De komende weken besteedt Staantribune met een online reeks aandacht aan derby’s in het amateurvoetbal. Dit weekend werd in Meppel de derby tussen MSC en Alcides (0-2 voor de gasten) gespeeld. Omdat we zaterdag aanwezig waren bij SVVN – DES en de rest van de redactie bij de zeer geslaagde Groundhopdag zat, konden we helaas niet naar deze inhaalwedstrijd. Het interview met Alcides-icoon Roelof ten Veen hadden jullie nog wel te goed. 

Roelof ten Veen (66) is gastheer van het eerste elftal, lid van de scoutingscommissie en onderdeel van de klusploeg die het sportpark onderhoudt. Maar zijn mooiste herinneringen aan Alcides heeft de clubicoon als speler van het eerste elftal. Met Alcides I speelde Ten Veen zo’n vijf derby’s tegen rivaal MSC. “En ik heb er nog nooit een verloren”.

In het sponsorhome vertelt Ten Veen dat hij al op jonge leeftijd geïntrigeerd was door het spelletje. “Ik speelde met vriendjes uit de buurt op straat, van verenigingen wist ik nog niks af.”

Als jochie had hij aardig wat talent. Dat viel ook Harm Mulder, de toenmalige jeugdvoorzitter van Alcides, op. “Een oom van mij was getrouwd met de zus van Harm Mulder, dus hij kwam wel eens op verjaardagen”, vertelt Roelof. “Mulder vroeg of ik bij Alcides wilde spelen, maar mijn vader was het daar niet meteen mee eens. ‘Roelof gaat alleen naar Alcides als jij zijn voetbalschoenen betaalt’, zei hij. Harm vond dit goed en dus hadden ze een deal. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Alcides is een belangrijk onderdeel van mijn leven geworden. ZAC heeft ooit tweeduizend gulden geboden om bij hen te komen spelen. Maar ik dacht: die paar gulden heb ik toch zo weer op, ik blijf lekker hier.”

Been gebroken
Op 23-jarige leeftijd stroomde Roelof door naar het eerste elftal. “Ik heb ongeveer acht jaar meegedraaid in het eerste elftal en nooit de derby tegen MSC verloren”, zegt Ten Veen trots. “Wel hebben ze mijn been een keer gebroken. Ik was erdoor en de laatste man van MSC besloot aan de noodrem te trekken. Ik liep zelfstandig het veld af, maar later bleek dat er een breuk in mijn been zat.”

De derby tegen MSC gaat er altijd wat ruiger aan toe. “Als je elkaar in de stad tegenkomt, ben je vrienden, maar tijdens de wedstrijd sta je fysiek je mannetje. Er gebeuren wel eens dingen in het veld die niet door de beugel kunnen. In mijn tijd intimideerden we elkaar in het veld.”

Middenstip
“In mijn tijd stonden er soms drieduizend toeschouwers als we tegen MSC speelden. Maar ik kreeg daar nooit wat van mee, joh, ik zag alleen mijn mannetje. De wedstrijd tegen MSC is altijd bijzonder. Het brengt meer spanning met zich mee dan een normale competitiewedstrijd. Voor de spelers, maar ook voor de rest van de vereniging. In aanloop naar de derby worden vaak ludieke acties uitgehaald. Zo hebben jongens van ons een keer de middenstip uit het veld van MSC gegraven. Ook zijn ze wel eens met spuitbussen op het terrein van MSC in de weer geweest, maar dat vind ik een stap te ver gaan.” Op de vraag of dit soort streken andersom ook wel eens geleverd worden, volgt een harde lach van Roelof. “Nee, wij zijn net wat brutaler.”

Wind
De derby die Roelof het meest is bijgebleven, is een 2-1 overwinning op MSC, rond 1980. “Het stormde en de bal vloog alle kanten op door de harde wind. In de rust stond het nog 1-1. In die tijd speelde Gerrit Weide bij Alcides, later vertrok hij naar Heerenveen. Gerrit trapte de ballen precies op de wind. Dat was prachtig om te zien. Daardoor wisten we uiteindelijk te scoren en de derby te winnen.”

Tekst & foto: Jan Bolscher