Met twaalf Nederlanders staan we in de bestuurskamer van Cowdenbeath. De man die ons een rondleiding geeft, haalt een heel oude beker tevoorschijn. “Dit is de Fife Cup uit 1882. Wij stonden dat jaar in de eerste finale. Helaas verloren we, maar de laatste finale hebben we wel gewonnen. Daarom hebben we deze beker nu een jaar in ons bezit.”

We nemen allemaal foto’s van de stokoude beker totdat Arie, een visser uit Spakenburg, de Fife Cup op wil tillen. Dat ging 134 jaar goed, maar nu valt de trofee in drie stukken uit elkaar. Het bestuurslid van Cowdenbeath huilt vanbinnen, maar houdt zich groot en gaat verder met de rondleiding. We krijgen zelfs nog koekjes aangeboden. Sindsdien heb ik een zwak voor Cowdenbeath, de club die komende zaterdag uit het Schotse profvoetbal kan degraderen, waarna het wel eens einde verhaal kan zijn.

Ooit was dat wel anders, want liefst vier keer probeerde ik tevergeefs een wedstrijd van Cowdenbeath te bezoeken. Mijn eerste poging was in 2010, maar toen besloten de Schotse scheidsrechters te staken. Er werden buitenlanders ingevlogen, maar dat was alleen voor wedstrijden op het hoogste niveau. De wedstrijd van Cowdenbeath werd daarom afgelast.

Tweede poging was in 2012. Ditmaal ging Rangers failliet en was het lang onzeker of Cowdenbeath – Dunfermline zou doorgaan, omdat Dunfermline de plek van de club uit Glasgow kon overnemen. Het duurde en duurde maar, totdat de vluchten onbetaalbaar waren geworden en ik niet meer kon gaan.

Uit frustratie boekte ik een paar maanden later weer een vlucht naar Schotland. Cowdenbeath – Partick Thistle stond op het programma. Het vroor lichtjes en dat was net genoeg om het veld van Central Park onspeelbaar te maken. Het was de enige wedstrijd in het profvoetbal die werd afgelast. Een jaar later nog maar eens proberen. Ditmaal regende het een beetje. Niets was afgelast in Schotland op een wedstrijd na. Inderdaad, die van Cowdenbeath.

Maar in 2014 lukte het dan eindelijk. Ik had een weekend in Schotland geboekt, omdat het Hearts – Hibs was. Die wedstrijd is uiteindelijk ook de reden geweest waarom ik een boek over Hearts heb geschreven. De dag voor de Edinburgh Derby speelde Cowdenbeath tegen Hamilton. Het was erg mistig en ik zag de bui al hangen, maar eindelijk lukte het na al die jaren om Cowdenbeath te vincken.

In het jaar waarin ik Hearts volgde, zag ik ze vier keer tegen Cowdenbeath spelen, want beide clubs zaten in dezelfde divisie. Voor Hearts was het Championship een schande, terwijl het voor Cowdenbeath de hemel was. De club met de cynische bijnaam The Blue Brazil is een van de kleinste Leagueclubs van Schotland en hoort eigenlijk thuis op het vierde niveau, maar dankzij een goed beleid was de club opgeklommen tot het tweede.

Daar hadden de mannen het zwaar. Ik zag ze met 5-1 en 10-0 verliezen van Hearts op Tynecastle en ook in het eigen Central Park waren de Jambos twee keer te sterk. Die laatste wedstrijd was trouwens heel zuur. The Blue Brazil stond met 1-0 voor, maar verloor uiteindelijk in de 93ste minuut met 1-2. Had Cowdenbeath gewonnen, dan was het veilig geweest, terwijl het nu nog een puntje nodig had op de laatste speeldag. Dat kwam er niet en de twee clubs onder hen wonnen die dag. The Blue Brazil was gedegradeerd.

Het seizoen erop organiseerde ik voor het eerst een Glorious Hearts-reis. Natuurlijk begonnen we met Hearts en op zondag stond er een bekerfinale op het programma. Voor de zaterdag wist ik ook al snel wat ik wilde: Cowdenbeath. Een belangrijke wedstrijd, want ook in League One was The Blue Brazil aan het vechten tegen degradatie. We kregen een rondleiding, een gesprek met de manager die ons zijn tactisch plan verklapte (de bal blind naar voren stampen), de Fife Cup werd gesloopt en koekjes werden gegeten. Cowdenbeath won met 2-1 en leek op weg naar veiligheid. Iedereen blij.

Die avond was er in Central Park ook een stockcarrace. Het is de reden waarom er een betonnen sintelbaan rondom het veld ligt en er stoplichten voor de tribunes staan, uniek in de Groot-Brittannië. Bij het racen was het gek genoeg drukker dan bij het voetbal. Een van de racewagens vloog vanuit de baan zo het veld op. De terreinknecht van Cowdenbeath zat met tranen in z’n ogen te kijken. Die tranen had hij een maand later ook, toen The Blue Brazil voor de tweede keer op rij degradeerde.

Waar Cowdenbeath het Championship haalde door goed beleid, gaat het de laatste jaren de goot in vanwege wanbeleid. Eigen jeugd krijgt amper meer een kans en er worden allerlei spelers gehaald die niets met de club of stad hebben. Het resultaat is dat Cowdenbeath vorig seizoen in League Two weer laatste werd.

Gelukkig voor hen kregen zij nog een herkansing. In Schotland degradeert de nummer laatst uit de laagste profdivisie namelijk niet, maar speelt het twee beslissingswedstrijden tegen een Non-Leagueclub, East Kilbride in dit geval. Na twee keer een gelijkspel wist The Blue Brazil zich via strafschoppen te handhaven. Dit seizoen pakte Cowdenbeath weer de rode lantaarn.

Afgelopen zaterdag werd het 0-0 tegen Cove Rangers in de eerste play-offwedstrijd. Een wonder, want The Blue Brazil werd compleet weg gespeeld. Komende zaterdag is de return in Cowdenbeath. Ik ben erbij en hoop van harte dat Cowdenbeath wint. Er gaan geluiden dat degradatie het einde kan betekenen voor de club uit 1881 en dat zou verschrikkelijk zijn. Cowdenbeath is een voormalig mijnwerkersstadje met hoge werkloosheid en weinig vermaak buiten pubs, stockraces en voetbal. Dat laatste mag hen niet afgepakt worden. Come on the Blue Brazil!