De komende weken besteedt Staantribune met een online reeks aandacht aan derby’s in het amateurvoetbal. Dit weekend werd in Meppel de derby tussen MSC en Alcides (0-2 voor de gasten) gespeeld. Omdat we zaterdag aanwezig waren bij SVVN – DES en de rest van de redactie bij de zeer geslaagde Groundhopdag zat, konden we helaas niet naar deze inhaalwedstrijd. Het interview met MSC-icoon Ernst Steinhaus hadden jullie nog wel te goed. 

Bij binnenkomst in zijn woning in Meppel, waar Ernst Steinhaus (82) sinds tien jaar alleen woont, wijst hij meteen trots naar de muur. “Mooi klokkie hè, gekregen van de club.” In een grote spiegelklok staat de indrukwekkende staat van dienst van de clubicoon gegraveerd: voetballer, leider, commissielid, bestuurslid, voorzitter en, last but not least, ‘doener’. “Dat ben ik altijd geweest. In, maar ook buiten het veld. Niet denken, maar doen, met het mes tussen de tanden”, vertelt de oudgediende. “Vooral tegen Alcides, vanaf minuut één moet je er dan staan. Niemand komt er langs.”

Voetbalschoenen
Op zijn tiende begon Steinhaus als jeugdvoetballer bij MSC. Vijf jaar later debuteerde hij al in het eerste. Het had niet veel gescheeld of Ernst was gaan spelen voor de grote rivaal Alcides. De beslissing om naar MSC te gaan werd gemaakt op basis van een paar voetbalschoenen. “In 1946, het jaar na de oorlog, kreeg ik een paar voetbalschoenen van mijn neef cadeau”, vertelt Steinhaus. “Tijdens de oorlog speelde ik met een bal die gemaakt was van een fietsband, dus dat was heel wat.”

Het enige probleem was dat de neef van Ernst vijf jaar ouder was. “Ik was toen ongeveer tien, mijn neef was een jaar of vijftien jaar. Die schoenen waren dus veel te groot. Het zoontje van de slager wilde wel met mij van kicksen ruilen voor een ander paar dat wel paste. Maar alleen op de voorwaarde dat ik met hem bij MSC zou gaan voetballen.” En aldus geschiedde. 

Slotseconden
Ernst maakte de derby van Meppel op verschillende manieren binnen de vereniging mee, maar de mooiste manier is volgens de geboren en getogen Meppeler als speler zelf. In 1953, toen Ernst zeventien was, maakte hij zijn eerste derby als speler mee. “Die wonnen we meteen met 1 – 0. Dat was fantastisch.”

Zijn laatste derby speelde Ernst toen hij 27 jaar was. “Dat was ook meteen de meest bijzondere. Er stonden ruim 3.500 mensen te kijken en we stonden in de laatste minuut met 3–2 achter. Ik weet nog dat ik de toenmalige voorzitter van Alcides van de tribune af zag lopen, die dacht dat de buit al binnen was.” Maar in de slotseconden van de wedstrijd maakte MSC de gelijkmaker. “Dat zal ik nooit meer vergeten. Het was één groot gekkenhuis.”

Vlindertjes
“Normaal speel je voor driehonderd man. Tegen Alcides staan er ineens 2.500 toeschouwers, ze komen overal vandaan. Spandoeken gaan dan de lucht in en er worden fakkels afgestoken. Weken vóór de derby begint de spanning te stijgen. Toen ik nog speler was, kwam ik in de stad wel eens voetballers van Alcides tegen. Als je die dan een paar weken later weer tegenkwam, wilde je wel kunnen zeggen dat je de beste van Meppel was.”

Het gevoel dat hij kreeg als hij het veld opliep – in tenues die de spelers destijds zelf moesten betalen – is iets dat Ernst nog altijd koestert. “Als ik het veld opliep, voelde ik vlindertjes in mijn buik. Ik stond strak van de spanning. Als je dan de eerste twee ballen goed raakte, zakte de spanning langzaam weg. Ik was altijd verdediger en als de nood aan de man kwam, moest ik als stormram mee naar voren. Ik weet nog goed dat ik een keer tegen Alcides een bal een meter langs mijn eigen goal kopte. Fantastisch hoe je de supporters dan massaal hoort schrikken, dat is prachtig.”

Beroerd voetbal
De derby van Meppel leeft nog steeds. De spanning is weken van tevoren voelbaar in de stad en hoewel beide verenigingen nu minder spelers uit Meppel zelf hebben dan in de tijd van Ernst, is de beleving nog steeds gigantisch. “Uit Genemuiden, Staphorst, Assen, overal komen mensen vandaan om te kijken. Iedereen vindt het prachtig om de derby in het echt mee te maken, terwijl het voetbaltechnisch meestal een van de mindere wedstrijden van het seizoen is. Het is een burenruzie met inzet, spanning en vechtlust. Een beladen wedstrijd die wordt gespeeld met het mes tussen de tanden, maar bovenal met beroerd voetbal. Het is altijd een gevecht om de titel van beste club van Meppel geweest. Je moet vanaf minuut één de strijd aangaan. Hier sta ik, kom maar op. D’r an met z’n allen. Wij zullen de beste van Meppel wezen.” De kopjes koffie trillen als zijn Ernst met zijn vuist op de tafel beukt.

Tekst & foto: Jan Bolscher