De komende weken besteedt Staantribune met een online-reeks aandacht aan derby’s in het amateurvoetbal. De eerste derby is aanstaande zaterdag (9 maart), 14.30 uur in Zwolle: ZAC – Zwolsche Boys, oftewel ‘de club van de elite versus de club van de arbeiders’. Opvallend: sinds 1996 delen de twee rivalen hetzelfde sportpark. Als je het sportpark oploopt sta je aan de rechterkant op het terrein van ZAC, maar vijf passen naar links betreed je het territorium van de Boys. Het derde artikel in aanloop naar deze derby: een portret van Zwolsche Boys, een club die in het verleden grote hoogten heeft bereikt, maar ook weer hard is gevallen.

Zwolsche Boys, ‘de club van de arbeiders’

Zwolle krijgt er in 1918 een nieuwe voetbalvereniging bij: Zwolsche Boys. Net als bij buurman en rivaal ZAC liggen de wortels van deze club op de Turfmarkt in Zwolle. De vereniging heet op dat moment nog niet Zwolsche Boys, maar Prinses Juliana. Eigenlijk wordt de verenging ook niet in 1918 opgericht, zoals in de boeken staat, maar een jaar eerder. In 1917 kwam jongeren, die later de grondleggers van de vereniging zouden worden, voor het eerst bij elkaar om een balletje te trappen. Een jaar later besluiten de kameraden om zich in te schrijven bij de Noord-Centrale Voetbalbond (NCVB). De naam wordt omgedoopt tot Zwolsche Boys, want binnen de NCVB voetbalt al een club die de naam van de prinses draagt.

De beste van Zwolle 
Zwolsche Boys wordt de ‘club van de arbeiders’ genoemd en daar zijn de leden vanaf de eerste dag trots op. Alhoewel de beginjaren redelijk succesvol zijn, kunnen de Boys op dat moment niet tippen aan de grotere verenigingen ZAC en PEC. Maar successen behalen ze wel. Zwolsche Boys pakt in het seizoen 1918-1919, het eerste jaar na toetreding tot de NCVB, meteen de titel en promoveert naar de derde klasse. Drie jaar later wordt Zwolsche Boys ook in de derde klasse kampioen en promoveert naar de tweede klasse van het amateurvoetbal, wat 25 jaar lang het decor is voor de vereniging.

Kampioenselftal 1918-1919 

In het seizoen van 1939-1940 heeft Zwolsche Boys slechts één punt nodig om de titel te pakken, maar door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt de competitie stilgelegd. In 1947 volgt alsnog de promotie naar de hoogste klasse van het amateurvoetbal. De Boys zijn als enige eersteklasser van Zwolle rivalen ZAC en PEC voorbijgestreefd. De club speelt tot 1954 in de hoogste klasse. Bij de invoering van het betaalde voetbal besluit Zwolsche Boys aan de (semi)profcompetitie deel te nemen.  

Fusie
Van 1954 tot 1969 speelt Zwolsche Boys semiprofessioneel voetbal. Het lukt de Boys om zich te handhaven, maar ook niet meer dan dat. Achteraf gezien was het toetreden tot het betaalde voetbal misschien niet de beste keus voor Zwolsche Boys. De focus komt volledig op het eerste elftal te liggen en in 1968 zijn er nog maar vierhonderd van de duizend leden over die de Boys eerst telde.

Zwolsche Boys I, 1959-1960

Zwolsche Boys moet bezuinigen en doet dat door enige seniorenteams los te laten. Maar de huurschuld van de club aan de gemeente voor het gebruik van het gemeentelijke sportpark blijft groeien. PEC en Zwolsche Boys spelen op dat moment allebei in het betaalde voetbal en twee verenigingen in dezelfde stad blijkt te veel. Een fusie tussen de twee clubs moet de oplossing bieden, onder de voorwaarde dat beide verenigingen financieel de zaken op orde hebben. Aan het eind van het seizoen 1968-1969 valt het doek voor de Boys. PEC blijft in het betaalde voetbal, Zwolsche Boys gaat terug naar de amateurs. 

Terug naar de amateurs 
De club is terug bij af, de vierde klasse van de amateurs. Opnieuw boekt Zwolsche Boys meteen successen en in 1979 bereikt de club opnieuw de hoofdklasse, met als hoogtepunt het kampioenschap in 1984. Maar vanaf 1987 komen de Boys in een neerwaartse spiraal terecht. Het zondagse amateurvoetbal begint zijn glans te verliezen en de ‘arbeiders’ vallen terug naar de vijfde klasse. Het gehannes gaat door tot 2002. Dan besluit het bestuur de neerwaartse spiraal te doorbreken door, net als ZAC, naar de zaterdag te verhuizen. In het seizoen van 2009-2010 promoveert de club naar de tweede klasse. Vandaag de dag, spelen de Boys in de derde klasse C. Net als rivaal ZAC. 

Zwolsche Boys is een vereniging die het vanuit oorsprong gewend is om tegen de rest op te boksen. Een club met een rijke geschiedenis vol hoge pieken en diepe dalen, maar voor een vereniging met slechts zeven seniorenteams en drie jeugdteams kunnen de leden met trots naar de in het verleden behaalde resultaten kijken. Gezelligheid, sfeer en kameraadschap zijn kernwoorden waar de Boys zichzelf graag mee omschrijven. En net als bij zoveel amateurverenigingen, is de derde helft minstens net zo belangrijk als de eerste twee.

Tekst: Jan Bolscher
Beeld: Archief Zwolsche Boys 

Lees hier deel I: interview met Diana Ester, Zwolsche Boys-vrouw in hart en nieren.

Lees hier deel II: interview met Wilco Wittenaar, topscorer aller tijden van ZAC.

Lees hier deel III: een portret van ‘eliteclub’ ZAC.