Schrijver Nick Hornby stelt in zijn klassieker Fever Pitch (1992) terecht dat voor voetbalfans een jaar niet van 1 januari tot 31 december loopt, maar van augustus tot en met mei. “June and July don’t really happen”, verklaart Hornby zich nader, wat fraai laat zien dat zijn boek stamt uit de tijd dat de speelkalender nog niet maximaal dichtgemetseld was, we nog geen Livescore hadden en de zomerstop nog echt een zomerstop was.

Zoals het tijdschrift Time altijd een ‘Person of the Year’ uitroept in december, zo ga ik dat in deze zomerstop maar eens doen voor de vaderlandse voetballerij. En zoals bij Time die persoon van het jaar niet per se – en meestal juist met nadruk níet – iemand is die wordt bejubeld, zo kies ik iemand aan wie ik het afgelopen jaar zoetjesaan een gloeiende hekel heb gekregen…. Nathan Rutjes.

soccerfanshop.nl

Ik besef dat ik hiermee niet bepaald een populaire mening verkondig. Rutjes is uitgegroeid tot nationale knuffelbeer, de allemansvriend, een hartverwarmende jongen die met zijn positieve teksten een verademing is in de kille voetbalwereld vol macho’s, ego’s en aso’s. Dat is tenminste de status die Rutjes geniet, niet alleen binnen maar inmiddels ook buiten de kring van voetbalfanaten.

Het spijt me oprecht, maar ik krijg de kriebels van Nathan Rutjes. Elke keer weer dat permanent glunderende gezicht op het scherm, als een clowntje zonder schmink. En dan die zalvende teksten waarbij zelfs het gedachtegoed van GroenLinks extreemrechts lijkt. Als ik Nathan Rutjes zie, dan kijk ik naar de liefdesbaby van Frans Bauer en Moeder Teresa.

Ik snap dat een paar woordjes Rutjes een welkom kalmeringsmiddel vormen voor iedereen die trillend van ergernis de afstandsbediening naar de tv wil smijten wanneer Memphis Depay weer eens verkleed als Cowboy Billy Boem op stuitende wijze Huis ter Duin binnenparadeert zonder de pers te woord te staan. Maar is het middel niet minstens even erg als de kwaal?

Misschien is het gewoon mijn afkeer van extremen. Ik ben meer van de middenweg. Met Bas Nijhuis heb ik het ook. Die wordt dan door de Johan Derksens van deze wereld – of eigenlijk vooral door Johan Derksen zelf – bewierookt omdat hij een wedstrijd niet doodfluit zoals zijn collega’s plegen te doen, maar Nijhuis is weer het andere uiterste. Die fluit gewoon helemaal nergens voor als zijn kop ernaar staat.

Met supportersgedrag idem dito. Als er ergens een geweldsincident is, dan is er altijd wel iemand in de buurt die komt vertellen dat in Duitsland de fans van de beide ploegen ‘gewoon’ door elkaar zitten. Ook dat is het andere uiterste. Begrijp me goed: ik vind het ook schrijnend als supporters elkaar de hersens inslaan, maar het moet ook niet wekelijks Grote Verzoendag zijn.

Rutjes is de tegenpool van Depay, maar ze werken me allebei op de zenuwen. Krijg ik van Depay spontaan last van hoge bloeddruk en hartkloppingen, van pater Rutjes krijg ik slappe knieën en breek het zweet me uit. Je kunt erop wachten na een wedstrijd van Roda JC, dan wordt-ie weer voor de camera gehaald, de sociaal werker op voetbalschoenen. Goeie grutjes, daar komt Rutjes, prevel ik dan – en ik voel alreeds een druppel zweet tappelings over mijn ruggengraat lopen.

Had Studio Spaan nog bestaan, dan zou Diederik van Vleuten nooit Nathan Rutjes hebben kunnen imiteren, want imitaties drijven op uitvergroting en er valt niets meer uit te vergroten bij die jongen. Hij is zelf al zijn eigen karikatuur.

En dan is er nog dat kapsel. Tja, ik moet het tot besluit toch nog even noemen. Het bewuste kapsel, als het zo al mag heten, kan dan wel het hoofd tooien van een doodgoeie jongen, maar het blijft een ridicule, met alle elementaire wetten van de goede smaak spottende haardracht, daar helpt geen moedertjelief aan. Overal in den lande willen kinderen nu een Rutjeskapsel, maar die koters kunnen onmogelijk allemaal ook het boterzachte karakter hebben van Rutjes. Dan zit je als ouders dus opgescheept met een onhandelbaar kind met in zijn nekje een vliegengordijn. Dat wordt een lange zomerstop.