Heb jij net als Staantribune-volger J. Ferrante een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.

Solo gli ultras vincono sempre

Vier jaar geleden overleed Napoli-supporter Ciro Esposito, nadat hij voor de bekerfinale van 2014 was neergeschoten door Roma-supporter Daniele De Santis (DDS). De rivaliteit tussen de twee Italiaanse clubs is sindsdien bitterder dan ooit. Het is zondag 28 oktober 2018, speelronde tien van de Serie A en de Derby del Sole staat op het programma: Napoli – AS Roma. Over de balustrade van de Curva A hangt een spandoek met de tekst ‘DDS AIDS’. Het uitvak ernaast is net als de drie voorgaande seizoenen leeg. Ik sta vanavond aan de overkant op de Curva B, tweede ring, links van de televisiecamera’s.

Na de dubbele controle bij de ingang stop ik m’n kaartje in de gleuf bij de draaihekken. De enige stadion-elektronica die ik vanavond zal zien. Geen tv-schermen of pinapparaten, heerlijk. Het blijft een magisch iets om de trappen van Stadio San Paolo te beklimmen. Een stadion met zoveel historie, ondanks het magere aantal prijzen: slechts tien op het hoogste niveau.

Bij de ingangen op de omloop van de Curva B warmen de ultras zich op voor de wedstrijd. Er wordt getrommeld, gesprongen en gezongen. Rode rook zoekt zich ondertussen een uitweg via de ingang naar het vak. Na de warming-up vind ik een plekje recht boven het doel en midden op de doorloop. Stewards zijn er niet en stoeltjes worden alleen bovenin en aan de zijkanten van de curva gebruikt. Achter me zijn de megafoons inmiddels aangezet en een van de capo’s maakt in niet mis te verstane woorden duidelijk hoe belangrijk deze wedstrijd is. Dat Napoli zes punten achter koploper Juventus staat heeft hier niets mee te maken. De Romeinen worden hier sinds de bekerfinale van 2014 meer gehaat dan ooit.

Onder luid gefluit komt de ploeg uit Rome het veld op in een geel tenue met rode sokken, dat me doet denken aan een kuikenspak. Volgens goed gebruik wordt even daarna de hymne van de Serie A overstemd door een luid fluitconcert. Daarna stellen beide teams zich op om vervolgens nog vijf minuten balletjes rond te moeten tikken, omdat het VAR-systeem niet werkt. De ultras van de curva b spugen hun afkeer van de tribunes: Noi odiamo il calcio moderno (“Wij haten het moderne voetbal”). De ultras met een stadionverbod, die voor de televisie zitten wordt ook nog even een hart onder de riem gestoken. Op de wijs van en wie niet springt zingt de hele korte zijde: e passerà, e la diffida passerà (“De verbanning gaat voorbij”).

Ik tuur naar de overkant om de spandoeken op de Curva A beter te inspecteren. Helemaal bovenin lees ik de tekst van een nieuw spandoek in het stadion: solo gli ultras vincono sempre (“Alleen de ultras winnen altijd”). Onzichtbaar voor de mensen die minder gelukkig dan ik zijn en de wedstrijd op televisie moeten volgen. Zij zien vooral de lege eerste ring met verkleurde rode stoeltjes.

De wedstrijd begint vijf minuten later en Napoli domineert vanaf de eerste minuut. Het is al snel duidelijk dat Roma voor maximaal één punt is afgereisd. Na een klein kwartier staat er echter 0-1 op het scorebord: El Shaarawy heeft tot ieders verbazing de openingstreffer binnengeschoten. Het gezang en getrommel op de curva gaat ondertussen net zo hard door. De klassieker Napoli gonfia la rete (“Napoli, bol het net”) wordt minutenlang herhaald.

Waarom de tegenstander vandaag in kuikenspakken het veld op is gekomen, wordt na de openingstreffer duidelijk. Roma speelt mogelijk nog defensiever en begint na twintig minuten zelfs al met tijdrekken. Het dieptepunt wordt in de 43ste minuut bereikt als De Rossi vanwege een blessure wordt gewisseld. Tergend langzaam wandelt hij het veld af. Je kunt het iemand die normaal vroegtijdig naar de kant moet vanwege een rode kaart eigenlijk niet kwalijk nemen, maar toch… Drie minuten later wordt er na een minuutje blessuretijd gefloten voor de rust.

Ik begeef me naar de toiletten in een stenen gebouwtje op de omloop. De afvoer van de meeste pisbakken werkt amper en uit drie van de vier kranen komt geen water.


De tweede helft staat op punt van beginnen en de ballenjongens springen van de rand van de dichtgemetselde spelerstunnel. De tunnel waaruit hun opa’s in de jaren tachtig op zondag hun messias zagen komen. De brandweerman naast de jongens zet zijn helm weer op en de tweede helft kan beginnen.

Daags na het ongelukkige gelijkspel tegen PSG in de Champions League hebben we genoeg pech gehad voor deze week. Ik voel dat de mensen om me heen hetzelfde denken. Napoli blijft domineren, maar is bijzonder ongelukkig in de afronding. Roma blijft verdedigen, tijdrekken en lijkt het aanvallen volledig verleerd. In de 74ste minuut ontploft een deel van het stadion, nadat Dries Mertens een steekballetje op José Callejon geeft en de bal in het net vliegt. Helaas, de vlag van de grensrechter stond al omhoog.

Op de tribune wordt via de megafoons ondertussen het zoveelste liefdeslied ingezet. Voor een voetbalromanticus is het genieten op de Curva B. In bijna alle liederen van de ultras bezingt men de liefde voor het shirt van Napoli. Sono qui per te, io della maglia azzurra sono innamorato (“Ik ben hier voor jou, ik ben verliefd op het blauwe shirt”). Om me heen zie ik de grote vlaggen zwaaien die de Curva B zo kenmerken en de geur van pyro rook dringt mijn neus binnen. Af en toe klinkt een oorverdovende knal, wanneer er vuurwerk in de lege eerste ring wordt gegooid.

De Romeinse muur voor ons op het veld houdt nog steeds stand en we gaan al bijna de blessuretijd in. Er is weinig hoop dat er nog een punt uit deze strijd gesleept zal worden als de extra tijd omgeroepen wordt: vier minuten. Dan opeens worden de Romeinen verrast. Insigne zet met een razendsnelle actie de bal voor vanuit linkerhoek van de zestien. De acht gele ‘kuikens’ in het doelgebied kijken verbaasd waar de bal heen draait. Callejon haalt vol uit met zijn zwakke been en de bal dreigt rechts naast het doel te belanden. Maar dan is daar Dries Mertens. Met binnenkant rechts tikt hij de bal in het doel van het dak. Het San Paolo explodeert.

Dries rent met de bal richting middenstip. Er is geen tijd om zijn goal uitgebreid te vieren, daarom draait hij zijn hoofd richting onze kant van het stadion en kust het logo op zijn blauwe shirt tweemaal. Even is er hoop dat de Napoli-fans vanavond krijgen waar zij recht op hebben, maar dan klinkt het laatste fluitsignaal. Het gezang op de tribunes gaat onverminderd door.

Tot mijn grote verbazing verlaat het grootste deel van de Napoli-spelers teleurgesteld het veld. Alleen aanvoerder Hamsik, Albiol, Malcuit, Dries, Koulibaly en keeper Ospina maken een ereronde. Twee keer onverdiend puntverlies in een week is de rest van de spelers blijkbaar te veel. Terwijl het vak langzaam leeg stroomt, blijven de trommels doorgaan en de handen klappen, en klinkt er een laatste liefdeslied.

Alleen de ultras winnen altijd.

Foto’s: Pro Shots

Heb jij net als Staantribune-volger J. Ferrante een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.