Ik bezocht Vitesse – Sparta, de eerste thuiswedstrijd na Vitesse – Ajax, toen een paar geelzwarte snotapen de stijlvolle keeper van Ajax, André Onana, pestten op een manier die juist Vitesse voor aap zette. Dat stadionspeaker Emile Hartkamp voorafgaand aan de thuiswedstrijd tegen Sparta uitdrukkelijk verzocht om de club niet in meer diskrediet te brengen was begrijpelijk. Alleen de manier waarop was, tja, onhandig (“zodat wij apetrots op onze supporters kunnen blijven”). Emile Hartkamp, ex-volkszanger (‘het brein achter Bauer’),  is een heel soms zingende stadionspeaker. Dat doet hij eigenlijk te weinig, Vitesse-liedjes zingen. Een volkszanger als stadionspeaker, het biedt potentie. Stel je voor dat Hazes nu nog had geleefd, gestopt was met optreden, maar voor de ‘leuk’ stadionspeaker van Ajax was geworden…

Gelukkig namen de Vitesse-supporters tegen Sparta imagorevanche, nadat dertiger Arnold Kruijswijk zijn eerste goal ooit in het betaald voetbal maakte. Na zijn doelpuntenontmaagding werd Arnold de hele wedstrijd luid toegezongen, met als hoogtepunt een Kruiswijk-medley (onder andere “Kruiswijk in Oranje”) die besloten werd met: “Ga staan, als je voor Arnold bent!” Op de rollerside na stond iedereen, iets dat voor het laatst lukte in de voorganger van GelreDome, Nieuw-Monnikenhuize, toen er nog voornamelijk staanplaatsen waren.

soccerfanshop.nl

Van een antiheld een held maken: Arnhemse humor. Maar het op Kruiswijk gerichte gezang was meer dan humor alleen. Het was een ode aan Arnold, een voetballer die domweg keihard werkt, altijd inspeelt met binnenkant voet, die niet bezig is zich nadrukkelijk in de kijker te spelen om spoedig pleite te kunnen en die het profvoetballerschap niet beschouwt als een lucratieve hobby, naast het verzamelen van sneakers, tatoeages en FIFA spelen. Arnold – hij ziet eruit als een Neanderthaler met anorexia en loopt al jaren in rollatorstand, met gekromde rug dus – is de tegenpool van zijn charismatische collega Guram Kashia, die zo door kan gaan voor een G-Starmodel. Arnold is trouwens minstens zo goed als Guram.

Door juist van de introverte Arnold een ster te maken, kregen de narcistische jonge spelers een lesje geleerd. Spelers die vooral voetballen om bewonderd te worden; huppelend als ballerina’s, sokken opgetrokken tot over de knie. Voetballers die veel tijd steken in hun look en in het veld vage no-look-passjes geven, waarvan je denkt: “Dit was inderdaad no-look”  – Geen gezicht, dus. Jongens die ten koste van het elftal jagen op een ‘YouTube-moment’ en hopen op een staande ovatie.

Een staande ovatie die juist de onooglijke en mediaschuwe Arnold ten deel viel. Arnold, een man zonder Instagram, een man naar het hart van zijn trainer Henk Fraser, die onlangs liet optekenen het moeilijk te hebben met de huidige generatie, net als het publiek dus. Een generatie die bij een schaar denkt aan de kapper en niet aan de klassieke passeerbeweging. Een generatie die wel graag in de spiegel kijkt, maar nooit kritisch. Arnold is al langer een cultheld in het GelreDome, juist omdat hij een van de weinigen is met wie de doorsnee-supporter zich wel kan identificeren. Arnold Kruiswijk doet gewoon zijn stinkende best, speelt simpel en is daarmee verworden tot dat wat veel van die circusvoetballers juist beogen te zijn: een bijzondere voetballer.