Heb jij net als Staantribune-volger Jimmy Hilgen een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.

In 2016 bezocht ik een thuiswedstrijd van Rangers tegen Alloa Athletic. Daar liep ik Andy tegen het lijf. Een aantal maanden geleden stuurde ik hem een berichtje. Of hij misschien kaarten kon regelen voor de Old Firm. Andy is tenslotte al 35 jaar seizoenkaarthouder op de Sandy Jardine Stand op Ibrox. Hij is een echte bluenose en wil dat met een Rangers-tattoo op zijn borst ook graag laten zien. 

In eerste instantie leek het onmogelijk, maar paar weken later kreeg ik ineens een appje of ik nog naar de Old Firm wilde. Het was hem gelukt een seizoenkaart te bemachtigen. 

Op vrijdag vertrok ik in alle vroegte naar Edinburgh, waar ik bij Andy overnachtte. Ik kreeg een goede indruk van hoe het Schotse leven er aan toe gaat. Wat opviel was dat de Schotten al de hele week naar de Old Firm toeleven. Het is niet zomaar een derby of een potje voetbal, dit gaat veel verder en dieper. Hier zitten eeuwenoude vetes en religies achter.

Stenhousemuir
Andy pikte mij op van het vliegveld van Edinburgh. Onderweg hadden we het over de huidige staat van het Schotse voetbal. We waren het erover eens dat het niveau flink gekelderd is. Eén club in het bijzonder kwam bovendrijven, alleen al om die prachtige naam: Stenhousemuir. Het stadion van die club ligt slechts enige kilometers van het huis van Andy vandaan en we besloten een kijkje te nemen.

Het Ochilview Stadium van Stenhousemuir bestaat onder meer uit de prachtige Norway Stand, vernoemd naar de fans die regelmatig overkomen uit Noorwegen om de club aan te moedigen. Helaas wordt de nostalgische aanblik van het stadion verpest door het kunstgrasveld. Voor de supporters die geïnteresseerd zijn in fanartikelen is er  helaas geen gigantische stadionshop. Stenhousemuir lijkt aan een soort oude vervallen frietkot genoeg te hebben.

Partick Thistle
In de omgeving van Glasgow zijn veel voetbalclubs en aangezien de zaterdag nog openstond, besloten we een wedstrijd te bezoeken. De keuze viel op Partick Thistle, de derde club van Glasgow, dat speelde tegen Aberdeen, waarvan zeven bussen met supporters aanwezig waren. 

Nadat we een kaartje hadden gekocht voor de North Stand, wurmden we ons door de turnstiles. De Main Stand was ingenomen door de meegereisde Aberdeen-fans. Het lijktalsof er sinds de oprichting in 1876 niets meer aan deze tribune is veranderd. De North Stand, waar wij zaten, stamt uit de jaren tachtig en de Jackie Husband Stand is weer wat nieuwer. De vierde zijde van het stadion bestaat uit een heuvel met gras, waar je niet mag komen. 

Het had niet veel gescheeld of Andy was een Thistle-fan geweest. Zijn vader en oom besloten in de jaren zestig dat ze genoeg hadden van het amateurvoetbal. De ene week gingen ze bij Glasgow Rangers kijken, de andere week bij Partick Thistle. Bij een bezoek aan Rangers namen ze Andy mee, het andere weekend was zijn broer Graham aan de beurt. Wie weet hoe het was gelopen als het andersom was geweest. 

Bijna vierduizend fans aanschouwden hoe de mascotte van Thistle  – een mannetje in een gele strakke broek met een zon als bovengedeelte – de zon probeerde binnen te halen op een troosteloze dag. Hoewel het niveau niet hartverwarmend was, werd er toch een leuk potje voetbal gespeeld. Het rommelige en fanatieke spel – zo nu en dan zagen we een vliegende tackle voorbijkomen – bracht Thistle de meeste kansen. 

Voor ons op de North Stand stonden drie oude mannetje met stokken, die waarschijnlijk in hun jongere jaren de harde kern van Thistle hadden gevormd. Ze probeerden met hun schorre stemmen de scheidsrechter en de spelers nog enkele for fuck sake you fucking idiot! toe te bijten. Achter ons zaten een paar jochies van een jaar of zeven die zich hardop afvroegen wanneer de rest van de harde kern het sheepshaggers-lied in ging zetten richting de Aberdeen-supporters. De overvloed aan schapen in het noorden van Schotland heeft de bezoekende aanhang deze bijnaam bezorgd.

De tweede helft was niet veel beter en de wedstrijd eindigde zoals het begon: 0-0. De regen kwam nog steeds met bakken uit de lucht en het werd dus tijd om snel naar de auto te gaan. 

Old Firm
Op zondag vertrokken we vroeg vanuit Croy. De trein was al aardig gevuld met het rood, wit en blauw van de Rangers. Op het station Glasgow Queen Street zagen we alle Rangers-fans samenkomen en hun pad vervolgen naar het stadion. Bij metrostation Ibrox ademt alles Rangers. Kioskjes, winkels, pubs, alles is uitgedost met het Rangers-logo of -clubkleuren. Schitterend om te zien in de aardig verpauperde wijk rond Ibrox. Er was veel politie op de been. De megastore is leuk om even doorheen te wandelen en vervolgens gingen we naar de Copland Stand, waarachter een groot eerbetoon hangt aan alle oud-spelers, zoals onder anderen Paul Gascoigne en Graeme Souness. Het hoofdgebouw is schitterend, opgetrokken in rode bakstenen en met de oude poort er nog naast.

Wij gingen de Sandy Jardine Stand op en een kwartier voor kick-off was het stadion nog maar voor een kwart gevuld. Kennelijk is het in Schotland zo dat supporters later bij wedstrijden komt om nog een extra biertje te drinken in een van de vele pubs.  Vijf minuten voor de aftrap was het stadion dan ook ineens vol.

We moesten goed zoeken om nog een vrije plaats te vinden. Van de groen-witte kant waren 7.500 supporters meegekomen en daarvoor was de gehele Family Stand ingericht. De Old Firm is voor buitenstaanders altijd lastig te bezoeken. De seizoenkaarthouders op de Family Stand worden namelijk elders in het stadion herplaatst.

Op de Copland Stand lagen allemaal rood-wit-blauwe vellen papier die omhooggehouden het Rangers-logo en de bijnaam Gers vormden. Bij opkomst werd Simply the Best van Tina Turner door bijna het hele stadion uit volle borst meegezongen, een echt kippenvelmoment.

Dan de wedstrijd. Na drie minuten scoorde Josh Windass een prachtige goal. De ontlading om mij heen was compleet. Iedereen viel elkaar om de nek en was door het dolle heen. Helaas was het even later alweer gelijk, maar kwam Rangers toch weer met 2-1 voor.

Net voor rust maakte Celtic weer gelijk. Na rust werd het spel er niet beter op en na een rode kaart aan Celtic-zijde door een elleboogstoot kwamen de bezoekers zelfs nog op 2-3. Daar bleef het bij. Het is schitterend om het fanatisme te zien bij de Rangers- en Celtic-fans. Gezang en gescheld over en weer en passie voor de club.

Bij het laatste fluitsignaal kwam een provocerend spandoek bij de Celtic-fans omhoog met de tekst: Title race? Know your place. Dat viel natuurlijk niet goed aan Rangers-zijde, maar enige vorm van rellen heb ik niet gezien. Maar dat lijkt me ook vrij lastig gezien de enorme politiemacht en de dreigende zware sancties. 

Na de wedstrijd gingen we naar een nabijgelegen vrijmetselaarsclub. Deze wordt altijd opengesteld voor Rangers-fans na thuiswedstrijden. Je betaalt een pond entree en een pint kost 2,50. Ondanks het verlies was de sfeer goed in de club, waar de Rangers-fans uit volle borst zongen. Na een paar uur besloten we het metrostation op te zoeken. Het was een schitterend weekend met een bezoek aan een van de mooiste derby’s ter wereld.

Heb jij net als Staantribune-volger Jimmy Hilgen een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.