De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Gideon van der Staaij, schrijver van Pro Vercelli, voetbalpassie in de Italiaanse provincie.

Sommige spelers die je nooit hebt zien spelen, spreken toch tot de verbeelding. Klassieke tragedies, verhalen over heldendaden, korrelige zwart-witbeelden of prachtige bijnamen kunnen daarvoor een reden zijn. Naar sommige van die legenden worden stadions vernoemd en anderen worden geëerd met bronzen standbeelden. Voor een enkeling is het ultieme weggelegd: degene wiens naam voortleeft in de benaming van een voetbalclub. Eusebio Castigliano, drager van de mooie bijnaam Zampa Di Velluto (De Fluwelen Voet), is een van hen.

Welke liefhebber van Italiaans voetbal kent de legende van Torino niet? De club drukte in de jaren veertig van de vorige eeuw een stempel op de Italiaanse voetbalhistorie, zoals mijn favoriete club Pro Vercelli dat een kwart eeuw daarvoor deed. Daar waar de Leoni (Leeuwen) van zevenvoudig landskampioen Pro Vercelli het Italiaanse voetbal een eigen gezicht gaven, speelde Il Grande Torino volgens velen die erbij waren het beste voetbal dat Italië ooit heeft mogen aanschouwen. De ploeg vestigde record na record en won in de jaren veertig vijf scudetti en de harten van het volk.

In 1949 kende die hegemonie plotseling een tragisch eind toen vrijwel het gehele team omkwam bij een vliegtuigcrash op de Superga-berg aan de rand van Turijn. Aan de achterkant van de basiliek op de berg bevindt zich een gedenkplaats waar de Torino-fans nog regelmatig eer komen bewijzen aan de gevallen helden. Het is een sacrale plek waar je de magie en tragiek van Het Grote Torino kunt voelen.

Op een grote gedenksteen achter de basiliek staan de namen van de slachtoffers van de vliegramp. Eusebio Castigliano is een van hen. De linkspoot speelde zowel voor Torino als Pro Vercelli en verenigde het beste van Il Grande Torino en het oude Pro Vercelli in één persoon. Ze noemden hem De Fluwelen Voet vanwege zijn fluwelen spel en prachtige techniek. Daarnaast had hij als geboren en getogen Vercellese een ‘Leeuwenhart’, wat bovendien sloeg op zijn vermogen om zijn fysiek in de strijd te gooien.

Die fysiek kende zijn oorsprong trouwens ook in Vercelli, waar het werken in de rijstbouw hem hardde en waar hij in de traditie van de atletische wondermiddenvelders Guido Ara, Giuseppe Milano en Pietro Leone zijn opleiding tot voetballer genoot. In de tijd dat Castigliano voor Biellese uitkwam, legde hij de reis van Vercelli naar Biella altijd op de fiets af. Hij hield er sterke benen aan over en een verwoestend en doelgericht afstandsschot dat hem ver zou brengen.

Eusebio Castigliano speelde vanaf 1939 twee seizoenen voor Pro Vercelli in de Serie B. Pro eindigde in zijn debuutseizoen als negende en de jonge buitenspeler overtuigde meteen met zijn schotkracht en zeven doelpunten in negen wedstrijden. Een jaar later degradeerde Pro voor de eerste keer in de geschiedenis naar de Serie C. Toch onderscheidde Castigliano zich positief met elf doelpunten in twintig optredens.

Hij vervolgde zijn loopbaan bij Spezia, waarna hij via Biellese in 1945 bij Torino terechtkwam. Als linkermiddenvelder van Granata won hij vier titels op rij. Van zijn eerste kampioenspremie kocht hij een nieuwe racefiets. Met dertien doelpunten in veertien wedstrijden werd hij ook nog eens topscorer van de finaleronde van het seizoen 1945-1946. Tussen 1945 en 1949 speelde hij zeven interlands (één doelpunt), tot de Superga-ramp een triest einde maakte aan zijn loopbaan en leven.

De karakterspeler met skills begaf zich graag onder de mensen, liefst al fietsend door de stad. Het maakte hem zeer geliefd bij de fans, zowel in Turijn als in Vercelli. De supportersclub van Torino in Vercelli is logischerwijze naar hem vernoemd, en als ultiem eerbetoon werd in 1963 in Vercelli een voetbalclub opgericht die zijn naam draagt: G.S.D. Eusebio Castigliano.

Vorig jaar bezocht ik het bescheiden amateurclubje dat in de wijk Cappuccini verstopt ligt. In de kantine op het eenvoudige terrein, dat een maand eerder tot Campo Sportivo Eusebio Castigliano was omgedoopt, vind je tussen de versnaperingen en het zilverwerk tal van foto’s, krantenknipsels en andere memorabilia waarmee de dierbare naamgever van de club wordt gekoesterd en herinnerd. Op een muur van het clubgebouwtje is heel aandoenlijk een net niet goed gelijkend portret van de legende geschilderd. Voetbalromantiek ten top. Vijf jaar geleden vierden de Cappuccini in Granata het vijftigjarig bestaan van de club. Onderdeel van de festiviteiten was een jeugdtoernooi met onder meer teams van Pro en Torino.

Castigliano hield ook wel van een feestje en van het goede leven! Ik las eens een artikel dat hem als volgt omschreef: “Castigliano, de fietsende fluwelen voet met het leeuwenhart, die de voorkeur gaf aan fietsen omdat hij zijn geld liever uitgaf aan eten en wijn dan aan benzine.”

Op YouTube is een kort, maar mooi filmpje van een frivole Eusebio te vinden. In het 42 seconden durende fragment is te zien hoe hij met speels gemak met zijn hak een muntstuk in de borstzak van zijn jasje jongleert. Als onderdeel van het vijftigjarig jubileum van de naar hem vernoemde club stond uiteraard ook een bezoek aan Superga op het programma, ter nagedachtenis aan de sympathieke balkunstenaar. De enkele keren dat ik op die plek kom, laat ik altijd terloops een muntje achter. Voor eten en wijn voor Eusebio Castigliano. Om een mooie Italiaanse voetballegende levend te houden.

Gideon van der Staaij