Vroeger wilde ik naar de kunstacademie, hier in Arnhem. Mijn vader verbood het. “De knutselacademie?! Daar stomen ze je klaar voor een uitkering!” Pa kon het weten, hij werd betaald door het UWV. Niet als uitkeringstrekker, maar als aanvragenbehandelaar.

Leek mij fantastisch: een uitkering. Iedere dag vakantie. Met een andere pa was ik nu misschien wel beeldhouwer geweest. Naast het feministische beeld Vrouwke Pis, had ik als Vitesse-supporter zeker een Vitesse-standbeeld gemaakt. Maar van wie?


De man die vroeger tijdens trainingen het verwijt kreeg een levend standbeeld te zijn, Theo Janssen, met peuk op de lip? Nee, te vroeg: Theo is wel een boegbeeld, nog geen standbeeld. Naar Mister Vitesse, Theo Bos, is  – terecht – een tribune vernoemd en voor Papendal, het trainingscentrum van Vitesse, staat Theo’s borstbeeld.

Ik zou een standbeeld maken voor de man die het uitschuifbare veld van GelreDome verzon op het moment dat zijn aansteker leeg was en hij met een lucifer zijn sigaar moest aansteken: Karel Aalbers. Karel Aalbers is binnen Vitesse een taboe. Noem zijn naam in de wandelgangen van Papendal en de kop tegenover je trekt net zo rap wit weg als de mond op slot gaat.

Karel Aalbers is een stukje ongemakkelijke clubgeschiedenis. Ik weet niet of dat komt omdat Karel aan de wieg stond van het bijna faillissement of omdat latere bestuurders qua populariteit totaal bij Karel verbleekten. Karel beloofde gouden bergen, algemeen directeur Joost de Wit beloofde de capaciteit van GelreDome te verminderen omdat hij de tent niet vol kreeg. Toen ik dat hoorde, dacht ik: mocht Karel dood zijn, dan had hij zich nu omgedraaid in zijn graf.

Stel je voor: FC Den Bosch speelt over tien jaar Europees voetbal in een hypermodern stadion en vormt een bedreiging voor De Grote Drie. Alleen een wonder of Karel Aalbers kan zoiets realiseren. Want toen Karel midden jaren tachtig aantrad als veurzitter, was Vitesse zoals FC Den Bosch nu. Tien jaar na zijn aantreden speelde Vitesse Europees voetbal in een hypermodern stadion en lonkte het landskampioenschap. Hoe Karel het flikte? Weet ik niet, ik was nog maar een kind. Maar Karel dacht al out of the box en in kansen in plaats van problemen, toen dat nog geen clichés waren.

Anderen leefden in het nu, Karel in de toekomst Hij dacht vooruit en droomde hardop. Dat hardop dromen deed hij op nieuwjaarsrecepties in de grote Eusebiuskerk van Arnhem. Tijdens zijn beruchte nieuwjaarsspeech noemde hij ons – de supporters – zijn familie en beloofde hij dat hij er alles aan zou doen om zijn familie gelukkig te maken. Dat maakte indruk. De voorzitter was een ster, stond ook op de elftalfoto en zijn handtekening was zeer gewild. Niet alleen voor spelers die vette contracten bij hem tekenden, maar ook voor ons supporters.

Karel liet zich tijdens zijn – wat later bleek zijn laatste – nieuwjaarsspeech eens aankondigen als de Johan Cruijff onder de voorzitters. Misschien een megalomane vooraankondiging van het begin van het einde, maar in Arnhem protesteerde niemand. En dat wilde wat zeggen, want Arnhem is juist een stad die niet van het overdrijven en opscheppen is, maar van afscheppen en onderdrijven.

Mijn vader werd in de jaren negentig een Kareliaan. Karel zei toen in Voetbal International: “De kerken stromen leeg, de stadions vol. Voetbal is de nieuwe religie!” Op verjaardagen hoorde ik mijn pa tegen intellectuele vrienden – die de Vitesse-liefde van mijn pa belachelijk maakten – zeggen: “De kerken stromen leeg, de stadions vol! Voetbal is de nieuwe religie!”

Toen ik een jaar of tien oud was, op een open dag in Nieuw-Monnikenhuize, staarde ik naar een maquette van GelreDome: een ruimteschip leek het. Prachtig speelgoed. Niemand in Nederland geloofde in ruimteschepen en al helemaal niet dat er eentje in Arnhem zou landen. Maar: het ruimteschip landde in 1998 in Arnhem-Zuid. En toen werd alles anders. Je voelde de jaloezie en de angst. Als Karel GelreDome kon realiseren, wat dan nog meer?

Op de camping in Italië merkte ik het bij de tafeltennistafel. Aan mezelf, want voor het eerst vertelde ik met trots dat ik uit Arnhem kwam, maar ook aan andere kinderen: allemaal nieuwsgierig naar dat overdekte stadion waar het veld in en uit kon rollen.

Vitesse werd in en rondom Arnhem een hype. Onverslaanbaar in een tot de nok toe gevuld GelreDome. Het gezeik over GelreDome-supporters, de skyboxtribune die werd vergeleken met een flatgebouw en voetballers van de tegenpartij die na een wedstrijd klaagden dat het voelde alsof ze in gigantisch rookhok hadden gespeeld, in een brandende hel. En dus zongen wij Arnhemmers toen “Welkom in de hel van GelreDome”…

Natuurlijk liep het verkeerd af. Ik herinner me sportjournaalbeelden van een huilende Karel op Marbella, die stamelde dat ze zijn familie hadden afgenomen. Voor mij is Karel een held en geestelijk vader van GelreDome, dat eigenlijk het Karel Aalbers Stadion moet heten. Zonder Karel Aalbers was Vitesse nu FC Den Bosch geweest. Met alle respect voor FC Den Bosch, zou Hans Kraay senior dan toevoegen. Vermoedelijk moet Karel – die als een soort Lance Armstrong lijkt te zijn uitgewist uit de Vitesse-geschiedenis – eerst sterven, alvorens er sprake is van ere wie ere toekomt.