In zijn boek Uit & Thuis schrijft Karl Ove Knausgard dat voetbal een arena is vol grote emoties, maar dat het mooie van voetbal is dat die emoties verder geen gevolgen hebben. Want voetbal is maar een spelletje. Hierin ben ik het met Knausgard oneens: die grote emoties hebben wel degelijk gevolgen. Laat ik het voorbeeld dichtbij huis zoeken, namelijk mijn ouderlijk huis. Een gematigd, doodgewoon gezin. Mijn vader is ambtenaar, mijn moeder werkt in de zorg. Op het eerste gezicht normale mensen, zou je zeggen.

Als Arnhemmers zijn wij thuis voor Vitesse, behalve mijn moeder, die niets om voetbal geeft. Iets dat mijn vader haar verwijt. Veel echtelijke ruzies zouden naar mijn vaders mening in de kiem worden gesmoord als moeders ook ‘gewoon’ van voetbal had gehouden. De televisie draagt thuis de bijnaam ‘Israël’, omdat er dagelijks en al tig jaar lang over wordt onderhandeld, met vooral slepende conflicten als resultaat. Mijn pa, klagend dat hij te laat is geboren (“Kutfeminisme”), met zijn eeuwige “Dit is een belangrijke wedstrijd” en mijn moeder die claimt dat een wedstrijd op maandagavond onmogelijk belangrijk kan zijn. Of ze ontdekt dat het gaat om een integrale herhaling, waarop pa zegt: “Maar ik heb deze pot nog niet gezien…”


Mijn moeder ziet Vitesse niet als de hobby van mijn vader, maar als zijn ziekte. Nu mijn pa wat ouder is, heeft hij de ziekte beter onder controle, maar vroeger was Vitesse een soort bipolaire stoornis, gecombineerd met Gilles de la Tourette. En ma toch altijd maar hopen dat Vitesse wint, want anders is ook haar weekend weer verpest.

Na het zien van de horrorklassieker The Shining kreeg pa de bijnaam ‘Jack’, naar Jack Torrance (“Here is Johnny!”). De Jack Torrence in pa werd aangewakkerd door ‘profeet’ Karel Aalbers, die Vitesse van de kelder naar de top van Nederland bracht, met de tempel GelreDome als ultieme bekroning. Pa kreeg het gevoel onderdeel te worden van iets groots, ging plots helemaal op in Vitesse en begon in wonderen te geloven: een landstitel in Arnhem. Je zou het radicaliseren kunnen noemen, maar dan overdrijf ik iets.

Ma gedoogde pa’s manie, vermoedelijk dacht ze aan een midlifecrisis. Beter dat hij op Vitesse duikt, dan op een meisje van vijfentwintig. Pa was niet de enige die ‘transformeerde’ in onze keurige rijtjeshuisbuurt. GelreDome had een vreemde Overlook Hotel-uitwerking op doodgewone Arnhemse mannen, mannen die voor GelreDome niet eens Studio Sport keken, laat staan een stadion bezochten. Zo zag ik een nette buurtkerel, gevangen in een oersaai huwelijk, transformeren in aanvankelijk nog een GelreDome-supporter, maar niet veel later in een geel-zwarte zot, die een ketting droeg met een Vitesse-hangertje op het ‘hert’. Een aantal jaren later werd dat ‘hert’ aangevallen op de tribune van GelreDome, een aanval die het ‘hert’ overleefde.

De ‘ziekte’ Vitesse uitte zich bij mijn pa onder meer in dwangneurotische stoornissen. Zo ontwikkelde hij allemaal bijgelovige rituelen, die hij moest uitvoeren alvorens we naar GelreDome konden fietsen. Bijvoorbeeld het vooraf eten van bananen. Die waren geel en dat bracht Vitesse dan geluk. Soms waren er geen bananen en dan had onze boodschappenvrouw, mama, het natuurlijk gedaan. De afwezigheid van Vitesse-bananen op een wedstrijddag, dat was het vergeten van de insuline bij een suikerziekte patiënt: een moordaanslag. “Als Vitesse verliest, dan heb jij een heel groot probleem..”, brulde mijn vader dan wanhopig, doodsbang voor een gelijkspel of een nederlaag. Als we op zondag opa en oma bezochten, staarde pa, compleet in trance, naar de televisie. De televisie die op Teletekst moest, toen nog pagina 650.

“Ziek, ziek word ik ervan! Kotsmisselijk!” Pa schreeuwde het soms letterlijk, als Vitesse in de Aalbers-jaren weer eens op oliedomme wijze de aansluiting met de top verloor. Trauma’s liep hij op in de twee jaren dat Vitesse een Champions League-ticket verspeelde op de laatste speeldag. Nu is pa wat ouder en hoewel Vitesse ongeneeslijk ziek blijkt, is hij wel bedaard. Bovendien heeft hij het zo slecht nog niet getroffen, qua ‘ziekte’. “Stel dat er NEC bij je in het bloed wordt aangetroffen..”, aldus pa, “dan heb je het toch veel zwaarder?”

Nee, voetbal is zeker niet “maar een spelletje”.