Eens per jaar, vlak voor het begin van het nieuwe seizoen. Dan gaan we met z’n drieën op de bank zitten. Ik in het midden, mijn zoontjes aan mijn zijde. De laptop op schoot. Mogen ze een voetbaltenuetje uitzoeken. Club en speler naar keuze. Uit of thuis, volgeplakt met badges. Maakt niets uit, ondanks de onbeschofte prijzen. Want ze hebben een jaar hard gewerkt op school. Dus dik verdiend. Immer kiezen ze voor de grote clubs en de fameuze spelers. Een greep uit de buit van afgelopen jaren: Ibrahimović, Pogba, Messi, Ronaldo, Bale en Griezmann. Later gaan ze ook bij Barça, Real, Atléti of United spelen. Dat is de jongensdroom.

In de dagen die volgen, willen de mannetjes niet van huis. Bij ieder geluidje dat ook maar enigszins lijkt op het klepperen van de brievenbus stuiven ze naar de deur. In de hoop op een pakketje uit Spanje of Engeland. Eenmaal eindelijk bezorgd, direct aantrekken. Voetballen in de tuin. Dan zie ik ze gefantaseerde tegenstander passeren, scoren in het met krijt getekende doel. Genieten van het gejuich van denkbeeldige supporters die in de schutting hangen of op het dak van het schuurtje zitten, alleen in hun hoofdjes hoorbaar.

Ik herken het. Ook ik wilde in volle stadions spelen. De Meer, San Siro. Verdedigers vernederen en dan een voorzet op Marco. Samen zwaaien naar de fans, armen bij elkaar over de schouders. Ergens in mijn jeugdjaren kwam voor mij het besef: ik bezat niet genoeg talent om de top te bereiken. Later begreep ik ook dat je als betaald voetballer nooit naar de McDonald’s en de kroeg mag. Een profcarrière driedubbel kansloos voor mij. Toch, iedere keer wanneer ik in een stadion ben, vraag ik me af hoe het zou zijn om op dat veld te mogen staan. Het gezang en gejoel van al die supporters op de tribunes, opgezweept worden door de mensen die idolaat zijn van jouw club. Ondanks dat ik weet dat het voor mij niet was weggelegd, voelt het gemis van die ervaring als het ontbrekende stukje in mijn persoonlijke voetbalpuzzel.

Aangezien het in ons gezinnetje bijna de gehele week om voetbal draait, bezoek ik zo nu en dan een wedstrijd met mijn zoontjes. Als voetbalvader met je zoon naar het stadion gaan, is onbetaalbaar. De ArenA en De Kuip zagen we meermaals van binnen, ooit togen we naar Gelsenkirchen en ook Camp Nou hebben we gevinckt. Old Trafford en Anfield staan bovenaan onze lijst.

Echter, ik wilde een keer trakteren op wat anders. Eens niet naar een voetbalfabriek, maar het pure voetbal beleven. Het werd Telstar tegen VVV Venlo, gisteravond. De laatste wedstrijd van het seizoen. Telstar zou er een feestje van maken, zo werd er vooraf beloofd.

We kennen natuurlijk allemaal voorzitter Pieter de Waard. Met ideeën die afwijken van anderen in de voetbalwereld. En elke Twitteraar lacht om de humor van Dennis Bliek, de man achter het Witte Leeuwen-account. De ludieke acties van Telstar zijn inmiddels befaamd in liefhebberland. Sommigen bestempelen het clubje uit Velsen als ‘cult’, dat doet Telstar zelf ook. Het zit anders, vind ik. Ik zag twee vrijwilligers die oprecht gewaardeerd worden. Zelfs nadrukkelijk in het zonnetje werden gezet door de excentrieke en charismatische preses. Bij Telstar hebben ze respect voor ieder ander en beschimpen ze de eigen tekortkomingen. Dat is geen cult, maar een identiteit.

Opeens spotte ik een aantal bekenden, in de hoek van de Oosttribune. Ik schudde handen, deelde bier met een van de jongens van de harde kern en leerde dat voor een Arnhemmer het winnen van de bekerfinale te vergelijken is met tantra-seks. Om mij heen een stickerkoning, de voltallige directie van het bekendste kledingmerk van Nederland, een Twitterfenomeen, de seizoenkaarthouder uit Zürich, een gereïncarneerde Duitse dichter, een YouTube-ster, straatverfraaiers, een nodeloos kwetsende blogger, een binnenkort debuterende Haagse poëet, de kabouter-fotograaf, een deel van het brein achter de Grote Hi-Ha-Hondelul Voetbalshow, een van de presentatoren van een voetbalkanaal. En de linksbuiten van Seolto 5. Allemaal in het wild. Het publiek beroemder dan de spelers.

Ik stak de sleutel in het contactslot. Enthousiasme op de achterbank. Met Jomanda op de foto geweest, FIFA-tips gekregen, iedereen die hun petjes vet vond, een rookbom. Ook: ze verkopen pizza en snoep in de kantine. In mijn binnenspiegel zag ik twee glunderende gezichtjes.

Dáárvoor nam ik mijn nozems mee naar Telstar. Voor de wijze les. Je hoeft niet de beste te zijn om het leuk te hebben.