Nog één keer zoek ik op de hotelkamer in Buenos Aires het voetbalschema erbij. Voor de zekerheid, want het is nogal veranderlijk. Ook nu weer. Op onze eerste dag in Argentinië krijgen we de bevestiging dat het lastig wordt om iets te plannen. We moeten ons aanpassen en vooral met de dag leven. Daarover gesproken: om half vier staat nu ineens een wedstrijd ingepland. Almagro tegen Gimnasia de Jujuy. Eerste divisie, provincie Buenos Aires. Mijn vader en ik kijken elkaar aan en denken hetzelfde: “Waarom niet?”

Op de plattegrond zien we dat de wijk Almagro niet ver is, bovendien goed bereikbaar met de metro. We raken verdwaald in het ondergrondse stelsel, op zoek naar een vervoersbewijs. Een voorbijganger aanschieten helpt ons uit de droom. Voetbalclub Almagro ligt niet in de wijk Almagro, maar ver buiten de stad. “Vergeet het maar”, zegt zijn lichaamstaal.


Bij de uitgang van het metrostation staat een taxi. De Spaans sprekende chauffeur kijkt ons vreemd aan. Hij dacht de immense stad uit z’n hoofd te kennen, maar op Estadio Almagro moet hij het antwoord schuldig blijven. Hoofdschuddend raadpleegt hij het stratenboek van een collega. Als wij op het punt staan om ons plan te wijzigen, ziet hij een financiële kans. “Het is iets van dertig kilometer”, meen ik deze Independiente-supporter te horen zeggen. “Ik breng jullie wel.”

Ineens kan hij zich herinneren dat Almagro in dezelfde kleuren speelt als Internazionale en begint onophoudelijk aan Spaanse verhalen over voetbal. Hij vindt het mooi, twee Nederlanders die het avontuur wagen voor een afgelegen voetbalstadion. “Gaan jullie ook een wedstrijd kijken?” vraagt hij, terwijl er eindelijk beweging komt in de eindeloze stadsfile. “Over anderhalf uur”, antwoorden we knikkend. De chauffeur knikt goedkeurend en geeft extra gas.

Wachtend voor de ingang van het stadion ziet een steward het Heerenveen-logo op mijn vaders pet. Hij blijkt de club zowaar te kennen en reageert enthousiast: “Het land van Maxima!” Een passerende sportverslaggever van de lokale radio krijgt het verhaal te horen. Hij kan het verhaal nauwelijks geloven. “Nederlanders, hier?! Waarom, in godsnaam?” klinkt het verbaasd. Wij leggen uit dat we zagen dat er een wedstrijd was, om vervolgens in een taxi te springen. Ik stel me, naar waarheid, aan hem voor als een collega-sportverslaggever. In zijn beste Engels vraagt hij ons even te wachten. Een paar minuten later komt hij terug en mogen we mee naar het loketje voor de pers. Daar krijgen we twee accreditaties aangereikt voor de perstribune. De trotse perschef stelt zich voor en leidt ons de tribune op, naar persbox drie. Die gaat speciaal voor de Nederlandse gasten van het slot.

We vergapen ons aan een stadion dat er uitziet zoals een Argentijns eerstedivisiestadion er uit hoort te zien; met hekken, betonrot, afscheidingswanden vol barsten en een ritmisch zingende harde kern. Voortdurend wordt op de deur van het loket geklopt. We worden verrast met belegde broodjes en drinken, ook tilt iemand de ramen eruit vanwege de warmte. En dan een man in een T-shirt die zijn hand uitsteekt en ons trots welkom heet. De voorzitter van Almagro.

In de box naast ons begeleidt een hartstochtelijk meelevende radioverslaggever, met een rozenkrans om de bezoekers van Gimnasia een handje te helpen, de slechte wedstrijd met Argentijnse overgave. Wij beseffen dat we later op deze reis misschien nog bij grotere clubs komen, met beter voetbal en meer sfeer. Maar dat het verhaal nooit meer zo mooi kan worden als bij Almagro-Gimnasia de Jujuy.

gh-arg10
gh-arg9
gh-arg8
gh-arg7
gh-arg5
gh-arg4
gh-arg3
gh-arg2
arg4
Hielke Biemond
Redacteur Staantribune

Heb jij ook een leuke groundhoptrip gemaakt? Stuur je verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.