Marketingmannetje Chris Woerts presenteerde onlangs zijn negentienpuntenplan voor een hervorming van het betaald voetbal in Nederland. Met dit ‘Actieplan Eredivisie’, dat de wat zweverige titel ‘Je toekomst bepaal je zelf’ draagt, wil Woerts ervoor zorgen dat de eredivisie “competitief en aantrekkelijk” blijft.

In principe geldt voor de liefhebber het devies: komt Woerts, wees waakzaam. Woerts en voetbalcultuur is immers als drank en het menselijk lichaam: je krijgt er misschien een acute boost door, maar uiteindelijk maakt het meer kapot dan je lief is.


Het stuk staat dan ook vol commercieel jargon als “stakeholders”, “vermarkten” en “propositie”. Toch komt Woerts met een aantal behartigenswaardige voorstellen. Zo wil hij de play-offs om Europees voetbal afschaffen, de rechtstreekse degradatieregeling verruimen en de competitie pas na het sluiten van de transfermarkt op 1 september laten beginnen.

In de pers zijn zulke initiatieven met instemming begroet. Minder aandacht was er voor zijn plannen met de eerste divisie. Interessant is het idee om de commerciële tak van de competitie onderdeel van het eredivisiepakket te maken. Dat zou betekenen dat het televisiecontract met de publieke omroep ook de Jupiler League gaat omvatten. De NOS zal dan volgens Woerts in het samenvattingsprogramma tevens de eerstedivisiewedstrijden uitzenden, wat de zichtbaarheid van de competitie zeker ten goede zal komen.

Twijfelachtiger zijn de plannen met betrekking tot de competitiestructuur. Woerts wil de eerste divisie – net als de eredivisie overigens – terugbrengen tot zestien clubs. Een positief aspect is dat de beloftenelftallen daardoor het veld moeten ruimen. Vraagtekens plaats ik echter bij de regionale indeling die Woerts voorstelt, en wel “in poules van vier”. De bovenste twee en de onderste twee van elke poule gaan vervolgens na de winterstop tegen elkaar spelen: “Daarna de top acht voor kampioenschap, de laatste acht voor degradatie.”

Poules van vier? Dat zijn wel erg weinig clubs. Met een uit- en thuiswedstrijd tegen elke tegenstander zijn dat zes wedstrijden. Speel je dan voor de winterstop twee of drie keer een heel competitieprogramma, en dus vier of zelfs zes keer tegen dezelfde opponent?

En dan verhuist een van die drie tegenstanders na de winterstop ook nog eens mee naar de kampioenschaps- of degradatiepoule, zodat je er nóg eens twee keer tegen speelt. Bovendien ontmoet een club zo gedurende één seizoen in totaal maar 3+6=9 verschillende tegenstanders. Dat is toch niet bepaald aantrekkelijk.

Een oplossing die ik kan bedenken is een soort NBA-model: weliswaar een regionale indeling, maar in de praktijk speel je toch tegen alle tegenstanders, alleen net iets vaker tegen opponenten uit je regio.

Een merkwaardig actiepunt is verder een minimumeis aan de stadioncapaciteit: minstens tienduizend plaatsen, onder het motto: ‘Ambities horen bij betaald voetbal.’ Waar komt toch het geloof vandaan dat een uitbreiding van het stadion gelijkstaat aan ‘ambitie’? Hoogstens aan ondoordachte, blinde ambitie. Te hoge lasten door een te groot, onrendabel stadion liggen menige club als een steen op de maag – vraag dat maar aan Fortuna Sittard of Roda JC. Ambities horen inderdaad bij betaald voetbal, maar realisme niet minder.

Wat moeten clubs als onder meer Excelsior, RKC, VVV en FC Volendam überhaupt met een stadion dat de dubbele capaciteit heeft van het aantal toeschouwers dat ze trekken? Ze worden gedwongen duur geld te investeren in uitbreiding zonder dat daar iets voor terugkomt, aan stoeltjes waar nooit iemand op zal plaatsnemen.

Als je kijkt naar de huidige capaciteit van de stadions, dan zijn er 22 onderkomens met minimaal tienduizend plaatsen. Alles daaronder zal geen eredivisie meer kunnen spelen, tenzij ze een hoogst risicovolle uitbreiding laten doen. De promotie/degradatieregeling wordt verruimd, maar daarvan kunnen dus maar weinig clubs de vruchten plukken. Wat je krijgt is in wezen een vreemde vorm van protectionisme – allesbehalve competitief en aantrekkelijk.

Licentie-eisen zouden sowieso veel meer beperkt moeten blijven tot een gezonde financiële huishouding. Professionalisering zal verder vooral op een natuurlijke manier moeten werken. Dat geldt niet alleen voor stadioncapaciteit, maar ook voor zaken als een verplicht aantal contractspelers – een heet hangijzer bij de hervorming van de voetbalpiramide. Geef dat toch vrij, uiteindelijk zullen de clubs die het meest te besteden hebben vanzelf boven komen drijven. Het moet een keuze blijven, geen verplichting – pas dan bepaal je je toekomst zelf.