“HHHHHHHHHHHHHHHHHHHOOOOMMMOOOOOOOOOOOHHH!” Iedere keer als de keeper van de tegenpartij de bal in het spel ging trappen, rolde dit tijdens diens aanloop uit de kelen van onze harde kern achter het doel. Wat was dat? Plagen vooral, want zeker was dat de doelman in kwestie het met een mooiere vrouw deed als het gros van de grapjassen. Het gros van de grapjassen had helemaal geen vrouw, maar lakte thuis achter de computer noodgedwongen de nagels van de rechterhand om vervolgens een kwartiertje op die rechterhand plaats te nemen.

Vaak keek ik na zo’n ‘hhhoooommmoh!’ ietwat opgelaten naar beneden, waar – een rij onder ons – Bob zat. Bob, een man van middelbare leeftijd, oorbel, leren jack, zat naast een man die leek op een kruising tussen Pim Fortuyn en Frans Molenaar. Die kruising liep vaak moeizaam. Lopen viel het nauwelijks te noemen. Het was strompelen. Frans Molenaar en Oorbel Bob waren erg aardig, uitermate sympathiek zelfs, klapten keurig in de maat en ze scholden nooit (ook niet op de scheidsrechter). Nadat we dit allemaal bij elkaar hadden opgeteld, wisten mijn broertje en ik het zeker: die mannen, dat zijn homo’s. 


Een keer kon mijn pa niet en nodigde we in zijn plaats een vriend uit. Die vriend schreeuwde na de eerste beste Schwalbe: “HOMO!” Ik tikte onze vriend aan en fluisterde: “Rustig, die heren onder ons: homo’s.” Ik had mezelf al een tijdje gecensureerd, zelfs “flikker toch op joh!” kwam mijn strot niet meer uit. Als de tegenpartij begon met het voorspelbare “Het zijn de homo’s, yes-yes, het zijn de homo’s, yes-yes, ’t zijn de homo’s van VITES!” voelde ik altijd iets van plaatsvervangende schaamte voor mijn wereldje, het voetbalwereldje, en medelijden met Oorbel Bob en Frans Molenaar. Niet dat het tweetal tijdens homofobe leuzen een spier vertrok, maar ik kon me voorstellen dat het GelreDome, gezien hun geaardheid, niet echt een warm bad was. Integendeel. Hun seksualiteit, hun vorm van liefde, was een scheldwoord.

Een gemiddeld voetbalstadion is ongeveer zo homovriendelijkheid als een moskee. Profvoetballers stappen nog liever in de kist dan uit de kast. Ook op de tribune houden homo’s zich koest: ik heb in of rondom GelreDome nog nooit twee kameraden hand in hand zien lopen in ieder geval. Hand in hand lopen zal hier in Arnhem ook niet snel gebeuren, zeker na het incident met de betonscharen. 

Terug naar Oorbel Bob en Frans Molenaar. Tijdens een seizoen kwam Oorbel Bob plots alleen. “Hij kan de spanning niet meer aan”, verklaarde Oorbel Bob de afwezigheid van ‘zijn’ vriend. Aha, typisch, dachten mijn broertje en ik ‘vooroordelend’ (niet veroordelend). Frans Molenaar kwam ik niet lang daarna tegen in de Arnhemse binnenstad. We bleken, ruim genomen, buren. Aan zijn arm: een vrouw. Een mooie vrouw. Vast zijn zus. Maar Frans stelde die zus voor als “zijn vrouw”. Fuck…. En dat moeilijke lopen, dat kwam door een versleten heup… “Daarom ga ik niet meer naar Fietstas: ik kom die tribunes nauwelijks meer op… Ik heup dat het via een operatie goedkomt.”

Toen ik Oorbel Bob in het stadion vertelde dat ik Frans Molenaar had gezien en gesproken, vertelde Bob dat er meer was. Hij en Frans hadden ruzie: Oorbel Bob had het volgens Frans te gezellig met zijn vrouw. “Hij was gewoon jaloers”, zei Oorbel Bob. “Nergens voor nodig natuurlijk”, voegde hij er aan toen. Bedoelde Bob met dat “nergens voor nodig” dat hij wel homo was? Ik durfde het niet te vragen. Bang om Bob te beledigen en anders bang om hem het gevoel te geven alsof het wat zou uitmaken.

Omdat Joost de Wit ons vak begin vorig seizoen ophief vanwege een stadionverkleining, ben ik Oorbel Bob na de gedwongen verhuizing uit het oog verloren. Zijn geaardheid blijft zodoende een mysterie. Maar eigenlijk maakt dat, homo of hetero, geen flikker uit. Oorbel Bob houdt van voetbal en Vitesse, net als ik. Punt.

Een uit de kast komende voetbalprof is natuurlijk een voorwaarde voor de homo-emancipatie in het voetbal. En dan niet een narcistische ijdeltuit als Christiano Ronaldo of Memphis Depay, maar het liefst een type als Zlatan of Theo Janssen. Theo Janssen uit de kast, dat zou helpen. Stel dat Theet homo zou wezen, hij zou er de ballen voor hebben om er voor uit komen, er schijt aan hebben, hij is wie hij is. Net als dat hij tijdens zijn carrière eerlijk was over het paffen, zou Theo gewoon toegeven dat hij op mannen valt. Maar goed, Theo is geen homo. Wie wel, dat blijft – ingegeven door angst – ook anno 2017 geheim en dat maakt van de voetballerij een soort eindeloze versie van Wie is de Mol?.