Sinds enkele maanden schrijft voetbalnomade en keeper André Krul een maandelijkse column voor Staantribune. Na een half jaar onder trainer Pieter Huistra voor het Japanse Iwaki FC te hebben gespeeld en een jaar bij SV Spakenburg, stapte Krul begin 2018 weer in het vliegtuig om aan de slag te gaan bij het Australische Preston Lions FC.

We are the lions and we roar, take a look at the final score! Het is de eerste zin in het clublied van Preston Lions dat na iedere overwinning, samen met de supporters, in de kleedkamer luidkeels ten gehore wordt gebracht. En óf we gebruld, en dus gezongen hebben in de laatste weken! Als ware leeuwen hebben we ons de laatste maanden vastgebeten in elke tegenstander, wat geleid heeft tot een serie van zeven zeges op rij. Waar we zo’n twee maanden geleden nog tien punten achter stonden op koploper Geelong, is dat inmiddels teruggebracht tot nog maar één punt, met nog twee wedstrijden op het programma. De tegenstander van vandaag: Geelong.

Aangezien Geelong zich bij winst direct tot kampioen kroont en wij met een driepunter hen op de ranglijst voorbij gaan, wetende dat we in laatste wedstrijd thuis tegen het al gedegradeerde Hoppers Crossing spelen, kan deze wedstrijd als een direct kampioensduel beschouwd worden. In de laatste weken werden onze wedstrijden steeds drukker bezocht (en daarmee óók de kleedkamer na afloop), en dus werd er gedurende de week in aanloop naar ‘the big game’ druk gespeculeerd over het aantal supporters dat vandaag naar het stadion gaat komen.

Plaats van handeling: ons eigen Genis Steel Stadium. Helaas een weinig romantische naam, daar het vernoemd is naar een groot staalbedrijf. Maar wél een stadion met een grote historie. Preston Lions heeft hier gouden tijden beleefd, als een van de grootste clubs van Australië, met een grote én beruchte achterban. In de gloriejaren kwamen er tweewekelijks zo’n 10.000 supporters op de wedstrijden af, die vaak eindigden met flinke supportersrellen. Behalve de naam heeft het stadion weinig aan romantiek ingeboet: de oude, grote tribune, naar Engels voorbeeld dicht op het veld, staat er nog altijd.

Eén ding werd, naarmate de wedstrijd dichterbij kwam, in ieder geval duidelijk: de wedstrijd leeft enorm. Van veel oud-spelers – en behalve de clublegends en andere oudgedienden uit de rijke historie van Preston die binnen de club op handen worden gedragen, zijn dat ook spelers die een aantal maanden geleden nog bij ons speelden – heb ik gehoord dat ze ons komen aanmoedigen. Daarnaast kunnen we rekenen op de bloedfanatieke harde kern, voornamelijk bestaande uit Macedonische immigranten of afstammelingen daarvan. Hoe hecht de band tussen club en supporters is, was ook goed te zien bij de een na laatste training voor de wedstrijd. Om ons een steuntje in de rug te geven, kwamen er zo’n honderd supporters op deze training af, waarbij ze niet langs het veld stonden, maar gewoon óp het veld. Na afloop van de training werd er een erehaag gemaakt waardoor we onder luid applaus naar de kleedkamer liepen.

In het begin van de middag stroomt het stadion langzaam vol en uiteindelijk zijn er maar liefst 4.000 fans, waarmee de oude tijden enigszins herleven. De schitterende hoofdtribune zit helemaal vol. De rest van de voetballiefhebbers heeft zich verspreid over de heuveltjes die rondom de andere zijdes van het veld staan. We zijn het seizoen begonnen met zo’n 200 supporters, tegen onze rivaal North Sunshine Eagles waren dit er later al 1.600, maar met deze aanhang wordt het pas écht sfeervol. Alle supporters staan, de harde kern heeft voor de tribune overal spandoeken opgehangen en er zijn diverse sfeeracties. Zo worden er bij de toegangspoort maskers uitgedeeld met daarop de gezichten van een aantal ‘Preston Lions-helden’: de kinderen die deze dragen, mogen gratis naar binnen.

Na een scherpe warming-up en de gebruikelijke peptalks in de kleedkamer betreden we, omringd door kinderen met de gezichtsmaskers op en die gigantische afbeeldingen van de hoofden van dezelfde spelers omhoog houden, het strijdtoneel. Het hoogtepunt van de sfeeracties is een metershoog spandoek dat op het veld in de lucht wordt gehesen. Op het spandoek staat trainer Acveski, compleet met kroon, als ‘King Louie’ afgebeeld. Iets waar onze Nederlandse koning onder de coaches, King Louis van Gaal, ongetwijfeld jaloers op zou zijn geweest.

De wedstrijd begint en na minder dan tien minuten schiet de spits van Geelong zijn team op fantastische wijze op voorsprong: van buiten de zestien neemt hij de bal in één keer op de pantoffel, waarna de bal in de verre kruising binnenploft. Na een aantal goede kansen van onze kant, maar wat geen doelpunt oplevert, gaan we rusten met een 1-0 achterstand. Onderweg naar de kleedkamers wordt ons nog moed ingeschreeuwd door de fanatiekste fans, maar na een kwartier spelen in de tweede helft schiet Geelong opnieuw schitterend raak en spelen we een verloren wedstrijd. Het wordt langzaamaan stiller en stiller aan de Broadhurst Avenue en bij de supporters komt het besef dat er volgende week geen kampioenschap gevierd gaat worden. Met de moed der wanhoop – onder anderen wordt de Nederlandse spits Jip Bartels ingebracht die pas een week in training is na maandenlang blessureleed  – gaan we op zoek naar een doelpunt. Maar tevergeefs.

Na negentig minuten blaast de scheidsrechter voor het laatst op zijn fluit en vallen de spelers van Geelong elkaar juichend in de armen en vieren op het veld het kampioenschap met hun meegereisde supporters. Wij druipen af in de wetenschap dat we weliswaar als leeuwen gevochten en gebruld hebben, maar vandaag niet hebben kunnen bijten. In de kleedkamer aangekomen is het stil zonder zingende supporters, maar Robbie is er wel. Robbie is de fanatiekste supporter en normaal degene die het clublied inzet, waarna de rest hem nazingt. Symbolisch voor de passie van Preston Lions barst Robbie in tranen uit. Het enige wat hij nog uitbrengt is “I love you boys” en “next year we will be the champions!”.

Ook de hoofdsponsor, uiteraard van Macedonische afkomst, komt ons opzoeken in de kleedkamer. Met een onvervalst Balkanaccent drukt hij ons op het hart om allemaal bij de club te blijven: “I give every-ting you want”. Voor mezelf heb ik de keuze al gemaakt om niet te blijven. Ik heb een mooie tijd gehad, maar in de laatste jaren van mijn carrière wil ik graag nog op een professioneler niveau spelen en bij voorkeur in weer een ander land. De toekomst zal uitwijzen wat het volgende avontuur gaat worden!