De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Willem Vissers (de Volkskrant).

Milanello mogen betreden is een hoogtepunt, ook voor journalisten. De trainingsaccommodatie van AC Milan, ver buiten Milaan, is een paradijs in heerlijk groen gebied. De velden, zo mooi als ze zijn in de hemel, de sobere slaapvertrekken, de foto’s aan de muur van al die grote voetballers, de bekers, de biljartzaal. Ik ben er vaak geweest. Gesproken met Balotelli, met Kluivert, met Seedorf vooral. Talloze afspraken met Seedorf gehad. Dan zei hij, voor de grap, als we langs de woonverblijven reden, rond het middaguur: “Ik denk dat Ronaldinho nog slaapt.”

Seedorf was een perfecte voetballer voor de Serie A. Sterk. Technisch. Intelligent. Veeltalig. Modebewust. Hij bracht diepgang en lef in het soms wat voorzichtige Italiaanse spel. De ploeg met Shevchenko, Pirlo, Nesta, Beckham een tijdje, Gattuso, Inzaghi, Maldini en al die anderen, was heerlijk om naar te kijken. Seedorf leerde me ook te genieten van het rijke Roomse leven, voor zover ik die kunst nog niet verstond.

Hij gaf me een inkijk in topsport. Hij nam me mee naar het krachthonk, waar hij zijn oefeningen deed als hij geblesseerd was, hij omhelsde werknemers alsof ze familie waren, hij vroeg me mee te lunchen op Milanello. Daar kreeg je geen broodje in een plastieken omhulseltje en een kop koffie uit een thermoskan. Nee, daar kreeg je een pastamaaltijd, zo lekker dat het tolde in je hoofd, en daar liepen obers in tenue. En hij zei: “Ik drink water, maar jij mag best een glas wijn nemen.”

Daarna mocht ik meerijden met Andrea, zijn persoonlijke begeleider, naar de stad of naar het vliegveld. Ik vroeg me ‘n keer af of hij niet veel te laat was voor zijn vlucht, maar Seedorf zei dat het wel zou meevallen. De jonge vrouw achter de balie zei dat de gate al was gesloten, maar Seedorf praatte zich nog naar binnen. Hij had alleen handbagage, dat begreep ze toch wel.

Hij schreef het voorwoord voor mijn in 2010 verschenen WK-boek Voetbal is liefde. “Voetballiefde is de drijfveer voor al mijn levensenergie”, koos ik als het mooiste zinnetje van het stuk. Hij was attent en oplettend, 24 uur per dag als het ware. Onderweg in de auto zag hij alles: een vrouw die niet goed oplette achter de kinderwagen, omdat ze gelijktijdig belde.

Met hem mocht ik mee naar een barretje, aan de rand van het veld in het prachtige stadion San Siro. De mooiste vrouwen schonken kleine kopjes koffie. Maldini was er ook. Seedorf was geblesseerd. Hij sprak bij een hoekschop Ronaldinho aan, zo dicht stonden we bij het gras. Of hij zich iets meer wilde inspannen. De twee lachten naar elkaar. Ronaldinho koos zijn schittermomenten met zorg. We hoorden Beckham hijgen na een sprintje. In de auto draaide Clarence muziek. Sitting on the dock of the Bay van Otis Redding. In het schermpje op het dashboard verscheen de naam Clarence Seedorf. Hij zag mijn verbazing. Ja, deze versie was ingezongen door hemzelf, door Seedorf, niet door Redding.

De volgende dag was hij als enige speler bij een sponsoravond van Nivea. Ik wachtte in de lobby, hij liep tussen handelaars in zalfjes. Opeens was daar weer dat nummer: Sitting on the dock of the Bay. Ik dacht dat Seedorf zong. Maar nee, deze keer was het een livebandje. Hij zag mijn hoofd om de hoek en ontwaarde mijn verwarring. Van alle markten thuis, die Clarence.

Willem Vissers