engelandMisschien wel mooier dan het bezoeken van een buitenlandse wedstrijd is een spontane rondleiding door een stadion krijgen van een clubman of -vrouw. De trotse blik waarmee zij een gammele tribune of een armetierig gevulde prijzenkast presenteren alsof het een vroege Rembrandt betreft, maakt voor mij een voetbaltrip in één klap geslaagd. Het levert oneindig veel mooiere gesprekken op dan een betaalde stadiontour door een plichtmatig pratende gids. Het leuke is dat deze unieke kijkjes in de catacomben zich volledig aan de tijdgeest onttrekken. Ze zijn niet te traceren via internet, laat staan te reserveren. Ze zijn de ultieme beloning voor de liefhebbers die het risico hebben genomen voor een gesloten poort te staan.
IMG_3484
Op reis door Engeland neem ik de afslag Wolverhampton, om het befaamde stadion Molineux met eigen ogen te aanschouwen. De buitenkant is imposant en ontmoedigend tegelijk: de dichte hekken verraden niet veel goeds. Nergens is een terreinknecht bezig. Zoals vaker dient de receptie bij de hoofdingang als laatste redmiddel. Het melodramatische riedeltje dat we speciaal uit Nederland zijn gekomen voor dit stadion wil nogal eens helpen.

Of we een kijkje kunnen nemen en wat foto’s kunnen maken? Subiet pakt de receptioniste de telefoon. Glimlachend kijkt ze ons aan terwijl ze Graham belt, een clubman die zich blijkbaar speciaal voor deze gelegenheden in het pand bevindt en op afroep beschikbaar is. “Hij komt eraan”, zegt de receptioniste. “Het kan even duren, hoor. Neem gerust een stoel.”


IMG_3479

Minuten later komt een breekbare oude man aangestiefeld, leunend op een wandelstok. Ik schat Graham eind tachtig, misschien wel in de negentig. Voorzichtig begroet ik hem, bang dat hij bij een te ferme handdruk kapseist. Routinematig monstert hij de Nederlandse gasten. Goed volk, meen ik uit zijn amicale opstelling op te maken. Hij lijkt mij op het eerste gezicht iemand zonder vijanden.

Graham is al supporter van Wolverhampton Wanderers sinds de jaren veertig. Hij is een man van veel wedstrijden en weinig woorden. Hij knikt naar de deur en trekt zichzelf in gang. Elke stap lijkt voor hem een uiterste krachtsinspanning te zijn. Voetje voor voetje naderen we de spelerstunnel, terwijl hij voortdurend steun zoekt aan de muur. Al snel is ons duidelijk dat het geen uitgebreide rondleiding wordt, maar dat kwaliteit in dit geval voor kwantiteit gaat.

Eindelijk aangekomen bij het veld kijkt Graham verwachtingsvol naar onze gezichten. Blijkbaar voldoen we aan de door hem verwachte portie enthousiasme, want hij begint aan een gloedvol betoog over de enerverende geschiedenis van deze club: een aaneenschakeling van degradaties en promoties. Hij heeft ze bijna allemaal meegemaakt.

IMG_3481

Zijn gezicht betrekt als de meest recente afdaling, van de Premier League naar de League One, ter sprake komt. Hij zucht eens diep. Deze schitterende club, met die mooie vernieuwde tribunes, is veel te groot voor dat bescheiden niveau.

Snel schakelt hij over op een vrolijker onderwerp. Graham wijst met zijn wandelstok naar een oud huis van de rijke familie Molineux, daar ergens bovenop de heuvel. Daar dankt dit stadion zijn bijzondere naam aan.

IMG_3480

Terug bij de receptie wijst hij ons, na uitgebreide dankbetuigingen aan zijn adres, op een groot gastenboek. Zonder woorden maakt Graham ons duidelijk dat we daarin een tekstje en onze namen moeten achterlaten, net als de vele bezoekers die ons zijn voorgegaan.

“Thank you very much, Graham”, schrijf ik. “Wolves will be back!”

Traditiegetrouw zijn de degradaties alweer grotendeels ongedaan gemaakt, waardoor de club nu een keurige subtopper in de Championship is. Dat doet mij goed, want aan mijn bezoek heb ik een zwak voor The Wolves overgehouden. Steevast vraag ik mij tijdens het kijken van de onvolprezen Football League Show op de BBC af of Graham nog op de tribune zit.

Ik denk dat ik nog eens de afslag Wolverhampton neem, met het risico voor een gesloten poort te staan.

Hielke Biemond
Redacteur Staantribune