Veel vrienden van mij zijn al gestopt met voetballen. Nog ver voordat er kinderen kwamen of knieën kapot waren, konden ze het niet meer opbrengen. Ze gaven het gewoon op. “Een, twee keer in de week trainen en je bent een dag van je weekend kwijt”, zeiden ze. “Ik was er wel klaar mee.” Ze waren nog lang geen dertig. Zelf heb ik geen recht van spreken: ook ik ben gestopt, al doe ik in ieder geval nog een balsport: tennis. En inderdaad, het is lekker dat je zelf kunt bepalen wanneer en hoe vaak je sport.

Steeds meer jongemannen die het in zich hebben om nog jaren te voetballen, lopen over. De meesten naar het hardlopen. Bij voetbal was hardlopen de straf voor een collectieve wanprestatie. Rondjes sjouwen om het veld. Iedereen haatte hardlopen. Je wilde met bal trainen. “Hiervoor betaal ik geen contributie, verdomme”, vloekte je terwijl je stiekem een hoek afsneed.

En nu kiezen jonge, in de kracht van hun leven verkerende mannen, vrienden van me, massaal voor de straf. Vrijwillig. Raar. Alsof je ineens iemand van vroeger in een hal herkent. Hij staat daar best vreemd met zijn rug naar de mensen toe. In een hoek, tegen de muur. Je herkent hem aan zijn lengte. Het moet hem zijn. Je tikt hem – vroeger een prettig gestoorde belhamel – op zijn rug en vraagt wat hij in godsnaam aan het doen is. “Ik? O, gewoon. In de hoek staan. Op school vond ik het vreselijk, maar nu: fantastisch! In de hoek staan: een van mijn twee hobby’s. Hierna ga ik een half uurtje papier prikken en blikjes rapen op een openbaar plein.”

Ik heb het wel geprobeerd, hardlopen, maar kan het niet. Te saai. Al na een meter of dertig stoppen mijn benen er automatisch mee. Ze protesteren: letterlijk. Zonder bal, zonder een politiehond of gek achter me aan, zonder doel, weigeren mijn benen te hollen. Daar moet je doorheen, zeggen de hardlopers, alsof het je eerste slok bier of eerste stap in zee is. Als je er eenmaal doorheen bent en de dopamine in je kop vrijkomt, is het heerlijk, verslavend zelfs. Echt waar. Sommigen zien er ook echt zo uit: verslaafd. Als junks. Magerder dan ooit, op het uitgemergelde af.

Voor een lekker gevoel in de kop drink ik wel een biertje. En daarmee stuit je op een nieuw probleem: bier, bierzine, wat vroeger in de voetbalkantine een soort verplichte bijdrage aan de sfeer was, is plots gif geworden. Vroeger moest je een verdomd goede reden hebben om bier te laten staan, nu volstaat het feit dat ze hardlopen.

Nee, het is geen joggen wat ze doen: het is hollen met een hoger doel: de marathon. Met als resultaat dat je op je verjaardag plots drie kratten bier en zeven zakken chips overhoudt. Want de overlopers, de zogenaamde ‘marathonlijers’, leven op hetzelfde dieet als het paard van Sinterklaas: water en wortelen.

Even dacht ik: er moet meer achter die massale overstap naar het hardlopen zitten. Ik gebruikte mijn fantasie en legde een verband met het snel uitdijende Second Love. Plots begreep ik het: die vrienden gingen vreemd. Zogenaamd twee keer in de week in een bos rennen en daarna, thuis, direct onder de douche springen zonder argwaan te wekken! Het perfecte alibi. Geniaal! “Schatje, dat hardlopen doet je goed, je humeur, het is zoveel beter geworden sinds je rent.” – “Ja, dat komt door het geluksstofje dat vrijkomt, lieverd.” Ik heb het mijn vrienden gevraagd, recht op de man af. Ondanks dat ze in één klap mijn respect kunnen terugwinnen, ontkennen ze. Het probleem is, nu ze niet meer drinken, dat ik hun broodnuchtere antwoorden niet langer vertrouw.

Wat heb jij tegen hardlopen, zul je denken. Hardlopen is hartstikke onschuldig, toch? Nou, naast dat ik vrienden heb verloren aan dat hardlopen, verstoort het ook de openbare orde. Ik houd er van om na het eten een wandelingetje te maken, hier in het prachtige Arnhemse stadspark Sonsbeek (het mooiste park van Nederland). Maar dat gaat nauwelijks meer, want ik heb nog geen drie stappen in het park gezet of ik heb een kwijlende hijger in een fluorescerend hesje in mijn nek. Hardlopers hebben het ‘sportpark’ – samen met bootcampers – ‘geconfisqueerd’. Voetballers voetballen keurig op een afgesloten sportpark. Niemand heeft er last van. Maar hardlopers lopen in de weg, al doen ze voorkomen alsof het verdomme andersom is. Max Verstappen racet ook niet door de binnenstad van Maastricht met zijn Red Bull, toeterend achter een Volkswagen Polo, om te trainen voor de GP van Monaco…

Nee, geef mij maar voetbal. Van voetbal heb je geen last, maar lust. Ook als je het spel niet speelt, heb je er kijkplezier van. Daarnaast brengt voetbal een hoop gezelligheid voort in kleedkamers, kantines en stadions. Hardlopen brengt – buiten een goede conditie voor de beoefenaar – niets van dit alles. Lang hoopte ik dat het een hype was. Helaas.