Roel Cramer is assistent-coach van Qingdao Red Lions FC en werkzaam als manager van de jeugdafdeling van de club. Voor Staantribune schrijft hij columns over zijn verblijf in China en over het Chinese voetbal.

“In het leven bestaan er twee zekerheden: iedereen gaat dood en een trainer wordt ontslagen.” Wijze woorden van Aad de Mos. Slechts enkele trainers kennen een carrière zonder ontslag. Op dit fenomeen is het Chinese voetbal geen uitzondering. Italiaanse toestanden, waarbij clubs in één seizoen soms wel vier trainers verslijten, komen ook in China voor. De Chinezen willen graag succes op korte termijn. En daar moeten de trainers voor zorgen. Anders duurt het nooit lang voordat Aads tegeltjeswijsheid in werking treedt.

Sinds februari staat er bij het eerste elftal van de Qingdao Red Lions een Chinese coach aan het roer. Na twee opvolgende jaren gebruik te hebben gemaakt van een Nederlandse trainer, Jan Poortvliet en Gert Heerkes (foto hieronder), is het dit jaar aan hoofdcoach Guo Zuo Jin.


Coach Guo is een coach met een zekere reputatie in China. Hij is voormalig assistent-bondscoach van het nationale elftal en heeft bij meerdere clubs op het hoogste niveau in China successen behaald. Coach Guo is dan ook zeker niet te vergelijken met de gemiddelde Chinese coach.

Na twee jaar rond de Chinese voetbalvelden te hebben gelopen, krijg je een idee hoe de gemiddelde Chinese coach is. Zij verschillen nogal van wat wij in Nederland gewend zijn van een voetbaltrainer. Zo zijn de Chinese voetbalcoaches vaak erg agressief tegen scheidsrechters en hun eigen spelers. Ik heb zelfs een keer meegemaakt dat een coach het veld in liep om zijn woorden kracht bij te zetten. Ook moeten de materialen rondom de dug-out het vaak ontgelden. Het aantal bidons dat ik door de lucht heb zien vliegen, is niet meer op twee handen te tellen.

Nederlandse coaches proberen vaak hun spelers te motiveren door hen positief en met opbouwende kritiek te benaderen. In China niet. Met positieve coaching naar de spelers toe, zijn de traditionele Chinese trainers erg zuinig. Het lijkt niet in de cultuur te passen.

Daarentegen komt op commando opdrukken regelmatig voor. Ook zijn trainingen waarbij de bal amper wordt aangeraakt geen uitzondering. Lopen, lopen en nog meer lopen is vaak het devies. Ook zijn veel Chinese trainers erg lang van stof en heeft men de gewoonte om gedurende de wedstrijd de bank continue blauw te laten staan van de rook.

Ook bij het bekijken van de trainingen valt je mond soms open van verbazing. Op het veld komen soms oefeningen voorbij waar wij, de Nederlandse coaches, zelfs met de beste bedoelingen geen chocola van kunnen maken.

Ook valt op dat de Chinese trainer tijdens de training erg veel aandacht besteedt aan voetbaltheorie. Zo werd de helft van de voetbaltrainingen op een school waar ik werkte, afgewerkt in het schoollokaal. Uiteraard zonder bal. 

Ook de groepsdynamiek in China is niet te vergelijken met die in Nederland. Er wordt door zowel de coach als de oudere spelers erg op de hiërarchie gehamerd. Het is voor iedere speler duidelijk wat zijn positie is binnen de groep. Waar een speler en een trainer in Nederland nog wel eens flink woorden met elkaar kunnen hebben op of naast het veld, zie je dit in China zelden gebeuren. De trainer geniet respect.

Trainers worden in China dan ook gezien als goede wijn: hoe ouder, hoe beter. Om de kwaliteiten van een coach te meten, wordt ervaring als doorslaggevend beschouwd. De spelers zien en benaderen de coach dan ook als het hoofd van de familie. Waar wij in Nederland graag de afstand tussen speler en coach willen verkleinen om zo dichter tot elkaar te komen, staat de hoofdcoach in China ver boven de groep.

Zo is het in China bijna ondenkbaar dat een trainer de ballenzak draagt of zelf zijn jas op de kapstok hangt. Er springt altijd wel een speler op om de coach te helpen. Als Nederlander voelt dit soms erg onnatuurlijk. Onze nuchterheid zorgt soms dan ook voor rollende Chinese ogen. Dat Jan Poortvliet met een WK-finale op zijn naam iedere ochtend met een doodgewone taxi op het sportcomplex arriveerde, daar begrepen de Chinese spelers helemaal niets van. In China rijdt de hoofdtrainer een grote, dure auto. Punt. Al zou hij de afstand kruipend kunnen overbruggen, hij arriveert iedere dag in (minstens) een dikke middenklasser op de club.

Ook participatie van de hoofdtrainer bij een oefening tijdens de training, zal men een Chinees hoofdcoach niet snel zien doen. Dat Gert Heerkes vorig jaar soms zelf op doel ging staan om gedurende een oefening even wat ballen uit de kruising te tikken, houdt men in China voor onmogelijk. Hieruit blijkt maar weer hoe diep geworteld het gezichtsverlies in de cultuur zit. Status, en met name het behoud daarvan, is hetgeen in China de klok slaat.

Deze status heeft natuurlijk ook zo zijn voordelen. De traditie van het uit eten gaan bijvoorbeeld. Als buitenlandse trainer is het wennen dat spelers of ouders je uit dank, of in verband met een speciaal verzoek, nogal eens uit eten vragen. Aangezien in China veel zaken worden besloten onder het genot van een goede maaltijd, is weigeren vaak geen optie. Zo kan het voorkomen dat je zes dagen op rij uit eten gaat om over dezelfde kwestie te praten.

Aangezien daar ook vaak bij wordt gedronken, kan dat op een gegeven moment een reden zijn om een smoes te verzinnen. En daarmee onder het etentje uit te komen. Een heerlijke maaltijd ten spijt. Zo heb ik ooit meegemaakt dat mijn vertaler, na vijf dagen schelpen, garnalen, witvis en Chinese witte wijn, me bijna smeekte om de uitnodiging voor het banket van die avond naast me neer te leggen. Ook voor de Chinezen zelf zijn hun tradities soms vermoeiend.

En hoe gaat op het moment bij de Qingdao Red Lions? Een maand geleden begon het nieuwe Chinese kalenderjaar: 2018, het jaar van de Hond. Het jaar waarin de grote leider, President Xi Jinping, Qingdao zal bezoeken. Aan zijn bezoek wordt nog altijd hard gewerkt. De helft van de gebouwen in de stad is momenteel verlicht met LED-light, alle oude gebouwen hebben een nieuw verfje gekregen en het spiksplinternieuwe congresgebouw in de Olympische haven is bijna af.

Inmiddels is de voetbalcompetitie van Qingdao begonnen. Tien ploegen zullen de komende vijf maanden een competitie afwerken. Zowel het eerste als het tweede elftal van de Red Lions nemen deel aan de competitie. Dit leverde in de eerste speelronde direct een onderling treffen op. Het eerste elftal (rood) behaalde zonder veel moeite een 7-0 overwinning ten koste van het tweede elftal (blauw). De jonge knapen van coach Robin Westerman kwamen er niet aan te pas tegen de doorgewinterde mannen van coach Guo.

Verder is de jeugdopleiding weer iets uitgebreid en is er tegenwoordig ook een derde elftal, de Onder 17-selectie, dat wordt getraind door coach Maarten Tervoort. Al met al begint het stapje voor stapje meer op een ‘Europese’ voetbalclub te lijken.

Man Zou (take care)!