Bij de wedstrijd Willem II – FC Groningen (0-0) op 26 januari werd naar verluidt een heuse matchfixer’ uit het stadion verwijderd. De man zat op de perstribune en belde continu statistieken door naar een wedkantoor. De Telegraaf bestempelde het voorval in Tilburg als “het klassieke verhaal van de manier waarop matchfixers te werk gaan’”. Volgens mij haalt de krant hier een aantal zaken door elkaar.

In augustus 2012 was ik bij Almere City – TOP Oss (2-3). De thuisploeg kreeg binnen een kort tijdsbestek drie rode kaarten, waarna een deel van de aanhang zich keerde tegen een in het stadion aanwezige Chinees die voortdurend met twee mobiele telefoons in de weer was.


De dagen daarna gonsde het omineuze woord ‘matchfixing’ rond, wat om meerdere redenen vreemd was.

Zo viel er op de rode kaarten niet zo heel veel af te dingen. Bij de eerste kon men nog twisten over de vraag of de elleboogstoot een bewuste was. Maar de tweede en derde kaart, respectievelijk voor het torpederen van een doorgebroken aanvaller en voor een tackle met twee gestrekte benen, zouden zelfs in de Uruguayaanse competitie zijn gegeven.

Het was vooral vreemd dat uitgerekend een knotsgekke wedstrijd als deze in verband werd gebracht met matchfixing. TOP Oss is het twee keer eerder overkomen, vanwege wedstrijden met uitslagen van 4-5 en 8-0.

Raar, want als je als crimineel een wedstrijd wil manipuleren, dan doe je er toch alles aan om juist geen argwaan te wekken? Je spreekt dan toch niet met de omgekochte spelers af dat de ‘fix’ bestaat uit het in rap tempo verzamelen van rode prenten of uit het tot stand brengen van een vrij unieke uitslag? Dan kies je eerder voor iets als het verliezen van een lastig uitduel met meer dan een doelpunt verschil – een uitslag waar in eerste instantie niemand van opkijkt – zoals in het geval van Kargbo en Willem II.

De Chinees in Almere was dan een zogeheten ‘belchinees’: iemand die in dienst van een gokkantoor statistieken en wedstrijdgebeurtenissen doorgeeft, zodat de odds razendsnel aan de veranderde stand van zaken kunnen worden aangepast en de gokker geen voordeel haalt uit het feit dat hij eerder op de hoogte is dan de aanbieder.

De belchinees is een soortnaam geworden, niet per se voorbehouden aan Chinezen. De belchinees in Tilburg was bijvoorbeeld een Engelsman. Maar een belchinees is dus geen matchfixer. Het kan weliswaar strafbaar zijn wat hij doet, als hij voor een illegaal kantoor werkt bijvoorbeeld, maar matchfixing – het ‘manipuleren’ van de uitslag van een wedstrijd – is het niet. Dat gebeurt vooraf. De belchinees is daarmee een relatief onschuldig fenomeen.

Veel meer moeite heb ik met wat ik, ietwat generaliserend, de ‘niet-belchinees’ noem: voetbaltoeristen die in het stadion ook non-stop hun telefoon bij de hand hebben, maar dan om filmpjes en selfies te maken. Iedereen kent wel de beelden van pakweg een Barcelona-aanvaller of Manchester United-spits die net gescoord heeft en juichend wegloopt, met op de achtergrond een rijtje Chinezen die niet in extase zijn, maar het moment willen vastleggen op hun smartphones.

Begrijp me niet verkeerd, het zijn ongetwijfeld stuk voor stuk brave lui die verder geen vlieg kwaad doen, maar veel diehardfans en voetbalromantici zien met lede ogen aan hoe menige klassieke voetbaltempel, waar voorheen een intimiderende atmosfeer hing, nu ook al tijdens wedstrijden verandert in een toeristische trekpleister met het aura van een museum. Lees er maar eens een forum van Manchester United-supporters op na.

David Bartram beschreef een paar jaar geleden in het voetbalcultuurtijdschrift The Blizzard hoe het komt dat de beleving van de gemiddelde Chinees fundamenteel verschilt van die in Groot-Brittannië: “The British ideal of the loyal fan supporting a team of no-hopers through thin and thinner does not apply.” Het moderne China is een maatschappij waar “success is paramount and failure, even when combined with heroic effort, is rarely respected.” Daarom komen Chinezen met geld massaal af op de rijke Europese topclubs, gloryhunters in optima forma, en wil het maar niet lukken in eigen land een fatsoenlijke competitie neer te zetten.

Er is echter hoop: de voetbalwereld wordt de laatste tijd opgeschrikt door de massale uittocht van spelers die voor astronomische bedragen in China gaan voetballen. Het succes wordt als het ware geïmporteerd. Er wordt met argusogen gekeken naar de geldsmijterij in China, maar ik zie ook kansen. Chinezen hoeven straks niet meer zo nodig naar Europa om hun helden te zien, want die komen nu zelf al hun kant op. Wij verliezen topspelers, maar misschien krijgen we in ruil daarvoor weer wat authentieke stadionbeleving terug.