De pers noemde zijn naam al een paar jaar, maar in 2005 brak Lionel Messi definitief door. La Pulga (‘De Vlo’) maakte de hoge verwachtingen op alle fronten waar en is uitgegroeid tot misschien wel de beste speler aller tijden. Ooit wil ik hem een keer live zien, liefst in Camp Nou. Want dat is er tot de dag van vandaag nog niet van gekomen. Tenminste, dat dacht ik tot voor kort.

Met mijn studievriend Mark bezocht ik in mei 2005 voor het eerst een wedstrijd van FC Barcelona. Het weekend ervoor was Barca landskampioen geworden. Stiekem hoopten we dat dat tijdens ‘onze’ wedstrijd tegen Villarreal zou gebeuren. Wat we wel mochten meemaken, was de huldiging van de nieuwbakken kampioenen voor aanvang van de wedstrijd.


Hoog in de nok achter een van beide doelen had ik mijn splinternieuwe digitale camera in de maximale zoomstand gezet om een glimp van de toenmalige sterspelers, Ronaldinho en Samuel Eto’o, vast te leggen. Op het moment dat de Catalaanse spelers door een gele erehaag van Villarreal-spelers werden verwelkomd, ging er een orkaan aan gejuich op. Het stadion dat tien minuten voor de wedstrijd nog nagenoeg leeg was, veranderde op slag in een kolkende massa. Het kippenvel raasde over mijn lichaam. En onze Nederlandse trots zwol in gelijke mate aan. Dit kampioenschap was immers de zevende achtereenvolgende titel van Barça onder een Nederlandse coach. Na Cruijff (1991-1994), Van Gaal (1998 en 1999) had deze keer Frank Rijkaard La Liga gewonnen, met Giovanni van Bronckhorst op de bank.


Het clublied schalde door de luidsprekers en de spelers en begeleiders lieten zich vereeuwigen met de felbegeerde trofee. De foto’s die ik hiervan heb genomen, zijn helaas niet scherp, en dus verdwenen ze in een weinig gebruikte map.

Laatst zag ik een professionele foto van de huldiging van toen. Het is grappig om te zien hoe anders de verhoudingen destijds waren dan tegenwoordig. Een jonge Iniesta, die zijn arm broederlijk over de schouders van Van Bronckhorst legt. Met de WK-finale van 2010 in het achterhoofd is dit een bijzonder beeld. Zeker met mannen als Xavi en Puyol iets verderop.

Voor Eto’o had deze wedstrijd nog een persoonlijk tintje. Hij kon nog steeds de ‘pichichi’-bokaal, voor topscorer van de Spaanse competitie, winnen. Zijn grootste concurrent, Diego Forlán, speelde die avond bij tegenstander Villareal en scoorde binnen een half uur tweemaal. Barcelona leek af te stevenen op een debacle, maar zes minuten later was de stand alweer gelijk door treffers van Ronaldinho en Giuly. In de tweede helft kwam Barça op voorsprong, maar met zijn derde treffer stelde Forlan een gelijkspel veilig en nam hij een voorschot op zijn topscorerstitel.


Enkele weken voor deze wedstrijd had een zeventienjarige jeugdspeler met de naam Messi als invaller zijn eerste Liga-doelpunt gescoord, thuis tegen Albacete. Ook hij had dus zijn steentje bijgedragen aan deze eerste landstitel in zes jaar. Messi werd een maand later met zijn land jeugdwereldkampioen onder twintig jaar. En in de voorbereiding op het nieuwe seizoen speelde het supertalent Juventus helemaal zoek in Nou Camp. Maar dat wist ik op 22 mei 2005 allemaal nog niet.

Kijkend naar de foto’s van die avond in Camp Nou, zie ik nu een onopvallend jochie, gekleed in een flets grijs jack. Hij valt in het niet bij alle grote mannen die in de buurt van de Liga-bokaal staan. Maar hij is het wel degelijk: de speler die nadien alle records zou verbreken. En dus kan ik nu zeggen: ik heb Messi zien poseren met de eerste prijs van zijn carrière, nog voordat-ie echt beroemd werd. Ongemerkt, maar wat geeft het. Dat er minimaal 84.537 toeschouwers zijn die hetzelfde kunnen beweren, doet aan dit feit niets af.

Heb je ook een leuke groundhoptrip gemaakt? Stuur je verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.