Heb jij net als Staantribune-volger en Lazio-supporter Rein Steinkühler een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.

Zaterdagmorgen 10 maart. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en kijk op mijn telefoon. Het eerste dat ik zie, is een instapkaart voor mijn vlucht van later die dag. Enige spanning en een gevoel van gelukzaligheid maken zich van mij meester: andiamo!

Enige uren later stap ik op Schiphol uit de trein en loop naar de vaste ontmoetingsplek, waar Sander al op mij wacht. Ondanks het feit dat we elkaar maar een paar keer paar jaar zien, veelal tijdens onze Italiaanse tripjes, voelt het al snel vertrouwd. Voor de gate proosten we op onze reis die ons ditmaal naar de hoofdstad van het prachtige Sardegna zal brengen: Cagliari.

Omdat er in de winter nauwelijks rechtstreekse vluchten naar het eiland in de Tyrreense Zee zijn, vliegen we via het voor ons zo vertrouwde Rome. In de Italiaanse hoofdstad besluiten we voor de gate te genieten van een eerste overheerlijke caffè e cappucio. Ik sta rustig van mijn bakkie te nippen als ik plotseling de ietwat gezette technisch directeur van Lazio, Igli Tare, in een stijlvolle Lazio-polo voorbij zie lopen. Voor ik het door heb, zie ik ook de eerste spelers de revue passeren. Nani, Lukaku, Murgia. Sander drukt snel zijn telefoon in mijn handen en weet Luis Alberto bij zijn schouders te pakken voor een foto. De Spanjaard is duidelijk iets minder gecharmeerd van deze aanbidding en kijkt chagrijnig naar de camera.

Onrustig kijk ik om me heen op zoek naar andere spelers. Dan zie ik in de verte onze capocannoniere, Ciro Immobile, op zijn dooie akkertje aan komen slenteren. Hij neemt overduidelijk de tijd voor iedereen die wat van hem wil. Van passerende piloten en stewardessen tot bagagemedewerkers, Ciro lacht iedereen vriendelijk toe. Naarmate hij dichterbij komt, neemt zelfs de spanning bij mij toe. Als hij op een paar meter is, trek ik de stoute schoenen aan en vraag hem: “Ciro, can we take a picture with you?” Het feit dat ik normaliter een prima woordje Italiaans spreek, lijk ik spontaan te zijn vergeten. Na wat onhandig stuntelen met de selfie-camera slaagt Sander erin een foto te maken van ons drieën. Ciro ziet dat het goed is, groet ons en wandelt rustig verder naar de gate. De laatste speler die passeert, is Sergej Milinkovic-Savic. De reizende ster uit Servië is in het gezelschap van zijn broertje en twee vrouwen die zo te zien hun abonnement bij de plastische chirurg hebben verkozen boven een abonnement op de sportschool. Met gloeiende wangen van al deze indrukken sluiten we aan in de rij bij de gate voor een korte vlucht naar Cagliari.

Die avond besluiten we eerst een rondje door de oude wijk Castello te wandelen. We genieten van het uitzicht over de stad en de zee vanaf Bastione di Saint Remy om vervolgens te verdwalen in de smalle straatjes van het prachtig onderhouden stadscentrum. Onze maag wordt gevuld bij Osteria Su Tzilleri ‘e su Doge. Deze eetgelegenheid serveert traditionele Sardijnse gerechten die bereid worden met lokale ingrediënten. De lekkerste kazen, vleeswaren en pasta passeren de revue en dat alles vergezeld van een goede wijn en afgesloten met een mirto.

Inmiddels is het tijd om het nachtleven in te duiken en onze twee Vlaamse vrienden Yves en Steven op te zoeken. De groep buitenlandse Lazio-supporters die regelmatig wedstrijden bezoeken, is niet zó groot en in de loop der jaren leer je elkaar zodoende wel kennen. In de Old Square Pub smaken de pintjes goed en na enige tijd begint het ons op te vallen dat naast ons twee gewillige Italiaanse dames avances maken. Precies op dat moment ontstaat ook de eerste Vlaamse spraakverwarring als Steven mij attent maakt op het feit dat de dames veel weg hebben van ne roeste vélo en ondergetekende dit verstaat als ‘een roestige leeuw’. Na enig verbaal contact met de dames blijkt inderdaad dat ze de eerste tekenen van roest vertonen en ook nog eens gretig zijn als leeuwinnen. Zo wordt onder het genot van een volgende mirto meteen het motto van het weekend ingeluid.

De volgende ochtend tettert na een paar uur diepe slaap de wekker in mijn oren. Even vraag ik me af waarom ik ook alweer de wekker op dit krankzinnig vroege tijdstip heb gezet. Dan sijpelt de gedachte mijn brein binnen dat het in benevelde toestand een bijzonder goed idee leek om ‘s ochtends vroeg te gaan ontbijten en daarna de kater weg te werken met een potje hardlopen langs de kust naar het stadion van Cagliari. Met kloppende slapen begeef ik me samen met Sander naar de ontbijtzaal. Een uur later draven we dan daadwerkelijk over de straatstenen. In de verte doemen al snel de lichtmasten op van zowel het oude Stadio Sant’Elia als het tijdelijke onderkomen met de originele naam Sardegna Arena.

In Cagliari waren de supporters enkele jaren geleden getuige van een ware stadionsoap. Het oude Sant’Elia – waar Nederland tijdens het WK van 1990 nog tegen Engeland speelde – voldeed niet meer en buiten de stad werd een nieuw stadion gebouwd met de naam Stadio Comunale Is Arenas. Toen dit stadion gereed was, bleef de benodigde vergunning uit, nadat geruchten de ronde deden dat het stadion gebouwd was met inmenging van de maffia. Cagliari speelde noodgedwongen zijn wedstrijden achter gesloten deuren en moest een tijd uitwijken naar het ruim duizend kilometer verderop gelegen Stadio Nereo Rocco in Trieste.

Uiteindelijk besloot de club terug te keren naar het eerder afgedankte Sant’Elia en werd het gloednieuwe Stadio Comunale Is Arenas zelfs doodleuk gesloopt. Inmiddels doen de eilandbewoners een nieuwe poging om een modern onderkomen te laten verrijzen, ditmaal op de plek van het oude Sant’Elia. Om deze reden speelt de club zijn wedstrijden de komende jaren tijdelijk in de Sardegna Arena, pal gelegen naast Sant’Elia. Italiaanse toestanden in het kwadraat. Snapt u het nog?

Enkele uren later plukken we daadwerkelijk de vruchten van de sportieve ochtend als we, ditmaal op wandeltempo, richting de Sardegna Arena lopen. Onze Vlaamse vrienden hebben eerder die ochtend de meereizende ‘harde kern’ uit Rome opgewacht op het vliegveld, en zijn vervolgens met hen onder politiebegeleiding naar het uitvak getransporteerd. Verplichte combi’s kennen de Italianen niet, maar helemaal gek zijn ze nou ook weer niet. Wij lopen rustig tussen het thuispubliek naar het uitvak. Af en toe laat de zon zich al zien en voelt het haast zomers aan. De voorspelde regen blijft uit en dat is maar goed ook met de wetenschap dat het stadion niet overdekt is.

Sterker nog, op de hoofdtribune na bestaan de tribunes uit tijdelijke stellages die in een rondreizend circus niet zouden misstaan. Toch heeft het stadion voor Italiaanse begrippen een frisse uitstraling. Dicht op het veld, (dan nog) prima uitziende stoeltjes en een hoofdtribune die modern aandoet. Het kleine uitvak is met zo’n 250 man goed gevuld en ook de thuisvakken zijn zo goed als uitverkocht, wat het totale toeschouwersaantal op zo’n 15.000 brengt.

De wedstrijd begint met een indrukwekkend filmpje en daaropvolgend twee minuten stilte voor het overlijden van voetballer Davide Astori. Hij speelde liefst zes seizoenen bij Cagliari en de oorverdovende stilte zorgt voor kippenvel op mijn armen. Dat zijn momenten waarop iedereen lijkt te beseffen dat er soms belangrijker dingen in het leven zijn dan voetbal. Vlak na de stilte zingen we in het uitvak: “Davide uno di noi”, wat kan rekenen op een luid applaus van het thuispubliek. En daaropvolgend: “Gabriele uno di noi!” en “Finché vivrò odierò Spaccarotella”. Verwijzend naar Gabriele Sandri, de Lazio-supporter die ruim tien jaar geleden door een politiekogel van Luigi Spaccarotella om het leven kwam.

Op het veld gebeurt de eerste helft weinig, totdat Cagliari vlak voor halftijd op voorsprong komt. We zetten in het uitvak nog een tandje bij en amper tien minuten later kopt Lucas Leiva de gelijkmaker binnen.

In de rust wordt het tijd om de maag te vullen met pizzette e birra. Gelukkig kan je in Italië in praktisch alle stadions én uitvakken gewoon een biertje drinken. De tweede helft is lange tijd spannend zonder dat er echt veel gebeurt. Totdat Luiz Felipe zich twintig minuten voor tijd breed maakt om de bal voor keeper Strakosha te beschermen, en Cagliari-spits Pavoletti opzichtig naar de grond gaat. Scheidsrechter Guida laat in eerste instantie doorspelen, maar legt het spel een minuut later alsnog stil en maakt een rechthoekig gebaar met zijn handen: VAR (videoscheidsrechter). Ik voel de bui al hangen. Lazio heeft dit seizoen aantoonbaar vaak nadeel gehad van de VAR en in een wedstrijd als deze zal het me niks verbazen als we weer de sjaak zijn. Na twee zenuwslopende minuten wijst Guida naar de stip: rigore per il Cagliari. Achter me trapt Yves steeds harder tegen zijn stoeltje: “Goddomme nog aan toe zeg!” Groeibriljant Barella laat het buitenkansje niet onbenut en zet Lazio op achterstand.

Inzaghi grijpt in en brengt ook Nani in het veld, terwijl Felipe Anderson en Milinkovic-Savic eerder al waren ingevallen. Lazio zet steeds meer druk en vlak voor tijd krijgt Nani de opgelegde kans op de gelijkmaker. De Portugese vedette faalt echter hopeloos, zoals wel vaker dit seizoen. Voor Yves het teken om nog harder tegen het stoeltje voor hem te trappen. Het stoeltje is niet bestand tegen zoveel geweld uit West-Vlaanderen en breekt af. De dichtstbijzijnde steward kijkt op van zijn telefoon, loopt verveeld naar ons toe, pakt het stoeltje en sjokt hoofdschuddend de tribune af.

Ondertussen tikken op het veld de laatste seconden weg als Felipe Anderson een veel te lage bal de zestienmeter in pompt. Het lijkt hopeloos, totdat Ciro Immobile de bal met zijn hak beroert en deze met een magnifieke boog over de keeper heen doet vallen. Even lijkt de wereld stil te staan en besef ik niet wat er gebeurt. Dan volgt een explosie van vreugde in mij en om mij heen. GGGOOOOLLLLL!!!!! Voor ik het weet, storm ik de trappen af en sla ik beneden in het vak mijn handen blauw tegen het plexiglas. Onderweg zie ik ook Yves en Steven in het rond springen. Als we enigszins tot bedaren zijn gekomen, komt de arme Sander net terug van het toilet. Het kan verkeren.

Als Guida even later definitief affluit, is de vreugde in het uitvak nog steeds groot. In de laatste seconden alsnog op zo’n manier scoren, voelt als een overwinning. De Cagliaritani zijn iets minder gecharmeerd van ons feestgedruis en dat wordt nog minder als we ze pesterig: “Serie B, Serie B, Serie B!” toezingen. Als het stadion is leeggestroomd, begint voor ons het lange wachten, al voelt het deze keer minder erg dan de tweeënhalfuur midden in de nacht in Palermo van twee jaar eerder.

Een uur na de wedstrijd mogen we gaan en slenteren we nog even langs het oude Sant’Elia. De stadionliefhebber in mij wil niets liever dan stiekem over de hekken klimmen en rondgluren in dit bijna vijftig jaar oude openluchtmuseum. Op sommige plekken lijken de hekken met niet meer dan een paar ijzerdraadjes aan elkaar vastgemaakt. Ik neem me voor een dag later gewapend met een tang een nieuwe poging tot inbraak te doen.

Die avond besluiten we samen met onze Belgische vrienden een pizza te gaan eten bij de beste pizzeria uit de stad, genaamd Sa Tracca. Het reserveren van een tafel gaat op typisch omslachtige Italiaanse wijze. Allereerst zoek ik een dag eerder contact via Facebook en vraag om een tafel voor vier personen. Er komt deze ochtend reactie dat er een tafel voor vier beschikbaar is en of we even willen bellen om deze te reserveren. Als ik beide nummers bel, wordt er niet opgenomen, waarop ik een berichtje stuur of ik ook via Facebook kan reserveren. Na een radiostilte van een paar uur krijg ik tien minuten voor het reserveringstijdstip een bevestiging dat er inderdaad een tafel voor vier is gereserveerd. Gelukkig maalt niemand erom dat we uiteindelijk een uur later pas binnen komen vallen. Het eten smaakt voortreffelijk en we vullen de avond al pratende over de mooie tripjes die we al hebben meegemaakt bij het volgen van onze blauwwitte liefde. We sluiten de avond beschaafd af met een onvervalste limoncello aan den toog.

De maandag belooft een prachtige dag te worden als we de weergoden mogen geloven. Het hardlopen slaan we deze keer over en om toch aan onze broodnodige beweging te komen, huren we ditmaal een fiets. De Vlamingen pakken de bus en rond het middaguur spreken we af op het ellenlange strand van Poetto. Voor Italiaanse begrippen is het al aardig druk bij de vele strandtentjes en we laten het ons welgevallen. In de loop van de middag keren Yves en Steven terug naar de vlieger en fietsen Sander en ik via de zoutbaden van Quartu terug naar de stad. Hier leven overigens grote groepen flamingo’s die het zuidelijke puntje van het eiland tot hun thuisbasis hebben omgedoopt.

Eenmaal aangekomen in de buitenwijken van Cagliari wil ik nog een laatste poging doen om binnen te geraken bij Stadio Sant’Elia. De ijzertang zijn we helaas vergeten, maar ik kan me niet voorstellen dat er nergens een zwakke plek zit in de vesting. Sander is de eerste die met een grote grijns wijst naar een ietwat grotere opening in een hek. We wurmen ons er doorheen en lopen via de achterkant naar de opgang van de tribune. Even voel ik me weer een jochie die iets stouts uithaalt en daar stiekem ook van geniet. Als we de trap oplopen, zie ik de machtige tribunes opdoemen waar ooit 60.000 tifosi een plekje hadden. De stoeltjes zijn er al afgesloopt en op de plek waar ooit het veld lag, ligt nu grind. Toch voel ik me klein in deze machtige arena.

We lopen naar de ingang van het hoofdgebouw in de hoop de kleedkamers te vinden. Tot onze verbazing gaat de deur makkelijk open en lopen we in de catacomben van het stadion. De kleedkamers kunnen we echter niet vinden en ineens herinner ik me dat deze gek genoeg aan de overkant van het veld zaten. We steken ongeduldig het veld over en lopen vervolgens de spelerstrap af. Helaas zit de toegangsdeur van de kleedkamerruimtes potdicht. Ik steek weer het veld over en wil in het hoofdgebouw op zoek naar een souvenir. We beklimmen de tribunes en komen in de skyboxen terecht.

We zijn duidelijk niet de eersten die hier een kijkje nemen aan de kapotte ramen en vele jointjes en peuken op de grond te zien. Het uitzicht is machtig. Aan de voorkant het veld en aan de achterkant de azuurblauwe zee. In de ruimte van de stadionspeaker hangt nog de opstelling van de thuisploeg tijdens de laatste wedstrijd nog geen jaar geleden. Alsof iedereen zo is vertrokken, zonder ook nog maar achterom te kijken. Voldaan en met een gevulde tas met relikwieën in de vorm van een bord met clublogo, plattegronden van het stadion en onbedrukte kaartjes kruipen we weer door de opening in het hek naar buiten. Weer een wens die in vervulling is gegaan, denk ik tevreden.

De volgende dag genieten we nog even van het heerlijke zonnetje in de haven van Cagliari. De vissers zijn al bezig met het prepareren van hun vissersbootjes als wij richting het treinstation kuieren. We vliegen terug vanaf het noordelijk gelegen Olbia en hebben vervolgens een mooie treinrit van vier uur voor de boeg, waarbij we het hele eiland doorkruisen met een rammelende dieseltrein. Het landschap verandert gaandeweg van vlak naar glooiend, om te eindigen aan de rotsachtige Costa Smeralda. Als het vliegtuig het Sardijnse land verlaat, kijk ik gelukzalig terug op het zoveelste tripje.

Heb jij net als Staantribune-volger Rein Steinkühler een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.