Op de website van de NOS las ik dat Arno Vermeulen wel iemand weet om Frenkie de Jong bij Ajax op te volgen. Een Arnhemmer in Engelse dienst, Davy Pröpper. Door het bericht dacht ik direct terug aan een jaar of vier geleden. Een woensdagavond.

Op de Hommelseweg in Arnhem drukte ik op de bel van huize Pröpper. Het duurde even voordat een kale, op Cees Geel lijkende man opendeed met een norse ‘wij-kopen-niet-aan-deur-wegwezen-blik’. Haastig vertelde ik dat ik geen energieverkoper was en vroeg of meneer de vader van Davy was en of meneer wilde meewerken aan de inmiddels ter ziele Staantribune-rubriek Het Plakboek, waarin de ouders van een profvoetballer aan de hand van een van zolder getrokken privéarchief herinneringen ophaalden over hun kroost.

Het gezicht van de Peter hetende man klaarde niet op, maar werd minder nors. Hij stuurde me snel weg met “Ehm, ik ga erover nadenken”. In mijn nadeel sprak dat ik hem had gestoord op een onmogelijk tijdstip, want vlak voor het sluiten van zijn voordeur vroeg Peter nog: “Houd je zelf niet van voetbal of zo?” Want: “Ik zit Feyenoord-Ajax te kijken, voor de beker.” Ik bekende niet dat ik de Klassieker helemaal was vergeten, maakte ervan dat ik juist vanavond aanbelde, omdat ik wist dat meneer Pröpper dan zeker thuis voor de buis zat.

Een week later zat ik aan een met plakboeken gevulde keukentafel tegenover vader (Peter) en moeder (Ria) Pröpper. Hoogopgeleide, werkende ouders met op dat moment liefst drie bij BVO’s voetballende zoons (jongere broers Robin en Mike speelden bij De Graafschap, Davy zelf kwam op dat moment uit voor PSV). Op de vraag waar dat voetbaltalent vandaan kwam, zei Peter: “Dat moet dan van moederskant komen.”

Bescheiden vertelde Peter dat hij ‘zelf maar een jaartje in de hoofdklasse’ had gevoetbald. Een gescheurde kruisband, opgelopen door een in de woonkamer uitgebeelde reconstructie van een ziekenhuisbal, maakte een einde aan zijn voetbalcarrière. Toch was Davy niet het product van een obsessieve vader die wilde dat zijn zoon bereikte wat hemzelf niet was gelukt. “Het geheim van het voetbalsucces van onze jongens, is dat ze bij ons in de woonkamer mochten voetballen en dat andere ouders dat niet toe stonden”, grapte moeder Ria. De kosten van de schade van kapotte vazen en glazen was inmiddels wel terugverdiend.

Peter bleek een fanatieke Ajax-supporter. “Er is een foto van mij dat ik in Ajax-shirt voetbal in De Meer. Daarmee heb ik Davy lang wijsgemaakt dat ik voor Ajax heb gevoetbald. Pas later kwam hij erachter dat die foto is gemaakt op een dag van de supportersvereniging.”

Davy speelde tijdens dat interviewen van zijn ouders dus bij PSV. Als Vitesse-supporter had ik de doorbraak van Pröpper van dichtbij meegemaakt. Al vrij snel dacht ik: die gaat het niet redden. Te zacht. Te dromerig. Te gevoelig. Te zelfbewust. Te verlegen. Voor de camera’s was zijn bescheiden stemvolume zo laag, dat doven en slechthorenden ongetwijfeld de televisie harder moesten zetten. Een bijna problematisch bleue jongen die liever niet werd gezien, leek het. Een beroepskeuzetest zou hem vermoedelijk afraden om als profvoetballer in volle stadions te gaan voetballen, waar het publiek je met genoegen verbaal slacht als ze niks aan je hebben.

Na een redelijk goed en onbevangen begin zag je de nog jonge Arnhemmer krimpen en onder Fred Rutten zelfs mentaal knakken. Waar zijn generatiegenoot en maatje Marco van Ginkel onbevangen plezier uitstraalde, ging Pröpper gebukt onder de druk. Hij voetbalde niet, hij tobde. Opgesloten in zijn eigen hoofd, als een geest in de fles. Het voetbaltalent dat absoluut in hem zat kwam er niet uit door spanning, meedogenloze fluitconcerten in Gelredome elektrocuteerde zijn ziel. De sierlijke middenvelder durfde niet vrijuit te voetballen. Ik dacht, met een mengeling van medelijden maar toch ook een flink portie supportersirritatie: verlos die softie uit zijn lijden en verhuur hem aan Almere City.

Je zag het vaker. Voetballers met goede acties die plots aan één keer raken deden, omdat ze het stadium dat ze de bal wilden hebben al lang voorbij waren. Davy Pröpper, dacht ik, zou er eentje worden die pas echt bevrijd raakte als hij stopte en lekker bij de amateurs ging spelen. Zonder druk, zonder volle tribunes. Misschien was een transfer naar het Midden Oosten iets voor hem en gedijde hij het best in lege stadions, tijdens privé-wedstrijden voor gefortuneerde sjeiks.

Godzijdank kreeg ik ongelijk. Teamgenoot Theo Janssen speelde een rol, adviseerde Pröpper – zelf completer dan Theo, mobieler en nog verfijnder – om gewoon schijt te hebben en te vertrouwen op zijn inzicht, techniek, balgevoel en loopvermogen. Met hulp van een sportpsycholoog en het vertrouwen van bewonderaar (en trainer) Peter Bosz bloeide Pröpper op, met een baardje dat symbool leek te staan voor de gedaantewisseling van jongen naar stoere kerel. Ajax had Christian Eriksen, Vitesse Davy Pröpper. Een rasvoetballer met paardenlongen. Met de week groeide zijn zelfvertrouwen. Vlak voor zijn vertrek naar PSV vloog hij als een geelzwarte arend over de velden, ongrijpbaar, onverstoorbaar en egoloos, zonder borstklopperij. De rest is geschiedenis.

Toen ik tegen de Pröppers zei dat ik dat baardje een symbool van Davy’s metamorfose vond, stelden Peter en Ria dat ik het mis had. “Bij Vitesse zeiden ze dat Davy schijt moest krijgen. De waarheid is dat hij helemaal geen schijt heeft. Davy heeft het op zijn eigen manier gedaan, is zichzelf gebleven en geen schoppen gaan uitdelen om zich te profileren”, zei moeder Ria. “De media hebben er een verhaal van gemaakt. Door dat baardje werd Davy zogenaamd een strijder. Een angstig jongetje dat door sportpsychologische hulp nu een echte vent is. Als je hem van dichtbij volgt, weet je dat die verhalen opgeklopt zijn. Davy heeft nu gewoon meer zelfvertrouwen en is sowieso van de geleidelijke ontwikkeling.”

Die geleidelijke ontwikkeling gaat tot op de dag vandaag door. Pröpper speelt tegenwoordig in de Premier League bij Brighton & Hove Albion en is in staat om ook voor Oranje nog veel moois te doen. Het geheim van Davy Pröpper zit hem in de naam van zijn eerste voetbalclub, VDZ in Arnhem-Noord. Volharding Doet Zegevieren.

Geen idee of Ajax wil en kan natuurlijk (je zou hem als een kruising tussen Ziyech en De Jong kunnen beschouwen), maar op de Hommelseweg in Arnhem zit vanavond iemand voor de televisie die het graag zou zien: Davy Pröpper in de Johan Cruijff Arena, volgend seizoen.

Foto header: Pro Shots/Frank Renia (Vitesse – PSV 2010)