beetje uitgelachen en zin op revanche.

Verkoop prijzenkast
Dan horen we over de prijzenkast van Pro Vercelli, die binnenkort wordt geveild. Sinds de overname van de club in 2010 door huidig voorzitter Massimo Secondo is die prijzenkast opmerkelijk genoeg in het bezit gebleven van de vorige eigenaar. Vanwege een persoonlijk faillissement komt het zilverwerk nu weer op de markt. Naar verluidt zal het op een openbare veiling voor het symbolische bedrag van duizend euro in handen komen van de gemeente, die dan over het culturele erfgoed waken zal. “Duizend euro, dat is geen geld!”, zeg ik tegen de supporters. “Voor dat geld wil ik ook wel een Scudetto op de wc”, zegt Wim gekscherend. “Kunnen wij ook bieden?” Matteo kijkt bedachtzaam en knikt dan van ja. Ik kijk Wim een moment aan en zeg dan: “Vierduizend euro! Verkocht!” De beduusde koppen van de zojuist nog schaterlachende tifosi zijn om in te lijsten.

Pro Vercelli - Como 2-0 (foto Ivan Benedetto) 2De volgende dag is het wedstrijddag. De zon schijnt, geen Robbiano-weer. Wim en ik hebben voor de lunch afgesproken met een andere vriend uit Vercelli. Gianluca is advocaat van beroep en in zijn vrije tijd voorzitter van supportersclub Forsa Pro. In die hoedanigheid is hij tevens verantwoordelijk voor de organisatie van het busvervoer naar uitwedstrijden. In de Serie B zijn die tripjes volgens Gianluca een genot op zich: “Vooral voor de wedstrijd begint. Dan bezoeken we de stad, bewonderen we bezienswaardigheden, nuttigen we een lekkere maaltijd en is alles goed omdat Pro nog niet heeft verloren…” Hij lacht erbij als een boer met kiespijn. Na de lunch zet hij ons af bij het stadion en zegt met een knipoog: “Geniet nog maar even nu het nog kan, want we hebben goed gegeten, het is lekker weer en Pro heeft nog niet verloren…”

Pro Vercelli - Como 2-0 (foto Ivan Benedetto) 3 jpg

Cinque Cinque!
Die knipoog is op zijn plaats, want Pro Vercelli kent een vliegende start tegen laagvlieger Como. De ploeg brengt de training van een dag eerder voorbeeldig in praktijk en tikt de tegenstander van het kastje naar de muur. Van de eerste tot de laatste minuut zijn de Leoni de baas op het veld. Binnen een half uur staat de thuisploeg al op een 2-0 voorsprong. Geamuseerd kijken Wim en ik naar Matteo en Chris naast ons. “Cinque, cinque!” zingen we uitdagend, vergezeld van handgebaren die verwijzen naar zuipen en kikkertjes oppeuzelen. Gelukkig voor hen is 2-0 ook de eindstand, maar dat had zomaar anders kunnen zijn. Marchi speelde een goede wedstrijd, maar vond helaas ook dit keer niet het net, ook al was hij er een paar keer dichtbij. Een andere opvallende speler was doelman Pigliacelli. Niet zozeer vanwege zijn meevoetballende kwaliteiten, maar vooral vanwege zijn spectaculaire katachtige reddingen op de spaarzame tegenstoten van de gasten. Tevreden verlaten we het stadion met de overwinning in de achterzak. Tenslotte is dat het enige dat in Italië telt.

Pro Vercelli - Como 2-0 (foto Ivan Benedetto) 6

Te ver weg van Rome
De volgende dag treffen we Federico op het prachtige Piazza Cavour in het centrum van Vercelli. Federico is student en al jarenlang een trouwe Pro Vercelli-supporter. De laatste jaren bezocht hij zelfs alle thuis- en uitwedstrijden van zijn club. Dat waren hele ondernemingen, vooral als de uitwedstrijden in Zuid-Italië plaatsvonden. Zo was hij de enige supporter in het uitvak bij de uitwedstrijd tegen Taranto twee seizoenen terug. We vragen Federico of hij nog Pro Vercelli-gerelateerde plekken weet die we nog niet hebben gezien. Hij wijst ons op de Campo Bozino, het oude trainingscomplex van Pro net buiten de stad. “Er is overigens niet veel te zien”, merkt hij erbij op. “Het complex is eigendom van de Italiaanse voetbalbond en die heeft het aan zijn lot overgelaten. Te ver weg van Rome…”

Desalniettemin gaan we op zoek naar het complex dat in 1958 werd gebouwd als eerbetoon aan de advocaat Luigi Bozino, vanaf 1896 decennialang succesvol voorzitter van Pro Vercelli en een van de eerste moderne voetbalbestuurders. Hij schopte het zelfs tot vicevoorzitter van de FIFA. Het is even zoeken, maar dan vinden we het complex. Het stijlvol vormgegeven jarenvijftiggebouwtje is verlaten en verkeert in erbarmelijke staat. We lopen eromheen en vinden aan de achterkant een toegang. We dwalen wat door het hoofdgebouw en de oude kleedkamers en werpen een blik op het trainingsveld dat door onkruid overwoekerd is. Op en top vergane glorie.

We verlaten Campo Bozino en lopen de straat uit. Tot onze verrassing komen we uit bij de gemeentelijke begraafplaats. Hier zijn we eerder geweest, jaren geleden. We zagen de tombe van Silvio Piola en het graf van Annibale Visconti. Hij besliste de eerste twee kampioenschapsfinales in 1908 en 1909 tegen US Milanese en was beroemd vanwege zijn kopballen van buiten de zestien. Eigenlijk zochten we het graf van Marcello Bertinetti, maar dat konden we helaas niet vinden. Nu we er toch zijn, wagen we nog een poging en lopen het kantoortje naast de toegangspoort binnen. In een oude kaartenbak vindt de zwijgzame man die ons helpt het kaartje van ‘Marcellino Bertinetti’ met daarop de vindplaats van zijn graf: St. Innocenti, grafnummer 78.

We dwalen over de begraafplaats op zoek naar de plek. Het duurt niet lang of we staan voor een fors mausoleum. Bovenaan de gevel staat ‘Famiglia Bertinetti’. Op het dak staat een stenen afbeelding van de Olympische vlam. Dit is de plek waar de gouden medaillewinnaar schermen van de Spelen in Amsterdam en Parijs zijn laatste rustplaats heeft. Ik gluur door het glas achter de spijlen aan de voorkant en ontwaar links zijn naam: “Marcello Bertinetti, Olympiër en geneeskundige” staat op zijn grafzerk. Ernaast een portretje van Bertinetti op leeftijd, met witte sik en doordringende blik. Op de weg terug naar de uitgang kijk ik opeens over mijn schouder naar links. Mijn oog valt op een grafsteen met in bronzen letters “Famiglia Bozino” erop. Tussen de namen op de steen staat ook die van Luigi Bozino. Bertinetti en Bozino, de mannen bij wie de Italiaanse voetbaldroom begon. De zon breekt door, de cirkel is rond.

De volgende dag vliegen Wim en ik over de besneeuwde Alpentoppen terug naar huis. Achter ons verdwijnt de witte wereld van Pro Vercelli langzaam uit het zicht.

Pro Vercell- Como 2-0 (foto Ivan Benedetto) 6Gideon van der Staaij
Staantribune-volger

Foto’s: Ivan Benedetto – Iguan Photo

Heb je ook een leuke groundhoptrip gemaakt? Stuur je verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.