De laatste maanden was Vitesse voor veel Arnhemmers een verplichting geworden. Zelf keek ik al een tijdje niet meer uit naar thuiswedstrijden. “Klote, ze moeten volgend weekend weer”, baalde ik als Vitesse-omroeper Theo van Baal na een wedstrijd meedeelde dat de zaterdag erop alweer zou worden gevoetbald in GelreDome.

De omgekeerde wereld: waar Vitesse normaal een geldig excuus was om verjaardagen van de schoonfamilie te ontlopen, werd de schoonfamilie plots een geldig excuus om een keer aan Vitesse te ontsnappen. Ik speurde de kalender af, in de hoop daar ergens een jarige oom of tante te vinden. Helaas hebben we een kleine familie.

Had je een jaar geleden, tijdens de bekerhype, een seizoenkaart over, dan was een berichtje voldoende om iemand mee te krijgen. Nu hadden ze allemaal “helaas al gepland om zondagmiddag helemaal niks te doen, sterkte”.

In gesprekken met medesupporters kwam je tot dezelfde conclusie: “Alsjeblieft geen play-offs.” De man die altijd rechts naast me zit op te tribune, Harry, had ik al maanden niet gezien. Volgens zijn vrienden was hij “er helemaal klaar mee”.

Er werd, terecht, gesproken van een verloren seizoen. Het door de bekerwinst opgebouwde krediet was verrassend snel verspeeld, wat had geleid tot het ontslag van Henk Fraser. Sommigen vonden dat ontslag “stank voor dank”, maar in Arnhem was de bekerzege inmiddels alweer gerelativeerd tot “een goede helft tegen Feyenoord (in de kwartfinale), heel veel mazzel en Ricky van Wolfswinkel”. Die beker was er niet dankzij, maar ondanks Henkie gekomen.

Het bovenstaande tekent de altijd van het nadeel van de twijfel uitgaande Arnhemmer, die een voorliefde heeft voor zwarte humor en leedvermaak. Vaak wordt het aloude kwertje wermuh trots gebruikt ter illustratie: volwassenen die op Monnikenhuize muntgeld met de aansteker gloeiend heet maakten en die muntjes dan richting nietsvermoedende kinderen gooiden om vervolgens op de eigen dijen te slaan van het lachen als die kleintjes hun poten verbrandden. 

Verrassend was het dus niet dat Arnhem opleefde van de kans om Twente de genadeslag toe te brengen, zondag. Een doodgebloed seizoen werd plots weer tot leven gereanimeerd door een beschikbaar donorhart. De een zijn dood…. Bij winst zou Twente degraderen, waardoor de wedstrijd het karakter kreeg van een publieke executie, waar juist in Arnhem naar werd uitgekeken. Dat Vitesse zich door een zege kwalificeerde voor de play-offs was een nadeel dat niet opwoog tegen het voordeel.

Ongemakkelijk vond ik de sfeer in GelreDome. Het voelde als ramptoerisme. De eredivisie werd toch niet beter van ‘Twenteloosheid’? Waren mijn mede-Ernummers het niet mee eens, evenmin met mijn argument dat wij ooit in precies datzelfde schuitje hadden gebivakkeerd. Nee, toen met ‘Karel’ werden wij verschrikkelijk hard genaaid door de NUON. ‘Jopie’ van Twente had de boel echt belazerd en dus moest Vitesse doen wat de KNVB had nagelaten en zorgen voor gerechtigheid: liquideren die Tukkers.

De Vitessenaren die ik sprak, begonnen allemaal over dat ene spandoek, ‘Faillitesse’, dat Twente-supporters ons ooit toonden toen ‘wij’ het moeilijk hadden. Ze vonden het prachtig dat de makers van ‘Faillitesse’ uitgerekend in GelreDome konden degraderen. En dus was er plots beleving in Arnhem, van een soort die je normaal alleen tegen aartsvijanden NEC of Ajax ziet. Sinds de bekerfinale had ik Arnhem niet meer zo massaal zien springen (“En wie niet springt, en wie niet springt die degradeert”). 

De plek naast me was weer bezet. Harry was terug. “Ik heb getwijfeld, want eigenlijk was de hond jarig. Maar dat Twente hier kan degraderen, tja, daar moet je bij zijn. Al heb ik er niet heel veel vertrouwen in, dat moet ik je er wel bij vertellen”, waarna Harry een ‘leegloop’ voorspelde: niet in de selectie, maar op de tribune. 

Voor de wedstrijd werd het spandoek getoond waar keihard aan was gewerkt: het logo van Twente, alleen was het ‘over het paard getilde’-paard nu een Jupiler-stier. Iedereen lachen en filmen met de mobiel.

Daarna: mannen met een letter op de rug, die zich omdraaiden richting het Twente-vak met als leesvoer “VAK P, AUF WIEDERSEHEN” en later “VAK P, DOUCHEN”.  Verder viel het spandoek “GEEN CENTE, ‘T-WENT-HE! op.
  
Dat GelreDome per 1 januari van Heineken was overgestapt op Jupiler kwam goed uit: allemaal zwaaien met een treffend treetje. Naast me werd geconcludeerd dat de Arnhemmer fanatieker is in jennen dan in het steunen van de eigen ploeg (klonk niet als een klacht trouwens). 

Natuurlijk werd er ook gezongen: “Twente degradeert, Twente degradeert”, “Wie niet springt, die degradeert” dus en “Zij gaan naar Nijmegeh!” Met die laatste werden twee vliegen in één klap vermorzeld.

Over vliegen gesproken: op het veld werd Twente ondertussen opgepeuzeld, als een op de rug liggend, spartelend insect, muurvast in het web van een dikke vette ‘geelzwerte’-spin. Het was onwerkelijk om te zien hoe Twente degradatievoetbal speelde met het ‘diepgangloze’ aanvalstrio Maher-Assaidi-Tighadouini.

Na de 2-0 ontvouwden de Twente-supporters een spandoek met een tekst waarmee ze toch de handen op elkaar kregen en scoorden in GelreDome: “De Eredivisie levert in. Gecondoleerd met het verlies.”

Naast de vele mooie treffers, was het lachen om Navarone Foor. Die pakte, na een botsing met de scheidsrechter, een gele kaart van de grond en toonde die aan arbiter Kamphuis.

Na de wedstrijd werden de supportersbussen van Twente massaal uitgezwaaid, weer met Jupiler-treetjes en “AUF WIEDERSEHEN!” Het gerucht ging dat ook De Graafschap-supporters zich ondertussen op de route verzamelden, om een graantje leedvermaak mee te pikken.

Lex Lammers van De Gelderlander kopte, cliché, maar treffend: “Vitesse danst op graf Twente”. Voor veel Ernummers voelde dat dansen ‘lekkah’. Dat het over vijf jaar zomaar andersom kon zijn, werd niet alleen erkend (net als dat Twente een trouwere aanhang heeft), maar juist aangevoerd om er vandaag maar eens extra van te genieten.