Heb jij, net als Staantribune-volger Tijmen Beerepoot, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.

Het laatste paasweekend bestond voor ons gelukkig niet uit paasbrunches en -eieren, maar uit pints, burgers en voetbal. Op Goede Vrijdag vlogen we naar Birmingham en nadat we onze spullen in het hotel hadden gedropt, pakten we de trein naar Wolverhampton. Wolves speelde die dag tegen koploper Brighton & Hove Albion. De wedstrijd was verzet van 15.00 naar 17.00 uur, dus was er tijd genoeg om nog wat pubs te bezoeken. Allereerst gingen we naar Molineux Stadium om alvast wat rond te kijken, foto’s te schieten en souvenirs in te slaan.


Lopend vanuit het centrum van Wolverhampton zagen we het dak van Molineux al opdoemen. Het stadion deed me van de buitenkant weinig, maar het zicht tussen de vier hoeken van het stadion door beloofde veel goeds.Nadat we de fanshop hadden bezocht, streken we neer in café The George Wallis. Er waren nog niet veel supporters, maar het was ook nog maar 12.00 uur ‘s middags. Langzaamaan druppelden de supporters van Wolves binnen. Het werd steeds gezelliger en raakten aan de praat met een man, Billy Bradley genaamd. Een voor ons totaal onbekende naam, maar misschien wel bekend bij de wat oudere voetbalfans. Billy speelde vroeger, in de jaren zeventig, bij Queen of the South in Schotland. Hij vertelde ons dat je destijds met voetbal je brood nog niet kon verdienen, daarom was hij naar Wolverhampton verhuisd. Hier kon hij namelijk wel aan het werk.

Een van Billy’s maten, een Engelsman, mengde zich ook regelmatig in het gesprek. Een Schot, een Engelsman en twee Nederlanders: het leverde leuke gesprekken op over voetbal en over de Brexit, waarbij vooral de ‘rivaliteit’ tussen Schotland en Engeland bij de mannen de boventoon voerde.

We besloten op tijd naar het stadion te vertrekken om daar sfeer te proeven onder het genot van een Carling. Waar het stadion aan de buitenkant geen indruk maakte, deed de binnenkant dit wel. Het bestaat uit vier verschillende tribunes, iets waar ik persoonlijk erg van geniet. Wij stonden op de Sir Jack Hayward Stand. Tegenover ons zagen we een tribune van twee ringen waarop tweemaal het logo en de bijnaam Wolves zichtbaar is. Ook hing aan de boarding een doek met de tekst This is our love and it knows no division. Precies zoals het hoort te zijn.

Het overgrote deel van het publiek bij Wolverhampton Wanderers bestaat uit de working class. Grauwe gezichten, veel tatoeages en kleren en schoenen die wel aan vervanging toe waren. Er werd veel gezongen, wij zongen natuurlijk luidkeels mee. Leuk voor het nodige entertainment: we zaten dicht bij het uitvak, waardoor we ons vocabulaire op het gebied van scheldwoorden aardig uit hebben kunnen breiden.

Zoals gezegd, Brighton was koploper en Wolverhampton speelde eigenlijk nergens meer voor. Degraderen kon niet meer en de play-offs voor promotie waren ook buiten bereik. Ondanks dat begonnen the Wolves vrij aardig, ze misten alleen de finishing touch. Ze waren de beteren en Brighton kwam er weinig aan te pas, maar toch was het op slag van rust Anthony Knockaert die The Seagulls naar een voorsprong schoot. Voor het eerst in de wedstrijd lieten de Brighton-fans zich goed horen, iets wat de fans van Wolves natuurlijk niet konden waarderen. Liedjes als On top of the League and still don’t sing en Where were you when you we’re shit volgden.

De tweede helft was het tegenovergestelde van de eerste helft. Brighton domineerde en Wolverhampton kwam er niet meer aan te pas. Pas acht minuten voor tijd wist Brighton dit overwicht om te zetten in nog een goal, Knockaert maakte zijn tweede van de wedstrijd. Na afloop bezochten we, wederom, The George Wallis. Onze nieuwe maat Billy Bradley was nog steeds aan het genieten van zijn Carlsberg. We schoven weer aan en de gesprekken gingen verder. Billy deelde een personal note met ons. “My wife told me the next time I talked about football she divorced me, so I talked about football because it’s my life.” Ik kon er wel om lachen.

Voor we het wisten zaten we de volgende ochtend weer in de trein. Aangekomen bij Villa Park keken we onze ogen uit. The Holte End, ik kon mijn ogen er niet vanaf houden. Met stip de mooiste entrance van een stadion die ik tot nu toe heb gezien. We streken neer in The Ashton Tavern, een Aston Villa-pub met een huiskamerachtig idee. We ploften neer in de banken en keken onder het genot van wat Carling naar Tottenham Hotspur – Bournemouth.

De start van de wedstrijd van Aston Villa naderde en wij zochten onze plekken op The Holte End op. Villa Park was erg indrukwekkend. Wederom vier verschillende tribunes en open hoeken, waardoor je de huisjes om het stadion kon zien. Je zou er maar wonen en Aston Villa-fan zijn, beter kan haast niet.

De tegenstander van Villa was Reading. De ploeg van Jaap Stam stond op een play-offplek en wilde deze natuurlijk behouden. Aston Villa speelde nergens meer voor en zou volgend seizoen weer in het Championship spelen. Reading kwam al snel op voorsprong, maar Villa maakte snel weer gelijk. Het spel ging gelijk op, al was Reading wel iets beter. De spelers gingen rusten met 1-1 en we hoopten dat Villa de tweede helft wat kon aanzetten.Binnen een minuut werd dit alweer aan diggelen geschoten door Joseph Mendes, de spits van Reading, die zijn tweede van de middag maakte. Villa liep weer achter de feiten aan. Ze probeerden het wel, maar de bal ging er niet in. En zoals de aloude voetbalwet luidt: dan valt de goal aan de andere kant. Tien minuten voor tijd schoot Lewis Grabban Reading vanaf de stip naar een 1-3 voorsprong. 

Na de wedstrijd liepen de duizenden Villa-fans door de straten terug naar de pub of naar huis. Wij dronken nog een paar hints in de pub en besloten naar het centrum van Birmingham te gaan om nog wat te eten. Een geslaagd paasweekend.

Lees meer over Wolverhampton Wanderers in het boek Van Middlesbrough naar Millwall van Joris van de Wier, nu in de webshop in een combipakket met Staantribune #12 (Engeland Special) voor slechts € 24,95 (inclusief verzendkosten).