Heb jij, net als Staantribune-redacteur Stijn Slaats, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.

In Euskadi wordt er volop tegen een bal getrapt. Liefst vijf Baskische ploegen spelen in het seizoen 2016-2017 in La Liga. Daarnaast huizen er binnen een straal van een paar kilometer van Bilbao diverse clubs die uitkomen in Grupo II van de Seguna División B, het derde niveau in Spanje. Wij gingen in april 2017 op bezoek bij het in degradatienood verkerende Sestao River Club.

Met de metro sta je vanuit het stadscentrum van Bilbao binnen een half uurtje voor de poorten van drie leuke clubs: het historische Arenas Club de Getxo (die in 1919 de Copa del Rey wonnen ten koste van FC Barcelona), Barakaldo CF dat in 2017 haar honderdjarig jubileum viert en Sestao River Club. Alle drie spelen ze in dezelfde competitie. Samen met bekendere clubs als Albacete, Real Unión de Irún en de beloftes van Athletic de Bilbao en Real Sociedad. Zo staat elk weekend wel een lokaal ‘gevecht’ gepland.

Omdat we ’s avonds naar Athletic de Bilbao tegen Malaga gaan, geldt Sestao River Club-UD Logroñés voor ons als meest ideale entrada (voorgerecht). Na de siësta duiken we de metro in. Sestao staat vooral bekend om de staalindustrie, de Altos Hornos de Vizcaya. Hoogovens dus. We zien er weinig van. We komen op een dorpspleintje weer bovengronds. Het is nog slechts een lange straat afdalen naar Estadio Las Llanas.

Sestao River Club bestaat pas twintig jaar en borduurt voort op het failliet gegane Sestao Sport Club. De laatste schurkt in 1987 tegen promotie naar de Primera Division aan, maar komt net twee punten tekort en zal nooit het tweede platform ontstijgen. Onder een zwart-groene vlag staan er wat fans te buurten. Iets verderop spotten we veel rood-wit. Fans van Athletic de Bilbao die al aan het indrinken zijn, gokken we. Helemaal mis. Het blijkt een grote groep UD Logroñés-aanhangers. De club uit de Rioja-wijnstreek, waar ooit Toni Polster onder contract stond, is herdoopt en krabbelt nu op in de derde divisie. De fans zijn er niet minder hartstochtelijk om. Met ruim vierhonderd man maken ze meer kabaal dan de aanwezige thuisfans.

Het stadionnetje is een heerlijk aan elkaar geflanst geheel. Aan de ene kant lijkt er een stuk klooster aan vast gebouwd te zijn, aan de andere kant een soort garagebedrijf, of zou het een sporthal zijn? Nadat we eenmaal binnen zijn gekomen via de hoofdingang, zien we dat de opstelling nog gewoon aangeplakt wordt op een pilaar. Oude mannetjes pennen deze driftig over. De modernere pensionado neemt een foto met zijn telefoon. Er is een bar die stukken stokbrood met enorme plaggen tortilla ertussen verkoopt. Niemand heeft trek. Achter de goal, eigenlijk in het doelnet, speelt een jongen met een tennisracket. Fans die naar de andere kant willen, moeten door een soort eenpersoonskerker naast de hoekvlag. Uiteraard zit er ook een zonnebloempit spuwende fan. Het is voetbal zoals het bedoeld is. De Logroñes-fans worden beloond voor hun fanatisme en mogen de drie punten mee naar huis nemen, het wordt 0-1.

Heb jij, net als Staantribune-redacteur Stijn Slaats, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.