De komende weken besteedt Staantribune met een online-reeks aandacht aan derby’s in het amateurvoetbal. De eerste derby is aanstaande zaterdag (9 maart), 14.30 uur in Zwolle: ZAC – Zwolsche Boys, oftewel ‘de club van de elite versus de club van de arbeiders’. Opvallend: sinds 1996 delen de twee rivalen hetzelfde sportpark. Als je het sportpark oploopt, sta je aan de rechterkant op het terrein van ZAC, maar vijf passen naar links betreed je het territorium van de Boys. Het derde artikel in aanloop naar deze derby: een portret van ZAC, een club met pieken en dalen en een rijke geschiedenis.

ZAC, ‘de club van de elite’

Met een historie van ruim 125 jaar is ZAC – voluit: Zwolsche Athletische Club – een van de eerste voetbalverengingen van Nederland. De club wordt in 1893 opgericht door Pim Adrian, een scholier die tijdelijk in Zwolle verblijft. Adrian en zijn vrienden raken geïntrigeerd door het dan nog onbekende spelletje dat in die tijd nog een sport voor de elite is. Voetbal wordt op dat moment alleen beoefend door jongeren uit de ‘betere kringen’. Als eerste Zwolse vereniging staat ZAC daarom tot op de dag van vandaag bekend als ‘de club van de elite’.

Zwervend bestaan 
In de eerste jaren na de oprichting lijdt de club een zwervend bestaan. De eerste wedstrijden worden afgewerkt op de Turfmarkt, waar de doelpalen voor een gulden per jaar opgeslagen worden in het huisje van de sluiswachter.

Het eerste speelveld van ZAC aan de Turfmarkt. Rechts het huisje waar de doelpalen werden opgeslagen.  

Jasper Warners, die later zou toetreden tot het bestuur van de NVB (Nederlandse Voetbal- en Athletiekbond) en betrokken zou zijn bij de oprichting van de FIFA, is de eerste voorzitter van de club. Als een circus trekt de club door Zwolle en op verschillende locaties worden wedstrijden gespeeld. Tot 1911, als ZAC door de inzet van Warners als eerste Zwolse sportvereniging een eigen sportpark krijgt. Dat ligt aan de Oude Veerweg en staat bekend om zijn overdekte houten tribune. Het sportpark ligt in een chique wijk van Zwolle en om toe te treden tot de club moet je dan ook van goede komaf zijn. Op de, zeker voor die tijd, prachtige grasmat worden zelfs interlands afgewerkt. De meest memorabele wordt gespeeld in 1912: Nederland -Duitsland, uitslag: 5 – 5.

Het eerste sportpak aan de Oude Veerweg met de houten tribune. 

Vergrijzing 
Maar de chique wijk waar het sportpark van AZC ligt, is ook een vergrijsde wijk. Al snel is er een tekort aan jeugd. Na een traject van ruim vijftien jaar verhuist ZAC in 1996 voor de laatste keer, naar het huidige sportpark aan de Landsheerlaan in Zwolle-Zuid.

Dit sportpark wordt gedeeld met Zwolsche Boys, de grote rivaal van ZAC op sportief gebied. Die rivaliteit ontstond al bij de oprichting van de verenigingen. ZAC was de club van de ‘elite’, PEC (het huidige PEC Zwolle) als de club van de ‘middenklasse’ en Zwolsche Boys als club van de ‘arbeiders’. De derby tussen ZAC en de Boys wordt ook wel een wedstrijd van de ‘werkgevers’ tegen de ‘werknemers’ genoemd. De verenigingen wilden alle drie de trots van Zwolle zijn, maar uiteindelijk trad alleen PEC toe tot het betaalde voetbal. 

Jo van Marle 

Jo van Marle, voormalig cultheld van ZAC

Het sportpark aan de Landsheerlaan wordt vernoemd naar Jo van Marle, een voormalige cultheld van ZAC. Van Marle speelde als voetballer bij ZAC tot hij 1953 voorzitter van de club werd. Ook doorliep hij verschillende functies binnen de KNVB. In 1980 wordt de Zwollenaar bondsvoorzitter. Daarnaast was Van Marle jarenlang penningmeester van de UEFA. Meer dan genoeg redenen om het nieuwe sportpark naar hem te vernoemen. Voor de Boys is dat uiteraard nog wel een puntje van kritiek, spelen op een sportpark vernoemd naar een held van de rivaal.

De bouw van het Jo van Marle Sportpark.

Hoogtijdagen 
ZAC beleeft zijn sportieve hoogtijdagen in de jaren twintig van de vorige eeuw. In 1928 wordt ZAC kampioen in de oostelijke Eerste Klasse, nadat de Zwollenaren voor ruim 17.000 toeschouwers met 2-1 van Enschede winnen. Vervolgens mag ZAC zich meten met de grootste clubs van het land, waaronder Ajax en Feyenoord, om het kampioenschap van Nederland. Aan het eind van deze competitie bereikt ZAC een respectabele vierde plaats, dat voor een groot deel is te danken aan topscorer Beb Bakhuys. Het seizoen hierop wordt Bakhuys met 31 doelpunten in 18 wedstrijden topscorer van Nederland, maar helaas is dat voor ZAC niet genoeg voor een nieuwe titel.

 Beb Bakhuys 

Met het oog op de jeugd 

In 2009 vindt een andere grote verandering binnen de club plaats: de vertrouwde zondag als speeldag wordt ingeruild voor de zaterdag. De club heeft te maken met een ‘leeftijdsgat’ van ruim tien jaar tussen de jeugd en het eerste elftal. De jeugd voetbalt op de zaterdag en vindt de overstap naar de zondag maar niks.

ZAC hecht grote waarde aan het eigen talent en het bestuur kiest er daarom voor een zaterdagvereniging te worden. Dat blijkt een goede zet, want in de eerste twee jaar haalt het eerste elftal meteen de nacompetitie en loopt het promotie naar de derde klasse tweemaal net mis. In 2014 lukte dat wel. ZAC wordt kampioen in de vierde klasse en promoveert naar de derde klasse, waar het vijf jaar later nog steeds speelt. 

ZAC ziet zichzelf tegenwoordig niet meer als een club van de ‘elite’, maar als een familievereniging. Je hoeft niet meer goede komaf te zijn om bij de club te komen, iedereen is welkom. Respect op en naast het veld is voor de club erg belangrijk, wat ook blijkt uit het motto: ‘Plezier en Respect’.

De rivaliteit met de Zwolsche Boys is nog wel steeds intens, maar de Zwollenaren spreken van een sportieve rivaliteit. Toch staat de derby elk jaar opnieuw garant voor een spektakel met voorzorgsmaatregelen, fakkels en spandoeken. 

Tekst: Jan Bolscher
Beeld: Beeldbank ZAC

Lees hier deel I: interview met Diana Ester, Zwolsche Boys-vrouw in hart en nieren.

Lees hier deel II: interview met Wilco Wittenaar, topscorer aller tijden van ZAC.