Buenos Aires is de onbetwiste voetbalhoofdstad van Zuid-Amerika. Praktisch iedere wijk heeft wel een betaaldvoetbalvereniging, waardoor er in Groot Buenos Aires meer dan zestig profclubs zijn.

De ontwikkeling van het voetbal in Argentinië hangt nauw samen met de komst van migranten en de handel met Europa. Vanaf 1860 verscheept Argentinië tonnen graan en vlees naar het Oude Continent, vooral naar Groot-Brittannië. Maar de Britten geven de Argentijnen ook wat terug: spoorwegen en voetbal.

Langs het Britse spoor ontstaan dorpjes en wijken, zoals Villa Crespo, waar zich steeds meer kleine fabrieken en werkplaatsen vestigen. De Argentijnse arbeiders raken gefascineerd door het spelletje, waardoor in iedere buurt voetbalteams worden opgezet. In oktober 1904 wordt Atlanta Athletic Club opgericht. Over het shirt zijn de spelers het snel eens: blauw-geel verticaal gestreept, net zoals de zonneluifels van de winkels in de wijk.

Decennialang zwerft de club door Buenos Aires. Zonder een eigen field blijkt het moeilijk om leden te werven. Ook zijn er continu geldproblemen. Het levert de vereniging de bijnaam Los Bohemios (de zigeuners) op. In 1933 dreigt de club zelfs te verdwijnen na een mislukte fusie met het team uit een naastgelegen wijk, de Argentinos Juniors.

De grootscheepse immigratie van Joden uit Oost-Europa en het Midden-Oosten in de eerste helft van de twintigste eeuw verandert het gezicht van Villa Crespo. Hoewel de Joden nooit een meerderheid vormen, zijn ze wel een zeer zichtbare minderheid in de buurt. Al snel krijgt de wijk de bijnaam Villa Kreplaj.

Integratie
Atlanta speelt een belangrijke rol bij de integratie van de nieuwkomers in de Argentijnse samenleving. Op de club leren de Joodse migranten de Spaanse taal en door samen te sporten, raken ze bekend met buurtgenoten. De Joden van Villa Crespo gaan zich identificeren met de club, waardoor generatie op generatie de clubliefde met de paplepel krijgt ingegoten.

Ook buiten de lijnen gaan de Joodse leden van de club een steeds belangrijkere rol spelen. Het aantal Joodse bestuursleden neemt gestaag toe. Het is Don León Kolbowsky, de Joodse voorzitter, die in 1960 de droom van de Atlanta-fans realiseert: de bouw van een eigen voetbalstadion in Villa Crespo. Ook reist Atlanta als eerste Argentijnse team naar Israël voor een voetbaltoernooi.

De club wordt echter nooit een vaste waarde in de Argentijnse eredivisie. Ze weten nooit meer dan enkele duizenden leden aan zich te binden. Het team pendelt heen en weer tussen de eerste en tweede divisie. In zestig jaar tijd wordt de club slechts vier keer kampioen, maar nooit op het hoogste niveau.

De magere sportieve prestaties hebben ook gevolgen voor de clubkas: die raakt steeds leger. In 1991 gaat Atlanta zelfs failliet. Alleen dankzij de verkoop van het clubhuis kunnen de Bohemios in 1994 een doorstart maken. De opluchting is groot als in 2006 het clubhuis weer open gaat. Toch volgt al snel een nieuwe tegenslag: de houten tribunes voldoen niet maar aan de eisen van de voetbalbond en het stadion wordt gesloten.

Anno 2015 gaat het beter met Atlanta, zowel sportief als financieel. Vorig jaar miste de club op een haar na promotie naar de eerste divisie. En niet alleen is het stadion deels gerenoveerd, er wordt zelfs een nieuwe sporthal gebouwd.

Atlanta – Deportivo Armenio
Atlanta speelt haar wedstrijden op zaterdagmiddag. Op weg naar het stadion wordt meteen duidelijk waarom Villa Crespo als Joodse wijk wordt gezien. Binnen een paar blokken passeer je een synagoge en een honderd procent koosjer-winkel. Het politiebureau wordt aangegeven in drie talen, waaronder het Hebreeuws. Hoe dichter je bij het stadion komt, hoe meer leegstaande gebouwen je ziet. Uithangborden maken duidelijk welke makelaar de panden beheert: de firma Goldstein.

Eenmaal bij het stadion aangekomen, zie je geen keppeltjes of pijpenkrullen, maar petjes en trainingspakken. Ze staan rustig in de rij om een kaartje te kopen voor de wedstrijd tegen Deportivo Armenio, de club van Armeense immigranten. Prijs: tien euro. De harde kern verzamelt zich voor de ingang van de popular, de staantribune, onder toeziend oog van de ME. Eenmaal in het stadion hangt er aan de muur een papiertje met de geselecteerde spelers voor de wedstrijd tegen Armenio. Italiaanse en Spaanse achternamen overheersen. Sommige spelers komen uit de wijk zelf, maar niets lijkt te duiden op Joodse spelers.

Tien minuten voor de aftrap zijn de fans nog druk bezig met het ophangen van spandoeken. Wie verwacht een Israëlische vlag tegen te komen, komt bedrogen uit. De spandoeken verwijzen bijna allemaal naar Villa Crespo, en hebben namen zoals Acevedo, Fitzroy en Darwin: het zijn bekende straatnamen in de wijk.

Achter het doel staat de harde kern. Met grote trommels en staand op de valbrekers moedigen ze hun club aan. Een praatje over de Joodse identiteit van de club zit er echter niet in: van pottenkijkers houden deze jongens niet. Met een kort, maar duidelijk handgebaar laten ze weten dat foto’s maken geen optie is. Wie zijn camera lief heeft, volgt de instructies van deze barra bravas (hooligans) op; zij zijn immers de baas op de tribune.

Op de eretribune hangt een wat meer gemoedelijke sfeer, maar omdat de opkomst vandaag tegenvalt, blijven veel stoeltjes leeg. Op de metalen bankjes staan de achternamen van leden van de club, zoals de families Rosenfeld, Merwaiss en Truanovsky.

Sebastián Wainraich heeft nog geen stoeltje met zijn eigen naam. Toch is de tv-presentator en stand-upcomedian de bekendste socio van Atlanta. Hij groeide op in een Joods gezin in de buurt van het stadion. “Atlanta heeft behoorlijk wat Joodse fans, maar het is een open club waar iedereen welkom is.”

Bij de keuze voor Atlanta speelde religie geen rol voor Wainraich. Hij wil de vooroordelen over de club liever niet bevestigen. Tijdens zijn optredens maakt hij dan ook geen grappen over Atlanta, maar des te meer over zichzelf: “Misschien kunnen we het beter hebben over mijn gebrekkige performance als fan van Atlanta”, grapt de kale komiek.

Met de performance van de andere fans zit het vandaag wel goed. Een penalty zet de thuisclub in de eerste helft op voorsprong. Al snel wordt het Vamos Los Bohemios, het onofficiële clublied, ingezet door de supporters. Ook Gabriel geniet met volle teugen van de wedstrijd. De dertiger komt al ruim twintig jaar bij Atlanta. “Ik heb eigenlijk alle diepte- en dieptepunten wel meegemaakt”, zegt hij met enige ironie. De match van vandaag is echter een hoogtepunt voor hem. Hij heeft zijn negen maanden oude dochtertje Delfina voor het eerst meegenomen. Gabriel vindt het belangrijk de clubliefde door te geven aan de volgende generatie. Alleen op die manier kan Atlanta blijven bestaan.

Zeep en spreekkoren
Hoewel de meeste fans van Atlanta hun club vooral zien als een buurtvereniging, hebben supporters van andere clubs het steevast over de Joden van Villa Crespo. Vooral de aanhang van aartsrivaal Chacarita Juniors is berucht om hun antisemitische spreekkoren. Toen de clubs nog in dezelfde divisie speelden, klonk regelmatig een lied met de volgende tekst: “Hier komt Chacarita – wandelend door de steeg – Alle Joden uitmoordend – Van jullie maken we zeep.”

Het blijft echter niet bij spreekkoren. Tijdens de laatste paar derby’s liep het steeds uit de hand op de tribunes. Het zijn niet alleen de fans van Chacarita die voor problemen zorgen. Aanhangers van Defensores de Belgrano gooiden als ‘ludieke’ actie stukken zeep op het veld. Soms ontvouwen supporters van andere clubs vlaggen met swastika’s als ze tegen de club uit Villa Crespo spelen.

Ook de voormalige voorzitter van de voetbalbond, Julio Humberto Grondona, deed een duit in het zakje. Op de vraag waarom er zo weinig Joodse scheidsrechters in het Argentijnse voetbal zijn, antwoordde Grondona dat “Joden niet van moeilijk werk houden”. Het zijn de uitwassen van antisemitisme in Argentinië. In de Argentijnse hoofdstad wonen naar schatting 200.000 Joden, die geregeld met discriminatie worden geconfronteerd.

Uit onderzoek van de Universiteit van Buenos Aires blijkt dat drie op de tien Argentijnen liever geen Jood als buurman hebben, 54% is zelfs van mening dat “Joden mensen in nood als eersten de rug toekeren”.

‘Soms ontvouwen supporters van andere clubs vlaggen met swastika’s als ze tegen de club uit Villa Crespo spelen’

Ook is de Joodse gemeenschap slachtoffer van geweld. In 1992 en 1994 werden bomaanslagen gepleegd op de Israëlische ambassade en een Joods wijkcentrum. Daarbij kwamen in totaal 108 mensen om het leven en vielen 550 gewonden. Het onderzoek naar de toedracht loopt nog steeds.

Allemaal Bohemios
Vandaag hoeven de stadiongangers echter niet bang te zijn voor spreekkoren of geweld. Uitsupporters zijn de laatste seizoenen niet meer welkom door aanhoudend geweld. Door het povere spel van tegenstander Armenio hangt er zelfs een jolige sfeer op de tribunes. Als de doelman van Armenio net buiten zijn eigen strafschopgebied de spits van Atlanta probeert te dollen à la Maradona is het circus compleet: natuurlijk verliest hij de bal en krijgt de keeper de tweede treffer van de middag om zijn oren. Tot groot leedvermaak van de Atlanta-fans.

Door de 2-0 overwinning staan de geel-blauwen nu tweede in de competitie. En met nog eenderde van de competitie voor de boeg, heeft de club goede kansen op promotie naar de eerste divisie. Het zou een mooie impuls geven aan de wijk. Want meer dan een Joodse club is Atlanta vooral een ontmoetingsplaats geworden voor de buurtbewoners, of ze nou Joods, katholiek of atheïstisch zijn. Uiteindelijk zijn ze allemaal Bohemios uit Villa Crespo.

Dit artikel van Remi Lehmann, met foto’s van Bas Voorwinde, is eerder gepubliceerd in Staantribune #2, na te bestellen in de webshop. Verder in dit nummer: een reportage over het Poolse Lodz, ooit een bloeiende textielstad met twee beroemde voetbalclubs, de derby van Twente en het toernooi voor clubloze voetballers. Ook Jurgen Vantomme, fotograaf van briljante veldjes, het plakboek van Robin van Persie en een achtergrondartikel over voetbal in Limburg, komen in dit nummer aan bod. Koop Staantribune #1 tot en met #10 nu extra voordelig als combipakket, ook leuk voor als cadeautje voor de feestdagen!