Craven Cottage van Fulham is aanstaande zaterdag het decor van Gentry Day, een traditie van de supporters van Preston North End. Vorig jaar viel de keuze op de uitwedstrijd tegen Bolton Wanderers. Staantribune-volger Cor de Jong schreef er toen dit verhaal over:

Het wereldwijde eerbetoon aan Johan Cruijff was indrukwekkend. Een groots afscheid, zoals dat hoort bij een grote speler. De meesten moeten het met minder doen. Oud-spelers krijgen zelden een staande ovatie van een volle minuut. Herdenkingsrituelen voor supporters zijn meestal nog bescheidener. Een ‘In Memoriam’ op een website of in een supportersmagazine, misschien een spandoek met R.I.P. In Preston doen ze het anders.

In 2008 riepen de supporters van Preston North End een herdenkingsritueel in het leven dat zijn gelijke niet kent: Gentry Day. Supporters, jong en oud, spelers en staf gaan op Gentry Day gekleed als ‘gentleman’ – getooid met een klassieke bowler hat, liefst in krijtpak en met een wandelstok of een opplaksnor – naar een uitwedstrijd. Een jolige verkleedpartij, maar met een serieuze ondertoon: Gentry Day is bedoeld om de overledenen van de club de laatste eer te bewijzen.

“Preston fans are the best, they’re the Gentry”, verklaarde Alan Ball Sr. in de vroege jaren zeventig ten overstaan van de pers. De woorden van de succesvolle manager maakten wat los bij de achterban van PNE. Het werd gebruikelijk onder supporters om onberispelijk gekleed naar de wedstrijd te gaan, vaak zelfs met bolhoed, om zo de woorden van Ball kracht bij te zetten.


Na verloop van tijd verdween de bolhoed weer uit het stadion, om in het nieuwe millennium een glorieuze comeback te maken. Bij het overlijden van een van de fans van het eerste uur, John Tracey, werd de bolhoed weer van de kapstok geplukt. ‘The Return of the Gentry’ was een feit. Zelfs spelers deden mee aan de herdenkingsmaskerade en vertoonden zich met een bolhoed op social media of op het veld. Sinds 2008 is het een jaarlijks terugkerend fenomeen: één uitwedstrijd per seizoen wordt uitgeroepen tot Gentry Day.Gentry Day 2Dit jaar viel de keuze op de uitwedstrijd tegen Bolton Wanderers, op 12 maart in Macron Stadium. Geen toevallige keuze. De ontmoeting mag een derby worden genoemd. De Wanderers zijn bovendien, evenals Preston North End, een club met een roemrijk verleden. Beide clubs behoren tot de oprichters van de Football League, de eerste nationale voetbalcompetitie van Engeland. Last but not least herdenkt Bolton in deze week zijn eigen doden: de toeschouwers die omkwamen bij de Burnden Park-stadionramp, precies zeventig jaar geleden.

Macron Stadium ligt op een industrieterrein, langs de snelweg. Het is sinds 1997 de thuishaven van Bolton Wanderers FC, al is de term thuishaven hier eigenlijk tamelijk misplaatst. Het stadion ligt namelijk op een kwartier rijden van het centrum van de stad. Parkeergelegenheid genoeg, maar er zijn in de nabije omtrek nauwelijks huizen te bekennen en het is bijna een kwartier lopen naar de dichtstbijzijnde pub. Deze plek ademt geen voetbal. De sfeer moet hier met een theelepeltje bijeen worden geschraapt. Het stadion behoort tot de categorie nieuwbouwstadions die vanaf de jaren negentig op verschillende plaatsen in Engeland werden opgetrokken om verouderde onderkomens te vervangen.

Dat betekende het einde van Burnden Park, waar de club maar liefst 102 jaar speelde en waar Bolton Wanderers grote successen behaalde. In 1923 reikte Bolton tot de finale van de FA Cup, die op het pas geopende Wembley werd gewonnen. Maar ondanks alle mooie jaren kleeft aan Burnden Park toch vooral de herinnering aan die fatale middag in 1946.

Het drama staat met zwarte letters in het collectieve geheugen van de Wanderers gegrift. Tijdens een FA Cup-wedstrijd tegen het Stoke City van Stanley Matthews gaat het gruwelijk mis. Het stadion, waarvan een deel door de houtschaarste in de oorlog is gesloopt, biedt geen plaats aan de duizenden toeschouwers die op de wedstrijd af zijn gekomen. Het veld wordt belegerd, een muur stort in, draagbalken begeven het, er zijn honderden gewonden en er vallen 33 doden.

Het ondenkbare gebeurt: de wedstrijd wordt na een onderbreking hervat. De lichamen liggen langs de kant van het veld, bedekt met jassen; er wordt zelfs een nieuwe zijlijn getrokken om plaats te maken. De spelers spelen te midden van de lijken de wedstrijd uit. Die eindigt in een bloederige 0-0.

De sporen van Burnden Park zijn vervaagd. Op de plaats waar het stadion stond is een supermarkt verrezen. Een plaquette herinnert er nog aan de slachtoffers.

Macron Stadium lijkt in niets op zijn voorganger. De tragiek van die middag in 1946 is mijlenver weg als de fans van Bolton en Preston zich verzamelen in de pub. De meeste fans van PNE zijn te vinden in The Beehive. Het wemelt hier van de bolhoeden. Rustiger is het in The Barnstormers. Fans van beide clubs mengen zich hier moeiteloos. Hoewel de clubkleuren niet veel verschillen, zijn de Preston-fans herkenbaar aan hun uitdossing. Opplaksnorren, stropdassen en vooral bolhoeden. In alle soorten en maten. Van plastic of van vilt, in het zwart en in het roze, sommige getooid met een kleurig lint, andere met een embleem van de club, of bedekt met speldjes, gloednieuw of oud en gedeukt. Zelfs de dame achter de bar draagt een bolhoed die ze van een van de gasten heeft geleend en weigert terug te geven. Paraplu’s en wandelstokken ontbreken echter.

Gentry Day 3
“Normaal nemen we die ook wel mee”, vertelt Kenny (65). “Maar in sommige stadions komen ze er niet in.” Macron Stadium is er daar een van. Kenny is al jaren een trouwe volger van Preston North End. Samen met zijn makkers Shaun en Mark zit hij achter een groot glas bier. Zijn bolhoed en sjaal liggen op tafel.
Hij wijst op het embleem van de club: “Het lam Gods. We zijn een katholieke club.” Niet zo vreemd, want Preston is overwegend katholiek. “De naam is een verbastering van Priest Town”, legt Kenny uit.

North End is de plaatselijke trots. Dat de club als eerste erin slaagde beslag te leggen op de Double wordt graag in herinnering gebracht. De naam van clublegende Sir Tom Finney wordt nog regelmatig gescandeerd in het stadion. De fans zijn gehecht aan het glorierijke verleden en Gentry Day is daar een uitvloeisel van.

Het is een bijzondere dag voor de fans, volgens Kenny. Er zijn dit jaar maar liefst 4.500 fans meegereisd om hiervan deel uit te kunnen maken. Moeiteloos citeert hij de stelling dat Preston-fans “The Gentry of football” zijn, al krijgt hij het prompt met zijn makkers aan de stok over wie dat nu eigenlijk gezegd heeft. John McGrath, meent Kenny. Shaun houdt het op Alan Ball Sr. Over het doel van de dag zijn ze het in elk geval wel roerend eens: “Gentry Day is geen treurige dag, integendeel. We willen iedereen die bij de club betrokken was en het afgelopen jaar overleed herdenken, maar wel op een positieve manier.”

Wie zij herdenken? Kenny wijst naar Mark. “Hem herdenken we al tien jaar, want hij is al tien jaar dood!” Zijn lach schalt door de ruimte. Al snel wordt hij ernstig. Vijf oud-spelers zijn het afgelopen jaar overleden. Hij somt de namen op. “Maar het gaat minstens evenzeer om de fans. Van Preston, maar ook van Bolton.” Zijn gezicht betrekt als hij de naam van Burnden Park laat vallen. “In de 33e minuut van de wedstrijd neemt straks iedereen zijn hoed af, om de 33 slachtoffers te herdenken.” De anderen knikken met ernstige gezichten. De oproep om de hoed af te nemen werd gedaan op een supporterswebsite en het is duidelijk dat iedereen van PNE er gehoor aan zal geven: No one should ever go to a football match and not return home. Even is het stil en staart Kenny in zijn glas. Hij schraapt zijn keel.
“Volgens mij was het toch John McGrath.”

De tocht naar het stadion verloopt rustig. Er wordt vrijwel niet gezongen of geschreeuwd. De keurige kleding en de hoeden geven een cachet aan het geheel dat op een of andere manier niet meteen associaties met een voetbalwedstrijd oproept. Van een afstandje lijkt het alsof iedereen op weg is naar de synagoge.

Bolton heeft zijn eigen herdenkingsplaats ingericht voor de overledenen van de club. Voor de hoofdingang ligt een mozaïek van herdenkingsstenen. In de muur van het stadion, tussen de turnstiles, is een marmeren schrijn ingericht. Achter glas ligt een opengeslagen boek waarin de namen van gestorven Wanderers, zowel spelers als fans, staan opgetekend. Bij deze gedenkplaats ligt een krans voor de slachtoffers van Burnden Park. Twee fans van Preston North End houden even halt en slaan een kruis voor ze verder lopen.
In het stadion is de sfeer onder de thuissupporters gelaten. Bolton staat stijf onderaan en degradatie lijkt onvermijdelijk. De vele lege plekken maken het stadion nog kleur- en sfeerlozer. De South Stand, waar de uitsupporters zitten, is daarentegen afgeladen. Er wordt hartstochtelijk gezongen. Preston is weliswaar ook slecht aan het seizoen begonnen, maar heeft daarna de weg naar boven ingeslagen en intussen is de club een goede middenmoter.

De zee van bolhoeden is indrukwekkend, maar voor het overige lijkt er niets bijzonders aan deze wedstrijd. Als de opstellingen worden voorgelezen, fluiten de Bolton-fans de spelers van Preston uit en vlak daarna is het andersom. Zelfverzekerd dagen de Preston-fans de thuissupporters uit, die op hun beurt wankergebaren maken. Ergens op de tribune ontstaat ruzie. Er komen stewards aan te pas om de boel te sussen.

“Bolton’s going down, they’re going down!”, zingt North End pesterig. Even zijn ze geen gentleman meer, maar gewoon voetbalsupporters. Als Bolton scoort vallen de bolhoeden stil en is het aan de Bolton-fans om te sarren. Een opstootje. Een paar supporters van Preston worden afgevoerd door de politie. Gentry Day is football as usual.

En toch ook niet. In de 33e minuut wordt het ijzingwekkend stil in het stadion. Iedereen op de South Stand heeft zijn hoed afgenomen en houdt die in de lucht. Er wordt met de bolhoeden gezwaaid, maar niet feestelijk. De gezichten staan ernstig, het gezang is verstomd, verbeten blikken. De rest van het stadion komt overeind voor een staande ovatie. Het applaus klinkt aanvankelijk aarzelend, maar dan steeds luider, tot het klatert.
Dan is de minuut voorbij en wordt alles weer zoals het was. Er wordt weer gejuicht, gezongen, geschreeuwd, gescholden. Het gaat weer over voetbal – of wat daar voor door moet gaan, want het is geen al te beste wedstrijd.

In de tweede helft weet Preston de achterstand om te buigen. In de 57e minuut valt de gelijkmaker en vlak voor tijd komt de ploeg zelfs op voorsprong. De overwinning is nauwelijks verdiend te noemen, maar de vreugde bij het laatste fluitsignaal is er niet minder om. Bolhoeden vliegen door de lucht en belanden op het veld. Een van de spelers pakt er een, zet die op en maakt een rondedans terwijl hij het publiek bedankt voor de steun.

Het stadion loopt langzaam leeg. Iedereen keert huiswaarts, zoals dat hoort na een voetbalwedstrijd. Op het veld blijft een verdwaalde bolhoed liggen.

Cor de Jong
Docent, studiebegeleider bij Sparta Rotterdam en schrijver van de voetbalroman De aanname.

Foto’s: Connor Adam