Cuba en voetbal. Een exotische combinatie. Slechts eenmaal nam het land deel aan een WK, in 1938 in Frankrijk, met een wildcard. De Cubanen behaalden de kwartfinale, waarin zij tegen Zweden de grootste nederlaag uit de Cubaanse voetbalgeschiedenis leden: 8-0.

Honkbal is dé sport op het eiland. Maar de toenemende openheid aan de grens, internationale televisiezenders en internet ondersteunen globale trends. In de muziek prefereren jongeren hiphop-stijlen boven de traditionele sound van Buena Vista Social Club. En voetbal is voor hen hipper dan honkbal. Zij het dat die tendens afneemt, naarmate de afstand tot hoofdstad Havana groter wordt. Door het hele land zie je merchandise van vooral de grote Spaanse clubs. In veel horecagelegenheden worden Europese duels op televisieschermen vertoond, al zendt de Cubaanse televisie de wedstrijden pas na een week uit. Eén keer zag ik tijdens mijn reis door Cuba kinderen met eigen gemaakte attributen honkbal spelen, in een straat in het oostelijk gelegen Santiago, de tweede stad van het land. Straatvoetbal daarentegen was er overal en veelvuldig. Een jongeman in Santiago dreunde bij het horen van onze afkomst achteloos een rijtje op met Robben en Van Persie, maar ook Narsingh!


Door de toenemende open grenzen profiteren Cubaanse tophonkballers van de mateloze populariteit van hun sport in de VS. Als ze de kans krijgen, knijpen veel spelers er tussenuit. Wie dat illegaal doet, kan niet meer voor het nationale team uitkomen. Dit ondermijnt internationaal succes en dus ook de mate van populariteit. Normale interactie tussen de buurlanden komt wel meer op gang sinds president Obama de scherpe puntjes van de economische handelsblokkade heeft afgeslepen. Drommen Amerikaanse toeristen doen het eiland aan en op 7 oktober voetbalden de nationale teams voor het eerst sinds 1948 vriendschappelijk tegen elkaar (lees HIER meer over die ontmoeting).

Toen we het nationale voetbalstadion Estadio Nacional de Fútbol Pedro Marrero aandeden, stond de uitslag van de interland nog op het scorebord. Ingang en tribune van dit nationale voetbalstadion liggen op een natuurlijke helling. Na het passeren van de entree daal je onder tropische bomen en bladergroei af richting speelveld. Je ondergaat er de wereldwijde reikwijdte van voetbal: nergens te ontlopen. Estadio Pedro Marrero draagt de naam van een gesneuvelde kompaan van Fidel Castro. Hij verloor het leven bij de aanval op de Moncada-kazerne in Santiago in 1953.

img_8295img_8298img_8303img_8304
Bert Westerink