Zondagavond, 19.00 uur. Tom Egbers verschijnt in beeld als een prettig verstrooide natuurkundeleraar die maar net op tijd is voor zijn eigen college. Eigenlijk voelt het nog steeds alsof Tom om half zeven op de fiets is gesprongen, na een telefoontje te hebben ontvangen met de mededeling dat Mart Smeets ziek geworden is (iets met bedorven filet americain). Terwijl Tom de eerste wedstrijd aankondigt, roept mijn vriendin: “Gadver, hij is onbesneden!”

“Serieus? Onbesneden? Amateurs!” reageer ik teleurgesteld. Mijn vriendin en ik hebben hem het liefst besneden op schoot liggen. Maar helaas. Onbesneden dus. En dan die uitjes! Geen uisnippers, maar uiringen. Ik woon in het centrum van Arnhem, waar geen cafetaria nog doet aan frikandellenbesnijdenis: een frikandel speciaal die met sneetje wordt gefrituurd.

Waar gaat dit over? Over de teloorgang van mijn zondagavond. Zondagavond, zeven uur. Voor mij – nog steeds – een heilig tijdstip. Ik heb geen Fox Sports. Betalen voor ongemonteerd eredivisievoetbal, een opeenstapeling van dieptepunten: mij niet gezien. Ik laat de hoogtepunten er vooraf wel even uitvissen. Ik snap dat je live kijkt als je cluppie speelt, maar wanneer je als neutrale toeschouwer voor pakweg Groningen – Roda gaat zitten dan ben je, zoals dat heet, voer voor psychologen.

Toch haal ik niet alles uit mijn Studio Sport-ervaring. Vanwege gebrek aan zelfbeheersing kijk ik met voorkennis en dat is als een film zien waarvan je het boek al hebt gelezen. Ik beroof mezelf van suspense. En omdat ik geen Paniniplaatjes meer verzamel, weet ik amper nog wie er op het veld staan. Kijkend naar al die vreemdelingenlegioenen, voel ik minder binding.

Vroeger keek ik met mijn ouders naar Studio Sport (vanaf hier wat ongelukkig afgekort als ‘SS’). Met een bord friet op schoot. Friet met frikandel speciaal. Zondag was patatdag. Zogenaamd om de kinderen te plezieren, maar ook mijn ouders aten maar wat graag friet met frikandel speciaal. Fantastische zondagavonden waren het, met Mart Smeets als ideale SS-presentator. Bij Mart stak je immers al snel slank af en dus kreeg niemand gewetenswroeging van het vette vreten.

Ik herinner me mijn pa die woest werd als er niet direct met voetbal werd begonnen, maar eerst doorgeschakeld naar de huldiging van Rintje Ritsma. Of omdat de samenvatting een vertekend beeld gaf: Vitesse, waar we die middag geweest waren, voetbalde veel beter dan getoond… En dan had je de analyses van Hans Kraay senior, volgens pa altijd een perfect moment voor een pispauze of om een nieuw bord op te scheppen.

Dat wij als gezin vroeger vrolijk werden van friet en frikandel klinkt vast kinder- en tokkieachtig. Maar eerlijk: velen vreten het liefst patat. Ga uit eten en let op hoe volwassenen boven hun met stroganoffsaus overgoten struisvogelbiefstuk loeren naar dat te kleine schaaltje friet. Iedereen denkt het, maar niemand roept direct: “Ober, er moet friet bij!” Of recepties: bij culinaire, gezond belegde toastjes heeft iedereen ‘net gegeten’, maar een kwartier later, bij het rondje bitterballen, hebben ze allemaal honger als een paard. Zo is het ook in het stadion: in GelreDome zijn ze er inmiddels achter dat het zich niet loont om de saladebar te openen wanneer Vitesse speelt.

Voor mij zijn de frikandel speciaal en SS met elkaar verbonden. En beide zijn niet meer wat het was. Ik klaag hier niet over de Carpet Right Eredivisie of de verkwanseling van de Hollandse school. Wel over de teloorgang van de Hollandse snack en de frikandel speciaal in het bijzonder. De Hollandse school en het kunstgras staan al op de publieke agenda, frikandellenbesnijdenis niet. Zelfs Geert Wilders stelt geen Kamervragen. Helaas ben ik te onbekend om bij DWDD of RTL Late Night de besneden frikandel terug op de (menu)kaart te zetten. Daarom dit stukje.