De komende weken besteedt Staantribune.nl aandacht aan derby’s in het amateurvoetbal. Aanstaande zaterdag (13 april) om 14.30 uur wordt in de hoofdklasse de kraker SC Genemuiden – VV Staphorst gespeeld. Voor de uitspelende ploeg een extra beladen wedstrijd, want met een periodetitel op zak doet Staphorst nog mee om het kampioenschap. Als opwarmer een portret van VV Staphorst.

Toegankelijk, back to earth en no-nonsense, het zijn een paar termen waarmee VV Staphorst zich omschrijft. De club viert op 30 november van dit jaar zijn zestigste verjaardag. In de christelijke gemeente Staphorst was het aanvankelijk niet denkbaar dat er gevoetbald zou worden, maar op initiatief van het lokale bestuur werd in 1959 in het hart van het dorp toch een sportveld aangelegd. 

Dertien jaar later verhuisde VV Staphorst naar de huidige locatie: Sportpark Het Noorderslag. Het in geel en blauw gekleurde sportcomplex kreeg in 1994 haar naam, na een uitbreiding van het complex. Eind jaren negentig boekte VV Staphorst op deze plek veel successen. Na jarenlang gebivakkeerd te hebben rond de vierde klasse, volgde onder trainer Popko Schuitema in slechts vijf jaar tijd kampioenschappen in de vierde, derde en tweede klasse. Schuitema en zijn selectie en staf legden samen met toenmalig voorzitter Bé Veen de basis voor het succes van de huidige, stabiele hoofdklasser.

In het seizoen 2006-2007 dwong Staphorst na zes jaar in de eerste klasse promotie af naar het hoogste niveau. Hierin trof het eerste elftal SC Genemuiden, ‘de grote broer’ uit de streek. Staphorst staat momenteel derde met een periodetitel op zak en Genemuiden slechts elfde. Inmiddels is de derby uitgegroeid tot een affiche waarnaar iedereen reikhalzend uitkijkt. De mooiste confrontatie was in 2016, nota bene de finale van de districtsbeker. De grote held van Staphorst was Martijn Brakke, die in de laatste minuten van de wedstrijd het enige doelpunt maakte. Brakke, een echte clubman, speelt nog steeds in het eerste elftal, net als Staphorster Rob Mijnheer, die aan het van het eind van dit seizoen stopt.

Samen sterk
‘Samen sterk’ luidt het motto bij VV Staphorst, een laagdrempelige club. Iedereen mag bij de gemeenschapsclub horen. Na vijf jaar lidmaatschap wordt ook een buitenstaander gezien als Staphorster.

De leden van de club staan met beide benen op de grond en zijn niet te beroerd om de handen uit de mouwen te steken. Alle klusjes worden door leden en vrijwilligers uitgevoerd. De club heeft een vaste groep vrijwilligers van zestigplussers. Met een man van 78 jaar aan het roer zorgen zij er wekelijks voor dat de reclameborden worden schoongemaakt en het onkruid wordt gewied.

Een van die leden is Jan Schra (58). Meerdere malen per week is hij op Sportpark Het Noorderslag te vinden, samen met zijn vrouw Henny. “Ik heb hier als jochie nog in een jurk rondgelopen”, grijnst de geboren en getogen Staphorster, doelend op de traditionele klederdracht uit het dorp.

Jan wilde als jongetje al bij de vereniging. Maar in een traditioneel dorpje als Staphorst ging dat niet zonder slag of stoot. “Als jochie ging je hier niet op voetbal, dat was heel ongebruikelijk.” Samen met zijn maat Klaas bedacht de twaalfjarige Jan een list. “Klaas vertelde thuis dat ik wel op voetbal mocht en ik vertelde thuis dat Klaas op voetbal mocht. Toen hebben onze ouders toch maar toegegeven. Het is nooit uitgekomen.”

Behangen
Jan stroomde in bij de C’tjes en op zijn zeventiende was hij al klaar voor het echte werk, het eerste elftal. Een periode waaraan Schra mooie herinneringen koestert, zo wel binnen als buiten de lijnen. “Toen Henny en ik ons eerste huurhuisje kregen, moest er van alles aan gebeuren. Ik belde de toenmalige trainer, Henk Overmars, om te zeggen dat ik niet kon komen trainen omdat we het huis moesten opknappen. ‘Niks ervan’, zei hij, ‘jij komt gewoon trainen en mijn vrouw komt Henny helpen met behangen.’ Dat kwam mij natuurlijk mooi uit, haha.” 

Ja-woord
Ook aan het voetbal zelf heeft Jan veel mooie herinneringen. Zo scoorde hij tweemaal in een kampioenswedstrijd, een dag nadat hij en Henny elkaar het ja-woord hadden geven. Nadat hij stopte met voetballen, werd hij leider van het tweede elftal. “Een keer moesten we een uitwedstrijd spelen bij een club in Almelo, maar in die tijd bestonden er nog geen navigatiesystemen. Stonden we aan de verkeerde kant van de stad. Ik belde bij de eerste de beste voordeur aan om de weg te vragen. Die man zei: ‘Ik wilde er net heen gaan. Ik stap bij jullie in.’ Bleek het een bestuurslid van die club te zijn.”

Kop d’r veur
Als speler van het eerste elftal speelde Jan nooit de derby tegen Genemuiden. “Zij speelden altijd veel hoger. Het is een vrij jonge derby.” Maar desondanks is de beleving groot, zowel in Staphorst als in Genemuiden. “Sfeeracties, fakkels, vuurwerk, spandoeken, alles komt voorbij”, vertelt Jan over de derby, waarop gemiddeld drieduizend man afkomt.

Ook op het veld is de spanning goed te merken. “Iedereen fokt elkaar op. Buiten het veld gaat iedereen normaal met elkaar om, maar binnen de lijnen gaat het er een tandje harder aan toe. Staphorst is een club van aanpakkers, kop d’r veur, van ons wint er geen een.”

Schra verwacht zaterdag een spectaculaire wedstrijd, maar geen goed voetbal. “De spanning en rivaliteit in zo’n wedstrijd zijn prachtig, maar het spel is vaak niet om aan te zien. Maar uiteraard verwacht ik wel een overwinning voor ons. 1–2, die punten gaan mee terug naar Staphorst.”

Tekst: Hessel van der Wal en Jan Bolscher