We zitten in de verlenging van de Italiaanse voetbalweken! Vandaag: Roel Cramer, assistent-coach Qingdao Red Lions FC, over zijn favoriete (soort) speler.

“Calcio pakt je!”, liet Marco van Basten ooit optekenen. Inderdaad, het grijpt je. De bijzondere historie van het Italiaanse voetbal. Vol successen en schandalen. Het land van macho’s, van wie de helft op zijn dertigste nog bij moeders woont. Het land met de lelijkste voetbalstadions, maar met de mooiste voetbaltenues: Lazio, Fiorentina, Napoli, AS Roma, Inter, Torino, Juventus, Palermo en ga zo maar door. Allen prachtig. Elegant. Zelfs beroepslelijkerds als Lothar Matthäus en Rudi Völler veranderden door deze schitterende shirts in ware Don Juans.

Het Italiaans zorgt ervoor dat iedere Italiaanse voetballer toch net wat beter lijkt dan hij daadwerkelijk is. Tacchinardi, Di Livio, Oriali, Torricelli: allemaal voetballers die alleen al door hun schitterende achternaam in ons geheugen gegrift staan. Dat zal bij Ron Vlaar, Arthur Numan en Gerrie Mühren niet gebeuren.

Italië is uniek en anders. Calcio is anders. Italianen beleven het voetbal anders. In Italië gaat calcio boven alles. Zelfs boven God. Spitsen worden er vereerd. Doelmannen zijn er helden. Maar wat calcio echt anders maakt, is de enorme waardering voor de difensore centrale: lo stopper, oftewel de centrale mandekker.

“Wim Suurbier was de beste in zijn soort, een verdediger voor wie het doel alle middelen heiligde. Maar aangezien de mandekker in Nederland, en de rest van de wereld, in de voetbalhiërarchie onderaan bungelt, heeft hij nooit de echte waardering gekregen die hij verdient.” Zo zei Henk Spaan eens over ‘Snabbel’ (of was het ‘Babbel’?).

Was Wim Suurbier maar een Italiaan geweest. Dan zou hij nooit meer voor een taxi hoeven te betalen. In Italië is verdedigen een vak, een beroep. In Italië heb je als mandekker status, kijken supporters huizen hoog tegen je op. De mandekkers zijn daar de echte mannen. Op hun schouders rust de taak om te zorgen dat de beste aanvaller van de tegenpartij niet scoort. En als de tegenstander niet scoort, verlies je nooit.

Italianen zijn dol op keiharde verdedigers met een vlijmscherpe tackle. Geen dwazen zoals Marco Materazzi. Men adoreert de professionele killers. Huurmoordenaars die zonder opzichtige sporen hun werk doen. Mandekkers in opperste concentratie, die dekken op centimeters in plaats van meters, die geen corners weggeven en die niet vies zijn van stiekem getrek en geknijp.

Die niet denken aan opbouwen, maar enkel aan tegenhouden. De verdelgers van het creatieve, de sirenen van de achterhoede. Daar houden de tifosi van. Volgens de Italiaanse rugnummertraditie spelend met nummer vijf. De tie-wraps van het calcio. Van de eerste tot de laatste minuut in de aura ruimte van de spits. De meest dankbare taak in het land van de laars.

Deze dankbaarheid blijkt onder meer uit de Italiaanse bijnamen voor deze vedettes. Roberto Rosato (Faccia d’Angelo/Angel Face) en Francesco Morini (Morgan, naar de beroemde piraat) zetten een halve eeuw geleden de trend. Na hen volgden onder meer Giuseppe Bergomi (Uncle), Claudio Gentile (Gaddafi), Duitser Jürgen Kohler (Piede di ferro/The Iron Foot), Fabio Cannavaro (Muro di Berlino/The Berlin Wall) en Uruguayaan Pablo Montero (Il Guerriero Solitaio/The Lone Warrior).

De allermooiste bijnaam behoort toe aan een man met een naam zo mooi dat hij niet eens een bijnaam zou hoeven hebben: Pietro Vierchowod. Deze spijkerharde verdediger, samen met Gentile en Montero standaard opgenomen in lijstjes met hardste verdedigers aller tijden, wordt door zowel Diego Maradona als onze eigen Marco van Basten gezien als hun moeilijkste tegenstander.

Io Zar, ‘de Tsaar’ (zoon van een Oekraïense soldaat uit het Rode Leger) week voor niemand. Versplinterde enkels binnen de krijtlijnen, reeg achillespezen open zonder enig berouw en werd standaard door iedere trainer als eerste op het wedstrijdformulier gezet. Grensoverschrijdende hardheid gecombineerd met het concentratievermogen van een fakir. Daarbij razendsnel en in staat het voetbal simpel te houden. Dodelijke eenvoud zonder risico. De ideale difensore centrale.

Het huidige Italiaanse voetbal kent maar één waardige opvolger van De Tsaar: Il Dottore, oftewel Giorgio Chiellini. Er is geen voetballer die grotere uiterlijke gelijkenissen vertoont met Magere Hein dan hij. Alleen ligt de zeis niet in de hand, maar hangt hij onder de romp. Een pure klasbak. Een klassieke mandekker. Sterk als staal met de snelheid van een stier.

Hij zou nooit functioneren bij Barcelona, Real Madrid of Bayern München. De Zeis schuift niet in en verlegt het spel niet. Nee, de zeis maait tot er geen gras meer groeit. Zonder mededogen. De zeis is een Italiaanse numero cinque ten voeten uit.

Dirk Kuyt sprak ooit schande over een tackle van Chiellini. Magere Hein had toegeslagen in een rechtstreeks duel met Robin van Persie. Hierdoor kon Van Persie het veld in Stadio Adriatico al na veertien minuten per brancard verlaten. Dirk vond het een onbesuisde tackle. Hij zei vervolgens dat hij vond dat men tijdens vriendschappelijke wedstrijden meer respect voor elkaar moest hebben.

Dirk speelde nooit in Italië.

Roel Cramer