Van de interviews die ik voor het supportersmagazine van Vitesse afnam, was die met ‘Danny de Vito’ het meest ontwapenend. Spelersinterviews zijn vanwege het gebrek aan vrijheid van meningsuiting minder leuk. Zo herinner ik me een gesprek met verdediger Maikel van der Werff. Het was eind april, onder de in de winterstop aangetreden Rob Maas was Vitesse zeven plaatsen gezakt op de ranglijst. De vijf-seconderegel van Peter Bosz was inmiddels de vijftien-seconderegel geworden (pressievoetbal was nu depressievoetbal), de sfeer in GelreDome werd vergeleken met die van het Arnhemse crematorium Moscowa en het was algemeen bekend dat trainer Maas niet boven, niet tussen, maar ver onder zijn spelers stond.

“Rob Maas? Sinds Palingendam F3, toen de slechtziende, bijna blinde opa van Jan ons trainde, heb ik niet meer zo’n geval voor de groep gehad. Hij lijkt op Edwin Winkels trouwens, Rob Maas. Een drama.”

Nee, natuurlijk zei Van der Werff dit niet. Met grote, droge ogen hield Maikel – ook na hevig aandringen – vol dat hij Rob Maas “een hele goede trainer” vond. Tja. Je kan het laf vinden, maar wat zou jij over je baas zeggen in een interview?

De gemiddelde Nederlander wordt nooit geïnterviewd. Er is geen postbode die in Postbode International uithaalt naar zijn teamcoach en zegt dat “Christiaan Zeegelaar een incompetente, stotterende eikel met zweetplekken onder zijn oksel is die zijn afspraken niet nakomt”. En ik schrijf in deze column geen kwaad woord over Jim Holterhuës – hoofdredacteur van Staantribune. Nee, ik schrijf hier dat ik groot respect heb voor de man die – juist in een tijd dat print verzuipt – een nieuw magazine heeft opgezet dat wars van commercie is.    

Enfin. Leuker vond ik het interview met Danny de Vito. Niet die Hollywood-dwerg. Danny de Vito is bij Vitesse de bijnaam van een Danny hetende jongeman die verstopt zit in het vogelpak van Vitesse-mascotte Vito. Natuurlijk was ik nieuwsgierig wat voor een gek zich in een onhandig vogelpak verstopt, een pak dat gillende kinderen aantrekt. In mijn verbeelding moest het een mislukte, naar alcohol meurende acteur zijn. Of een rokerige, ongeschoren viezerik die ooit in de krant zou komen met alleen de eerste letter van zijn achternaam.

Maar nee, dit beeld klopte niet: Danny bleek een vriendelijke, vrolijke dertiger. Toch vreesde ik – net als met Van der Werff – in de maling genomen te worden toen Danny zei dat het spelen van Vito “een jongensdroom” was en dat Oranje (Dutchy) zijn doel voor de toekomst was. Spoelde de PR-afdeling tegenwoordig ook al de hersens van een anonieme mascotte? Maar nee, Danny meende het oprecht. Als kind kende hij jongens die bij Vitesse in mascottepakken kropen en toen dacht hij: dat wil ik later ook.

“Ik doe het voor de allerkleinsten, die echt geloven dat ik een vogel ben en die ik een groot plezier doe”, aldus Danny over zijn motief: de onbetaalbare glimlach van een kind. Kinderen vinden Vito fantastisch, volwassenen reageren minder enthousiast. Als Vito langs de fanatiekste, naar Theo Bos vernoemde tribune loopt, roepen wat oudere Ernummers ‘schijtlijster, Pino, pedo en kinderlokker’ naar hem. Boos wordt hij niet meer: Danny heeft eerder medelijden met dat soort mensen.

Wat zeg je als Vito eigenlijk tegen die kids? Het bleek een domme vraag. “Niks. Vogels praten niet.” Net zoals mensen zich niet realiseren hoe fysiek zwaar het rijden in een Formule 1-wagen is, zo beseft men ook niet dat een mascotte het niet makkelijk heeft. “In mijn pak is het benauwd en benauwend. De eerste keer is het best eng”, zei Danny over het dragen van het Vito-kostuum. “Binnen is het zo’n zeven graden warmer. Het pak is zwaar en je ziet bijna niks. Op het begin lag ik bij een evenement languit omdat ik een afstapje niet zag. Gelukkig bleef mijn hoofd op mijn hoofd, anders stond ik echt voor aap. Weet je wat: probeer het zelf eens!”

En toen kwam mijn jongensdroom uit… Nadat ik tien seconden de vogelkop op m’n hoofd had, deed ik hem al af. Veel te zwaar, te claustrofobisch, te warm, je ziet geen fuck en omdat je een halve meter langer bent stoot je overal tegenaan met je vogelhoofd. Respect voor Danny de Vito en al die anderen die tweewekelijks voor mascotte spelen.