Toen ik een paar jaar geleden in de krant las dat er tijdens drie dagen Lowlands 111 aanhoudingen waren verricht, was mijn eerste reactie: ongeveer evenveel als gedurende een heel voetbalseizoen. Volgend jaar alle festivalgangers dus met een verplichte buscombi naar Biddinghuizen.

Scherts natuurlijk, maar niet van enig cynisme ontbloot. Rechtsongelijkheid kun je als goedwillende voetbalsupporter on tour immers op tweewekelijkse basis ervaren. Aan brave burgers worden maatregelen opgelegd die op andere maatschappelijke terreinen allang tot commotie zouden hebben geleid.


Mijn collega-columnist Jan Kuitenbrouwer maakte eerder dit jaar in NRC een interessante vergelijking tussen IS en moslims enerzijds en hooligans en voetbalsupporters anderzijds: moslims die zeggen dat IS niks met de islam te maken heeft (“Dat zijn geen echte moslims”) zijn als voetbalsupporters die zeggen dat hooligans niks met hun club te maken hebben (“Dat zijn geen echte supporters”). Die relatie is er natuurlijk wel degelijk, alleen is IS een uitingsvorm van de islam waar het gros van de moslims van walgt, zoals ook hooligans in de regel fanatieke clubaanhangers zijn van het soort waarvan de meeste van hun medesupporters zich distantiëren.

De theorie is elegant, maar in de praktische consequenties blijken er toch grote verschillen te zijn. Als bepaalde politici terreur uit islamitische hoek aangrijpen om alle moslims over één kam te scheren, dan is het land te klein. En terecht. Maar als alle supporters moeten boeten voor het wangedrag van een paar doorgesnoven heethoofden, dan blijft het vaak angstvallig stil. Wanneer Donald Trump een inreisverbod bepleit voor moslims en Geert Wilders asielzoekerscentra hermetisch wil afsluiten, dan doet me dat ergens denken aan het compleet weren van uitsupporters bij een wedstrijd en aan buscombi’s die het karakter hebben van een streng beveiligd gedetineerdentransport.

Overdreven? Qua omvang en maatschappelijke impact misschien wel, maar de gedachtegang erachter is dezelfde: de wandaden van een kleine minderheid worden de ingebeelde norm waarmee ook de goedwillende meerderheid om de oren wordt geslagen. Na het treurige incident bij Willem II-Feyenoord van afgelopen zondag, veroorzaakt door een kleine groep, wordt nu ook weer geroepen om maatregelen (“Maak nu eens een echte strenge Voetbalwet!”) die uiteindelijk een grote groep onschuldige voetballiefhebbers zullen treffen.

Er wordt al geruime tijd van alles beproefd om hier verandering in te brengen. Het toverwoord van de laatste jaren is ‘normalisatie’. Minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur schreef op 27 augustus 2015 een brief aan de Tweede Kamer over zijn plannen met betrekking tot ‘voetbalvandalisme’. Normalisatie betekent volgens de excellentie “dat de veiligheidspartners gemeente, OM, politie en voetbalclubs veiligheidsbeleid dienen te verbinden aan een meer op service gericht supportersbeleid”.

In zes gemeenten is een pilot gestart, waaronder Rotterdam. Onlangs bleek dat er daar nog een lange weg te gaan is. Supporters van TOP Oss dreigden door problemen met hun busvervoer de bekerkraker tegen Feyenoord te missen. Een zogenaamde ‘harmonicabus’ die een deel van de fans uit Oss zou vervoeren, paste niet in de busremise bij De Kuip.

Uit verklaringen van de club en de supportersvereniging blijkt dat de busproblemen in eerste instantie ontstonden door miscommunicatie en logistiek gegoochel van de busmaatschappij, die onaangekondigd met zo’n bus kwam aanzetten. Maar dat er uiteindelijk definitief geen uitfans in De Kuip waren, kan op het conto van de onverbiddelijke driehoek in Rotterdam worden geschreven. Alle oplossingen die vanuit Oss werden aangedragen om uit de impasse te geraken werden namelijk rücksichtslos van tafel geveegd.

De club stelde voor de fans kort voor De Kuip te laten overstappen: “Hierbij is gesproken over pendelbussen op een bepaalde locatie, zodat de harmonicabus niet in Rotterdam hoefde te komen.” De politie Rotterdam liet volgens de supporters echter “blijken dat we niet welkom waren. […] We hebben voorgesteld met de verlengde bus te gaan rijden en vlak voor Rotterdam de mensen op te halen met de dubbeldekker, zodat toch iedereen de wedstrijd zou kunnen zien. Tijdens de wedstrijd arriveren bleek ook een onmogelijkheid, pure onwil in onze ogen.”

De politie had dit eerder al met de nodige dreigementen kenbaar gemaakt: “De politie Rotterdam belde op felle toon dat we op tijd moesten arriveren.” Voor de duidelijkheid: ‘op tijd’ betekende niet uiterlijk 20.45 uur, het aanvangstijdstip van het duel, maar al om 19.30 uur. “Zo niet, zouden we onder ME-begeleiding direct worden teruggestuurd.”

Is dat nu “een meer op service gericht supportersbeleid”? De kwestie is niet dat de buscombi onrechtmatig was – al kun je twisten over de noodzaak ervan – de kwestie is dat het ernstig heeft ontbroken aan welwillendheid en flexibiliteit, aan de bereidheid vanuit Rotterdam om hulp te bieden, zoals de betekenis van ‘service’ toch luidt, en constructief mee te denken bij een gerezen probleem dat puur het gevolg was van overmacht en pech en niet van kwade opzet of het moedwillig schenden van afspraken. Laat staan van op rellen beluste individuen.

“Eenieder die goedwillend een wedstrijd wil bezoeken”, schreef de minister, “kan dit doen zonder hier ingewikkelde acties voor te hoeven ondernemen of zich ongastvrij bejegend of onveilig te voelen.”

In 2020 wordt de proef van Van der Steur geëvalueerd. Rotterdam is voor deze test alvast gezakt.