Heb jij net als Staantribune-columnist Roel Cramer een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.

Benfica – Boavista is dit seizoen een wedstrijd tussen een topclub en een subtopper in de Portugese Primeira Liga. De Panters (de bijnaam van Boavista) werden de eeuwwisseling nog landskampioen en speelden vervolgens tegen onder meer Feyenoord in de Champions League, maar de tweede club van Porto is pas sinds drie jaar terug op het hoogste niveau. De club met de foeilelijke tenues, waarin ooit Jimmy Floyd Hasselbaink en Romeo Wouden hun kunsten vertoonden, begeeft zich sindsdien in de middenmoot van de Portugese competitie. Het ene jaar aan onderkant, het andere jaar aan de bovenkant.

Tegenstander Benfica is sinds de jaren zestig een begrip in Europa. Bij De Adelaars waart nog altijd ‘de vloek van Guttmann’ rond. De afgelopen acht(!) Europese finales van de club gingen verloren, wat zou komen door een beroemde uitspraak van de legendarische Hongaarse trainer Béla Guttmann. Nadat hij door onenigheid over zijn salaris bij de club uit Lissabon vertrok, beet hij het bestuur toe dat Benfica zonder hem in geen honderd jaar meer een Europese beker zou winnen. En zo geschiedde tot op de dag van vandaag.

Benfica is ook de voormalige werkgever van Pierre van Hooijdonk, Glen Helder, Ola John en Gaston Taument, maar vooral de club van de Parel van Mozambique: Eusébio. De Zwarte Parel is nog altijd prominent aanwezig met een standbeeld van reuzenformaat naast het stadion en veel spandoeken op de tribunes.

Omdat mijn broer en ik zonder tickets naar Lissabon waren afgereisd, was het verkrijgen van kaarten voor de wedstrijd onze grootste zorg bij aankomst. Ondanks de op ‘een haar na uitverkocht’-berichten op internet, bleken er bij het stadion nog voldoende kaarten beschikbaar.

Het Estádio da Luz, dat in 2003 werd geopend, is aan de buitenkant een modern stadion, waarin de clubkleur zorgvuldig is verwerkt. Naast het stadion bevindt zich een groot museum over Benfica, waar een lange wachtrij stond. Ook zijn er talloze kraampjes die eten, drinken en Benfica merchandise verkopen. En er liggen enkele kunstgrasvelden. Tijdens het ophalen van de wedstrijdkaarten, zagen wij dat hier jeugdtrainingen van Benfica werden afgewerkt.

’s Middags gingen we nog even de stad in voor een late lunch in de Portugese zon. Deze lunch werd bruut verstoord toen we erachter kwamen dat de wedstrijd om 18.15 uur begon in plaats van 19.15, zoals aangeven op de Nederlandse voetbalapp. Het tijdsverschil van een uur met Nederland zorgde ervoor dat we halsoverkop richting het stadion moesten vertrekken.

Dankzij het goede metronetwerk van Lissabon, kwamen we op tijd aan op de plaats van bestemming. En met ons nog vele anderen. De Portugezen leken geen haast te hebben. Rondom het stadion was het één rode zee van mensen. Onder het genot van een biertje en plaatselijke snacks stonden de toeschouwers rustig te wachten in de lange rijen. Boavista-supporters waren nergens te bekennen.

Bij binnenkomst in het stadion viel de echte familiesfeer op, die vergelijkbaar is met de sfeer in Spaanse voetbalstadions. Om ons heen veel families en toeristen, aangevuld met een groep diehard supporters. Met ruim 55.000 mensen was het Estádio da Luz (64.000 zitplaatsen) bij lange na niet uitverkocht. Toch vormden alle supporters samen vier grote rode muren. In het schermerlicht van de verdwijnende zon een indrukwekkend en intimiderend geheel.

De meest opvallende verschijning in het stadion was het symbool van de club, de adelaar. Op vlaggen, spandoeken en T-shirts: overal kwam de roofvogel terug. Later zouden wij op in de stad verrast worden door zijn aanwezigheid op talloze muren, auto’s en gebouwen. Ook liepen er in het stadion veel supporters rond met een adelaarsmasker. In de rust waren deze verklede supporters voor de toeristen ware ‘selfie magnets’.

Voorafgaand aan de wedstrijd zetten de fanatieke gedeelten van het stadion meerdere liederen in,  waar braaf op werd meegeklapt. Het echte vuur op de tribunes werd pas aangewakkerd met het eerste fluitsignaal. Een furieus begin van de wedstrijd zorgde ervoor dat de fluitconcerten richting Boavista en de scheidsrechter losbarstten, wat een oorverdovend kabaal veroorzaakte. Het Zuid-Europese temperament was opeens goed voelbaar in het stadion.

En niet te vergeten de spanning op de tribunes. Toen na tien minuten de bal op de stip van Boavista werd gelegd, werd het muisstil in Estádio da Luz. En stil bleef het, op een klein, luidruchtig groepje bovenin het stadion na. De Boavista-aanhang vierde feest. De Benfica-aanhang liet het missen van de penalty even in alle rust op zich inwerken. Gelukkig was het vijf minuten later wel raak en liet de rode mensenmassa zich helemaal gaan.

De rest van de wedstrijd zou een aaneenschakeling worden van doelpunten voor Benfica en gevaarlijke momenten voor het doel van Boavista. De gretigheid van de Adelaars leek de Panters volledig te verlammen. Op wat speldenprikjes in de tweede helft na, kwam Boavista niet meer in het stuk voor.

Bij Benfica daarentegen gingen alle remmen los met uiteindelijk een 4-0 uitslag, wat ook makkelijk 8-0 had kunnen zijn. Na het laatste fluitsignaal klonk een luid applaus van de tribunes. Benfica had een heel aardige pot op de mat gelegd met technische verzorgd voetbal. Een Europese subtopploeg meer dan waardig.

De leegloop van het stadion verliep net als de binnenkomst heel gemoedelijk. Kraampjes met shirtjes vonden ook na afloop van de wedstrijd nog gretig aftrek. De rode mensenzee liep langzaam weg in de ondergrondse metrostations. Met een overwinning op zak op weg naar huis, bar of restaurant. Want de klok sloeg bijna 21.00 uur en dat betekent in Portugal: etenstijd!

Heb jij net als Staantribune-columnist Roel Cramer een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.