Kikkertjes, smurfen, schuimblokken, dropsleutels, halve maantjes, aardbeien. Iedereen die vijfentwintig jaar geleden als pupil bij een club voetbalde, kent ze wel. Ze behoorden tot de standaard snoepsoorten die je in voetbalkantines kon kopen. Vaak was het dringen geblazen na de wedstrijd. Even een penalty in de kruising schieten, daarna snel douchen en dan op naar de snoepafdeling in de kantine. Met een beetje pech stond er een rij, want jouw team was niet het enige team dat had gevoetbald. Vaak werd er op vier halve velden tegelijk gevoetbald. Acht keer zeven pupillen. Reken maar uit.

Die rijen waren verschrikkelijk. Dan stond er weer iemand voor je die van alles één stuk wilde. Verschrikkelijk. En maar treuzelen en nadenken. En dan bleek zo’n jongetje niet eens genoeg geld bij zich te hebben. Kwam hij aan met drie dubbeltjes en een kwartje. De sukkel. Daarna was er uiteraard een oudere man die een warme snack wilde, waardoor je nog langer moest wachten. De vrouw achter de bar was vaak een moeder van een medespeler, waardoor je je inhield.


Als je dan eindelijk aan de beurt was, kocht je uiteraard colaflesjes. Een colaflesje is hét ultieme voetbalsnoepje. Daar kan niets tegenop. Voor een stuiver had je er eentje. Voor een gulden dus twintig. De standaardvraag van de voetbalmoeder achter de bar was of ze er een zakje omheen moest doen. Als kleine jongen ben je soms overmoedig. Dan zeg je dat dat niet nodig is, maar later kom je erachter dat een zakje toch wel handig was geweest. Bijvoorbeeld als je bij de A1 wilde gaan kijken, waar altijd wel wat te beleven viel. Keihard rennend het veld oversteken in je trainingsbroek, waarvan je net even vergeten was de rits van de zak dicht te doen. Eindigden je colaflesjes ergens op het veld, waardoor je na de wedstrijd op zoek kon gaan naar je verloren flesjes.

De colaflesjes veranderden in die tijd nog weleens. Eerst had je zachte, die niet supergroot waren, maar ook niet te klein. Twee keer kauwen minimaal. Daarna kreeg je een nieuwe zending. Die flesjes waren langer en harder. Daar kon je echt op zuigen. Er zat ook een andere smaak aan. Je moest moeite doen om ze door te bijten, misschien waren dat wel de beste colaflesjes ooit. Het zou zomaar kunnen dat deze colaflesjes iets duurder waren. Maar ja, kwaliteit kost geld. Later kreeg je nog de zure varianten. Dan was iemand van de inkoopcommissie op het idee gekomen om een andere variant te kopen, die toevallig in de aanbieding was.

De colaflesjes van tegenwoordig mogen de naam colaflesjes niet meer dragen. Ze zijn kleiner dan klein. Zonder te bijten slik je ze al door. Soms stop je ze in je mond en zonder dat je het doorhebt, is die al weg. Zo glad zijn ze. Vijf cent rechtstreeks de maag in. Je mist de hele smaak. Fido Dido’s komen qua smaak nog in de buurt en de Autodrop Cola Trucks zijn ook niet slecht. Cola Kersflesjes hebben een gekke smaakcombinatie, maar wel redelijk als alternatief. De Autodrop Cola Caddies zijn daarentegen weer niet te vreten, met die vieze nattige zooi in het midden. Nee, dan maar terug naar de tijd van de lekker stugge colaflesjes, dik twintig jaar geleden. Dat was pas kwaliteit.