Heb jij, net als Staantribune-volger Joop Smit, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.

Sicilië herbergt roemruchte, gerenommeerde clubs uit Palermo, Messina en Catania. Deze teams pendelen al lange tijd tussen Serie A, B en C. Daarnaast speelt op Sicilië het minder bekende Trapani Calcio, dat kortstondig tegen de Serie A aan schuurde, maar inmiddels weer uitkomt in de Serie C.

In augustus maakte ik een rondreis over het eiland en deed als eerste Palermo aan. Het was zomerstop, dus het bezoeken van een wedstrijd zat er helaas niet in. Uiteraard deed ik wel een aantal pogingen om stadions te bezoeken. Daarbij wist ik vooraf al dat de clubs op Sicilië nog nooit hebben gehoord van georganiseerde stadiontours.

Palermo
De maffia is zichtbaar en onzichtbaar aanwezig op het eiland. Zo beweren boze tongen dat de club Palermo jarenlang beschermgeld (pizzo) betaalde, aangezien het Stadio Renzo Barbera zich in een wijk bevindt die toebehoort aan de maffia. De bijnaam van Palermo luidt: “Het kerkhof onder de trainers”, omdat voorzitter Maurizio Zamparini er een sport van heeft gemaakt de trainer te ontslaan. Zo werden in het seizoen 2015-2016 maar liefst zeven trainers ontslagen. Inmiddels is de voorzitter, die veertig trainers versleet, gestopt.

Bij Palermo maakten bekende spelers als Paulo Dybala, Luca Toni, Edison Cavani en Javier Pastore furore. Een andere ex-speler, Fabrizio Miccoli, kwam recent nog negatief in het nieuws. Hij werd door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden vanwege afpersing. Miccoli zou ook nauwe banden onderhouden met de maffia.

Aangekomen bij Stadio Renzo Barbera maakte ik de klassieke ‘groundhopfout’. Ik vroeg aan iemand van het officiële beveiligingspersoneel of ik een foto mocht maken in het stadion. “No!” was het korte, maar krachtige antwoord. Wat restte was een foto van de voorkant van het stadion.

Later die vakantie kwam ik in Catania, onder de rook van de Etna, terecht. Op een zeer warme dag trok ik met goede hoop naar het Stadio Angelo Massimino, de thuishaven van Calcio Catania, de club met de bijnaam De Olifanten. De olifant is ook verwerkt in het logo van de club en tevens in het stadswapen van Catania. Het stamt uit de Romeinse tijd, toen in de stad een standbeeld van een olifant stond.

Het stadion van Catania is vernoemd naar de oud-voorzitter en biedt plaats aan ruim 23.000 toeschouwers. Catania mocht in de periode februari 2007 tot en met juni 2007 geen wedstrijden spelen in de Serie A. Deze straf werd opgelegd naar aanleiding van rellen die plaatsvonden bij de wedstrijd Catania – Palermo, beter bekend als de Derby di Sicilia. Catania werd een aantal jaren later nogmaals gestraft. Niet vanwege ongeregeldheden op de tribunes, maar vanwege een omvangrijke omkopingszaak. Voormalig voorzitter Pulvirenti gaf toe dat hij diverse wedstrijden had ‘gekocht’ om zo degradatie naar de Serie C te voorkomen. De Italiaanse bond bleek onverbiddelijk. De tuchtcommissie plaatste Catania alsnog terug naar de Serie C, gaf de club twaalf punten aftrek en tevens een boete van 150.000 euro.

Het Stadio Angelo Massimino leek die dag bij aankomst uitgestorven. Ik trof dichte poorten aan en gelukkig geen ‘beveiliging’. Tijdens het lopen van een rondje om het stadion, zag ik een indrukwekkende graffiti, ter ere van oud-spelers en voorzitters van de club.

Nadat ik het rondje had afgemaakt, bleek er toch een poort open te staan. Ik baande mij een weg in de catacomben en een aantal oudere Catanezen bevonden zich in een kleine ruimte onder de tribune. Het leken mij materiaalmannen die in een oud ballenhok zaten. Ik verontschuldigde mij dat ik geen Italiaans sprak, terwijl de heren geen woord Engels spraken, en ik wees in de richting van het veld. Daarbij bootste ik met mijn handen het maken van een foto na. De heren leken geen enkel bezwaar te hebben en ik vervolgde mijn weg door de catacomben.

Op de tribune aangekomen, was het zoals altijd een bijzonder moment om vanuit de schaduw het veld te zien liggen. Het viel op dat het veld er voor Italiaanse begrippen, met uitzondering van wat bruine plekken, redelijk bij lag. Het was in augustus iedere dag ruim 35 graden en het had al weken niet geregend.

Ondanks het vele beton, de grote sintelbaan en de oude stoeltjes proefde je de echte en oude voetbalsfeer in dit stadion. Geen grote digitale tv-schermen, stoeltjes met sponsornamen of kolossale skyboxen. Enkel eenvoudige tribunes die bedoeld zijn om voetbal te kijken en sfeer te maken. Teruglopend naar de uitgang groette ik de Catanezen en door deze aangename kennismaking met de club kijk ik bijna ieder weekend even wat Catania gedaan heeft. Op het moment van schrijven staat de club derde met vier punten achterstand op de koploper die één wedstrijd meer heeft gespeeld. Forza Catania!

Heb jij, net als Staantribune-volger Joop Smit, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.