Heb jij, net als Staantribune-volger Gijs van der Poel, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.

“Maar nou hebben we het komkommerspel niet gespeeld!” Het was een gepast einde van een gepast teamweekend. Ruim drie jaar geleden heb ik voor mijn eigen veiligheid mijn rugbyschoenen ingewisseld voor voetbalschoenen en ben ik in de reserve vijfde klasse gaan spelen. Mijn gebrek aan kwaliteit, de opkomst van het kunstgras en een blessuregevoeligheid waar geen wonderdokter tegenop gewassen is, zorgde er echter voor dat ik met maar een handvol wedstrijden in de benen Zaterdag Heren 7 weer verliet. Mijn laatste wapenfeit was het organiseren van een teamweekend met als bestemming Bochum. En het plannen daarvan ging niet geheel vlekkeloos.

Bochum is namelijk geen idyllisch stadje met schattige huisjes, hipsterkoffie, quinoa-saladebars, cultureel verantwoorde monumenten en andere hoogwaardige activiteiten. Heb je echter een fetisj voor troosteloze kolensteden in de stromende regen, dan is het echt een topbestemming. Het is ook een fantastische plek om je vol te laten lopen met Duits bier. In de Bermuda Dreieck verlies je zonder enig probleem je geheugen, vrienden en waardigheid. Het is ook de thuisstad van VFL Bochum en ligt vlakbij Dortmund en Gelsenkirchen en is daarmee een fantastische bestemming voor groundhoppers die een uitvalsbasis moeten kiezen voordat het speelschema bekend wordt. Je kan er immers wel vanuit gaan dat er tenminste één regionaal team thuis speelt. Zo niet bij ons. VFL en Borussia speelden uit en Schalke speelde pas op zondagavond laat. Dat in combinatie met een weersvoorspelling van regen, regen en nog meer regen bracht de organisatiecommissie in enige verlegenheid.

Toen we vrijdagavond aankwamen, bleek de stromende regen werkelijkheid te zijn en stonden we meteen met 2-0 achter. Gelukkig bleek het team niet voor één gat te vangen en zetten ze de schouders eronder om een valse start toch nog goed te maken. Het werd een weekend van traditionele Duitse restaurants, karaokebars, sportbars, poolbars, bars in het algemeen, obscure clubs langs spoorwegen, kebabtenten, ‘steenkolenduits’ en curryworst. Ook was er bijzonder veel interesse in het komkommerspel, hoewel niemand precies wist wat het inhield, hadden de heren netjes allemaal een komkommer meegenomen.

Uiteindelijk stapte er zondagochtend een zwaar gehavend en brak voetbalteam terug in de auto naar huis, maar niet voordat het toetje op het programma stond. Het lot was ons namelijk gunstig gezind, want Fortuna Düsseldorf speelde zondagmiddag thuis tegen Union Berlin en daarvoor hoefden we niet heel ver om te rijden.Fortuna Düsseldorf speelt in een stadion dat nog het meeste weg heeft van het buitenechtelijke kind van de Johan Cruijff ArenA en Hoog Catherijne. Het lijkt een beetje op een winkelcentrum waarin ook gevoetbald zou kunnen worden. Dat komt ook doordat er in koeienletters Esprit op staat, wat ik alleen uit winkelcentra ken. Ook hebben de stoeltjes van die lekker gekke kleuren in plaats van de kleuren van de thuisspelende ploeg. Aangezien iedereen in het rood-wit rondloopt, gaan we op zoek naar de fanshop, maar die kunnen we om onduidelijke redenen niet vinden. Ik kom zelfs het stadion niet in. Het blijkt namelijk dat we van de acht op internet gekochte kaartjes er maar zeven hebben geprint en dus sta ik in mijn steenkolenduits aan een knorrige meneer achter een kassa uit te leggen dat ik ben vergeten mijn kaartje te printen. Dat gaat wat stroef.

Een kwartier later sta ik met twee geprinte kaartjes, die beiden niet het correcte kaartje zijn, mezelf toch naar binnen te lullen. Het gebrekkige Duits in domme toeristenmodus zorgt ervoor dat ik toch naar binnen mag. Terwijl het laatste geld bij elkaar geschraapt wordt om Duitse halve liters en Bratwurst naar binnen te werken, blijkt niemand eigenlijk te weten hoe laat de wedstrijd precies begint. Terwijl iedereen om ons heen nog rustig zijn bier aan het bestellen is, komen we tot de conclusie dat we nog iets minder dan tien minuten hebben tot de aftrap en we hebben werkelijk geen idee hebben waar ons vak überhaupt is. We zoeken wanhopig en een paar stewards herkennen de wanhoop en wijzen ons rustig naar de goede kant van het stadion. Aangezien er nergens rijen zijn, halen we met gemak het begin van de wedstrijd en zitten we op een zittribune waar de helft blijft staan. Vanaf minuut vijf is dat een officiële staantribune, wat de sfeer ten goede komt.Aangezien het ons niet gelukt is om wat rood-wits te bemachtigen, vallen we nogal uit de toon. Dat we toeristen zijn, valt onze achterburen dan ook direct op en een gezellig gesprek ontstaat over het voetbal in beide landen, de teloorgang van de Nederlandse competitie en de stand van zaken in de Tweede Bundesliga. We komen tot de conclusie dat Fortuna het goed doet dit seizoen, ze staan immers eerste, en dat het nieuwe wonderkind Florian Neuhaus heet en gehuurd is van Borussia Mönchengladbach.

Wat ook opvalt, is dat het stadion/winkelcentrum maar halfvol zit, wat op zich niet zo vreemd is aangezien de Esprit Arena met 54.600 plaatsen zelfs net iets groter is dan de Johan Cruijff ArenA. Met ruim 26.000 bezoekers mag je als tweededivisieclub wel tevreden zijn, lijkt me. De sfeer is er overigens fantastisch. De bezoekers uit Berlijn maken veel lawaai en ook de thuissupporters laten zich goed gelden. Aangemoedigd door mannen met rood-witte megafoons schreeuwen ze hun ploeg naar de 1-0 in de eerste helft. Het frommeldoelpunt is typerend voor het spel. Niet altijd van een hoog niveau, maar door strijd en wilskracht komen de teams wel vooruit.

In de rust worden de plastic bekers, waar een euro statiegeld op blijkt te zitten, weer aangevuld en we hopen dat de ietwat doodgebloede wedstrijd weer tot leven komt. Onze gebeden worden verhoord, want Union wordt sterker en sterker en door een prachtige kopbal en een schlemielig eigen doelpunt, staan de gasten opeens op een 1-2 voorsprong. Het publiek lijkt even uit het lood geslagen, maar gaat dan weer als één man achter de thuisploeg staan. Dat heeft het effect, want de spelers zetten nog een keer de schouders eronder en vlak voor tijd valt de 2-2. Het stadion is opgelucht, maar het jongensboek moet nog geschreven worden. In de blessuretijd krijgt Florian Neuhaus, wie anders, de bal voor zijn voeten en doordat de keeper zich volledig verkijkt op zijn schot, valt de 3-2 binnen. Het stadion barst bijna uit zijn voegen en ook wij worden meegenomen in de feestvreugde.

Terwijl de spelers de overwinning met de fans vieren, krijgen de ballenjongens een jaarsalaris aan statiegeldbekers naar zich toegegooid. De fans gooien massaal hun statiegeldbekers naar beneden, waar de knaapjes enorme torens van maken, die ze daarna voor een hoop geld weer inleveren. De Nederlandse heren zijn moe maar voldaan en we vertrekken weer naar huis, terwijl ik om me heen hoor dat Fortuna Düsseldorf er weer wat Nederlandse fans bij heeft gekregen. Een wedstrijd vol strijdlust met een fantastisch publiek. Een mooi weekend met een prachtig toetje.

Het komkommerspel komt een volgende keer wel.

Heb jij, net als Staantribune-volger Gijs van der Poel, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.