Soms heb je bij een voetbalwedstrijd in België zomaar een klik met iemand in de kroeg. Zoiets gebeurt regelmatig aan de bar. Je doet een bestelling en er wordt daarna nog een keer naar je bestelling gevraagd door de barvrouw. Ze verstaan je vaak niet meteen, want perfect ABN kennen Belgen niet altijd. Zij zijn hun eigen accent gewend. Na drie keer “Wat? Wat zeg je? Wat?” heen en weer geroepen te hebben, is de bestelling goed overgekomen. En dan heb je de aandacht van andere barhangers, of ze kijken je weg, nemen weer een nipje van hun pintje en keren terug naar hun eigen wereld.

Maar er zijn dus ook mensen die zich naar je wenden en een gesprek aangaan. “Zozo, whisky? Geen pintje?” Als je dan zegt dat je geen bier lust, moeten ze lachen. Belgen snappen daar niks van. Daar heeft altijd al een biercultuur geheerst. De praatgrage Belg zat zo tegen de zeventig jaar aan. Een mooie man. Een geruit overhemd, met paarse tintjes, net iets te ver opengeknoopt. Inclusief een vrij grote rode neus, met daar bovenop een prima bril. “Helemaal uit Nederland, ja? Voor de voetbal?” Een fijne man om een fijn simpel gesprek mee te houden. “Deventer? Nog nooit van gehoord.” Op de vraag of hij nog naar de wedstrijd ging, klonk lachend een ontkennend antwoord. “Ik vind voetbal eigenlijk niks aan.” Maar toch elke twee weken in deze kroeg aan de bar zitten. “Ik hoor hier het juichen wel als ze een doelpunt gemaakt hebben.”




Groundhoppen is tegenwoordig een modewoord geworden. Je zou het ook kunnen zien als een gezellige dag uit. Dat is de bedoeling uiteindelijk. De voorpret, een gezellig autoritje en daarna de kroeg in. Uiteindelijk hoort er ook nog een wedstrijdbezoek bij, maar die wedstrijd is vaak een hinderlijke onderbreking. Randzaken en humor onderling zijn het belangrijkste. Over een club als Beerschot is al veel gezegd, maar nooit genoeg. Als je graag cafébezoeken aan voetbalt koppelt, is Beerschot een goede keus. Rondom het stadion is genoeg keuze aan kroegen. Café Stadion, Café Change en Het Kartel zijn zomaar drie aanraders en als je nog verder de wijk intrekt, kom je meer kroegen tegen.


Afgelopen vrijdag speelde Beerschot de openingswedstrijd van het seizoen tegen Royale Union Saint-Gilloise, ook al een mooie naam in het Belgische voetbal. De supporters hadden er zin in. Twee uur voor de wedstrijd stroomden de straten rondom het Olympisch Stadion vol met in het paars uitgedoste supporters, van heel jong tot heel oud. In cafés en op straat werd ingedronken. De straat was voor deze tweewekelijkse gelegenheid dan ook afgesloten voor verkeer. Na de wedstrijd, die overigens met 3-0 door de thuisploeg werd gewonnen, stroomden de straten weer vol met uitgelaten en zingende supporters.

In het café zat dezelfde oudere man nog steeds op dezelfde plek aan de bar. We drukten hem een mooi getapt pintje onder zijn iets roder geworden neus. “Dit is mijn laatste hoor. Op de overwinning!”

Heb jij, net als Staantribune-redacteur Robert Bugter, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.