Het mooiste aan de historische Europese campagne van Ajax: de jongensachtige Matthijs (de Ligt), Donny (van de Beek) en Frenkie (de Jong), die in de Champions League voetballen alsof ze deelnemen aan een schoolvoetbaltoernooi. Heerlijk onbevangen, frank en vrij. Erik ten Hag die als een iets te fanatieke groep 8-leraar langs de lijn staat te coachen, maar na een gewonnen wedstrijd wel direct wijst op het huiswerk dat niet vergeten mag worden.

Ook prachtig: dat het alleen maar beter wordende Ajax de Champions League er uit laat zien als een soort eredivisie. Tegen de Amsterdammers oogden grootmachten als Real Madrid en Juventus in eigen stadion als sc Heerenveen en FC Groningen. Miljoenenformaties die plots goedkoop, technisch beperkt en bijna gedateerd overkomen. Thuis op de bank knijp je jezelf in de arm, omdat je denkt dat je naar een potje FIFA op de PlayStation zit te kijken. “Die gozer die zo goed met de mindere goden van Ajax speelt heeft geen leven!”

Het genot zit hem vooral in het onverwachte. Heel, heel misschien de Europa League, verder was de Youth Champions League de enige internationale prijs die Ajax ooit nog kon winnen. Zoals Friezen hoofdschuddend gestopt zijn met geloven in een Elfstedentocht, zo dacht nagenoeg heel Nederland dat een eredivisieclub de Champions League-finale onmogelijk kon bereiken.

Als tv-kijker was ik eigenlijk al met CL-pensioen. Zeker toen de UEFA besloot om 16 van de 32 CL-tickets bij voorbaat te vergeven aan de vier rijkste voetballanden kon ik het nauwelijks meer aanzien. Afgeknapt op de CL, dat met het jaar steeds meer een soort Formule 1 wordt. Alleen rijke teams uit de grote competities plus Paris Saint-Germain maken kans op de eindzege.

Voor een Nederlandse ploeg rest er slechts het opschrokken van een overgelaten kruimel. Ajax, Feyenoord en PSV: in de CL waren ze als kippen die tussen de kaken van een T-Rex werden verslonden. Ik kon die welhaast lugubere, ongelijke, kansloze strijd niet meer aanzien.

Als het op Europees voetbal aankomt ben ik een Thierry Baudet: een nationalist, tegen internationale kartelvorming van de multinationals met absurde begrotingen (het liefst zie ik ‘de buitenlanderregel’ terugkeren). Ajax, Feyenoord, PSV, AZ: spelen ze internationaal, dan kleuren de clubtenues oranje en hoop ik op Nederlands succes. De laatste jaren werd dat succes steeds schaarser. Naast het David tegen Goliath-element geniet ik van het naar hypocrisie neigende opportunisme.

Denk terug aan een jaar geleden. De busbonzers: Ajax-supporters die na de nederlaag bij PSV op de eigen spelersbus ramden alsof ze een speciale mobiele eenheid waren die zware criminelen ter verantwoording riepen (“UITSTAPPEH!”). Diezelfde busbonzers klappen dit seizoen de handen stuk voor hun ‘helden’. Vermoedelijk kloppen ze zich nu op de eigen borst en denken ze: “WIJ hebben de boel toen wakker gebonsd!”

Geestig dat de naam van Telegraaf-journalist Mike Verweij nu regelmatig valt in columns. Verweij schijnt Erik ten Hag kapotgeschreven te hebben. Interessant fenomeen: naar macht smachtende voetbaljournalisten die zich openlijk met technisch beleid bemoeien. Schrijvende influencers, die menen dat trainers of bestuurders moeten opstappen of ontslagen dienen te worden, omdat ze door gebrekkige prestaties of uitstraling niet geloofwaardig zijn in hun functie.

Hoe zit het met de geloofwaardigheid van een aan de geloofwaardigheid van anderen twijfelende sportjournalist? Stapt Verweij zelf ook op, nu hij er zo faliekant naast blijkt te zitten? Wel zo eerlijk, als sportjournalisten ook ergens op afgerekend worden. Het zou direct meer gewicht aan hun met de wind mee waaiende woorden geven. Stel je voor: de Telegraaf die zelf bericht over ‘de onhoudbare’ positie van ‘onze hard door waarheid ingehaalde’ Ajax-watcher Mike Verweij. 

De pot verwijt de ketel, want het is makkelijk om Verweij nu belachelijk te maken. Wie dacht vorig seizoen, bij het zien van een hakkelende Erik ten Hag, niet: verlos deze man uit zijn lijden. Los van de inhoud: de woorden die broddelend en schor zijn mond verlieten, op zijn Twents… In de Ajax-kleedkamer moest zijn charismaloos verhaal toch doodslaan als een pul Brits bier?

Diezelfde Ten Hag draagt nu bij aan de opgeleefde populariteit van Ajax, een club die in Nederland ongeveer net zo gehaat áls geliefd is. Ten Hag geeft het randstedelijke succes een provinciaal en dus sympathiek sausje. Louis van Gaal, Guus Hiddink en Dick Advocaat hebben enorme ego’s. Dat ego is bij Ten Hag niet terug te vinden. Als een kale, voetbalboeddhistische monnik cijfert hij zichzelf volledig weg voor het resultaat. Zelden tot nooit hoor ik de Twentse anti-Mourinho het woord ‘ik’ zeggen. Vergelijk dat eens met Van Gaal.

Van de Beek, De Ligt en De Jong helpen ook mee in de algehele omarming van dit bijzondere elftal. Talenten die zich tot op heden hooguit nonchalant, maar nooit arrogant hebben getoond. Jongens die ook PSV- en Feyenoord-supporters de hoop geven dat we het ooit nog eens gaan meemaken: een wereldtitel. Misschien dat zelfs Friezen na het zien van al die Amsterdamse wonderen nu weer in een Elfstedentocht geloven. Want een wonder is het. De enige die zei dat Ajax het nog kon – een Champions League winnen – ligt onder de grond. Met om zijn botten een laatste jas waarin geen zakken zitten.

Foto: Pro Shots/Stanley Gontha