Oudejaarsdag 1981, ik was zeven. Ik liep de woonkamer in. Op televisie het traditionele jaaroverzicht.

De Yorkshire Ripper werd opgepakt. Hij verkrachtte en vermoordde op gruwelijke wijze dertien vrouwen. Na 444 dagen werd eindelijk het gegijzelde personeel van de Amerikaanse ambassade in Teheran vrijgelaten. Honderden doden na een scheepsramp met een passagiersschip op de Javazee. Handenvol gewonden na rellen tussen krakers en politie in Nijmegen. Belfast, geweld door IRA-sympathisanten. Een bomaanslag op het radiostation Free Liberty in München. Surinaamse couppoging. Ronald Reagan werd neergeschoten, evenals paus Johannes Paulus II. Zware gevechten in Beiroet. De moord op de presidenten van Bangladesh en Egypte. Liefst 72 mensen vonden de dood door een bom in Iran. Hevige rellen tussen extreemrechtse en donkere jongeren in London en Liverpool. Bijna achtduizend Iraniërs lieten het leven bij een aardbeving. Amerika besloot de neutronenbom te gaan produceren. Anita Meyer hoog in de hitlijsten. Massale sterfte van bomen door luchtvervuiling en verzuring van de bodem. Op de Seychellen probeerden huurlingen de macht te grijpen. Bloedbad in El Salvador: negenhonderd dorpelingen werden door het leger afgeslacht.

Overal ter wereld dood, verderf, leed en ellende. Ik huilde. Tranen met tuiten. Want mijn bal was lek.